Calamiteit

Aan de rand van Amsterdam, vlakbij de monding van het Amsterdam-Rijnkanaal en het opgespoten land waar de nieuwbouwwijk IJburg verrijst, trof ik gisteren iets dat een calamiteitensteiger heette....

Het was een groot, vierkant stalen platform dat vijftig meter het water van het Buiten-IJ instak, en met de wallenkant was verbonden via een smalle oprijbrug. Aan de overkant lagen de pittoreske huisjes van Durgerdam.

De zon scheen.

Het IJ klotste.

Vanaf het water was de calamiteitensteiger makkelijk te bereiken, logisch, maar vanaf het land moest er een smal, ontoegankelijk weggetje worden bereden dat doodliep bij een onduidelijk kampement achter grote, roestige hekken. Er werden pony's en honden gehouden, in groten getale, en uitnodigend zag het er niet uit.

Halverwege dat weggetje was een kleine afslag naar de calamiteitensteiger, en zoals dat gaat met afslagen: ook deze wilde ik nemen.

Dus daar stond ik ineens.

Op een calamiteitensteiger.

Er was natuurlijk nergens een calamiteit te bekennen, maar wel een witte Opel Kadett Rally, opgetuigd met sportieve velgen en spoilers. De auto stond aan de rand van het platform, met de neus naar het water. Hoewel ik mijn ogen niet in mijn zak heb, duurde het toch even voor het tot me doordrong dat de bestuurder gewoon achter het stuur zat, hoewel, gewoon, gewoon - hij zat helemaal niet gewoon achter zijn stuur, hij was verstrengeld in een heftige omhelzing met een grote, blonde vrouw wier stoel in de Kadett maximaal achteruit was geschoven. Haar voeten lagen als speelgoed op het dashboard.

Ik zag dit in een flits, en keek snel de andere kant op, tenslotte was ik hier voor de steiger en niet voor wat er gebeurde, tenzij het een calamiteit betrof. Die laatste gedachte was nog niet binnen of ik verlegde de aandacht weer naar de Kadett, the pride and joy van de eigenaar, zo gepoetst en vervaarlijk zag het burgermanswagentje van weleer eruit.

Nu viel me nog een aantal dingen op. Ten eerste bevond zich op de achterbank een ruimschoots kinderzitje, blauw en roze, een beetje verschoten van kleur. Er lag een plastic zak van Intertoys in. Ten tweede was in de auto een soort kooi gebouwd, van rode buizen en staaldraad. Dit maakte dat de auto écht op een rallywagen leek, maar het bemoeilijkte wel het liefdesspel dat, ten derde, verdomde serieuze vormen had aangenomen, ik bedoel, ze zaten niet hand en hand wat te zoenen en over het water uit te kijken, nee, hier was sprake van het ware werk, zeg maar - een calamiteit, zij het een andere dan waar de steiger voor is aangelegd, maar toch.

Ik bleef nog een tijdje staan (ik was er nu toch), maar omdat vanuit de Kadett geen bezwaar werd gemaakt tegen mijn aanwezigheid, sloeg de verveling al snel toe. Ik verliet dus de calamiteitensteiger, het stel in half ontklede staat achterlatend in hun bolide, onverstoorbaar ten prooi aan lust, liefde of allebei, en reed even later weer op het weggetje naar de bewoonde wereld. De radio maakte melding van veel grotere calamiteiten, maar ze waren allemaal niet in de buurt van de steiger die ik achter me liet. Dat was dan wel weer jammer, maar ja - je kunt niet alles hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden