Californië gaat als eerste Amerikaanse staat minimumloon verhogen

Californië gaat als eerste staat in Amerika het minimumloon stapsgewijs verhogen naar 15 dollar per uur (13,50 euro). Het is een van de eerste maatregelen om de groeiende inkomens-ongelijkheid in het land het hoofd te bieden.

Beeld AP

Met het akkoord, maandag gepresenteerd door de Democratische gouverneur Jerry Brown, is een belangrijk agendapunt van de linkse presidentskandidaat Bernie Sanders geland in de (qua bevolking) grootste staat van Amerika. Andere steden, waaronder Washington, en staten, waaronder New York staan op het punt Californië te volgen. Steden als San Francisco, Los Angeles en Seattle hadden al plannen richting 15 dollar per uur.

Het idee is om het minimumloon in Californië in vijf jaar op te trekken van 10 naar 15 dollar. Kleine bedrijven krijgen een extra jaar respijt. De bedragen worden aangepast aan de inflatie. Het landelijke minimumloon in de Verenigde Staten ligt al zeven jaar op 7,25 dollar (6,50 euro) per uur; in Nederland ligt dat (vanaf 23 jaar, 36-urige werkweek) op 9,78 euro bruto.

De maatregel tekent het groeiende ongemak met de grote welvaartsverschillen in Amerika. De afgelopen jaren is de economie gestaag gegroeid, maar hebben de meeste Amerikanen daar niets van gemerkt op hun loonstrookje, terwijl de kosten van levensonderhoud wel zijn gestegen.

Bedrijfsleven maakt zich zorgen

In Californië was de druk de laatste tijd opgevoerd door de vakbonden, die de 15 dollar met een referendum wilden voorleggen aan de bevolking. Brown probeert hen met zijn voorstel het gras voor de voeten weg te maaien. Bovendien heeft hij een clausule ingebouwd waardoor hij de verhoging kan tegenhouden als het economisch tegenzit.

Het Californische parlement moet nog wel akkoord gaan. In beide kamers hebben de Democraten de meerderheid, maar niet zeker is of zij zich allemaal achter Brown zullen scharen. Met name in de Assemblee (de Tweede Kamer) zit een aantal volksvertegenwoordigers dat zich gematigd noemt en zich (mede) laat leiden door de belangen van het bedrijfsleven.

Dat bedrijfsleven maakt zich zorgen over hogere loonkosten: het minimumloon zou volgens schattingen gelden voor 40 procent van de Californische werknemers. Gevolg zou kunnen zijn dat er minder mensen worden aangenomen en dat de werkloosheid zou stijgen. Ook moet de overheid zelf hogere lonen gaan betalen, wat niet goed is voor het begrotingstekort.

Daartegenover staat dat werknemers meer te besteden krijgen, of minder hoeven te gaan werken (twee of drie baantjes per persoon is niet ongewoon in Amerika). Dat zou allebei juist tot meer werkgelegenheid leiden.


Bernie Sanders is de enige presidentskandidaat die zich hard heeft gemaakt voor een 'leefbaar' minimumloon. Hillary Clinton wil naar 12 dollar Republikein Donald Trump heeft alleen gezegd dat de lonen 'te laag' zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden