Caféterras naast stadspaleis

Roermond is een wandelstad. Dankzij de singels, de stadspaleizen, het Munsterplein. En ook mede dankzij bouwmeester Pierre Cuypers. Roermond is ook een stad die deftig is en tegelijk volks....

Een waarschuwing vooraf: ga bij voorkeur niet op maandag naar Roermond want dan is het woonhuis van Pierre Cuypers gesloten. Roermond is veel Cuypers. Daarom is een bezoek aan Roermond zonder een bezoek aan het woonhuis van Cuypers een bezoek waaraan iets ontbreekt.

Dat 'iets' is de muziekzaal. Architect Cuypers ontwierp die ruimte voor zijn tweede vrouw, Antoinette Alberdingk Thijm. Tussen de gemetselde gewelven hangt nog de verfijnde sfeer van halverwege de 19de eeuw. Er staan authentieke beschilderde meubels waaronder de rijk versierde piano, die Cuypers in 1859 als huwelijksgeschenk aan zijn nieuwe echtgenote gaf. Het parket glimt, de luchter blinkt.

Het wachten is op de gasten in stemmig rokkostuum, op de eerste piano-akkoorden, op de aangename altstem van Nenny Cuypers.

Het is een zaal die in het klein Roermond symboliseert. Op stand, en toch niet bekakt. Deftig en tegelijk volks. Het caféterras grenst in het centrum aan het stadspaleis, het roeibootje deelt het Maaswater met het zeiljacht, en voor iedereen en alles luiden regelmatig de klokken van de in steigers verpakte Christoffelkathedraal (klaar in 2009, kosten 4,5 miljoen euro, 'giften zijn welkom').

Roermond is meer dan alleen dr. P.J.H. Cuypers, al valt het in de binnenstad niet mee aan hem te ontkomen.

Waarom zou je ook?

Door de natuur met groen besmeurd staat hij in brons op een sokkel bij 'zijn' Munsterkerk. Het is een beeld van August Falise en dateert uit 1929. In de rechterhand heeft de rijksbouwmeester een potlood, in de linker een tekenblok. Hij waakt tegelijkertijd over de kerk en over de met ijzeren kant opgetuigde kiosk, ook een van zijn creaties, en inmiddels 114 jaar oud.

Die Munsterkerk is natuurlijk geen écht ontwerp van Cuypers. Het gebouw - in Romaanse stijl - dateert al van de 13de eeuw en is de laatste tastbare herinnering aan een cisterciënzer abdij. Tegen het weelderige praalgraf van de stichters van die abdij, graaf Gerard IV van Gelre en zijn vrouw Margaretha van Brabant, steekt het sobere interieur schril af. Veel meer dan aan de buitenmuren is aan de binnenkant van de Munsterkerk de gestrengheid van de cisterciënzer orde af te lezen.

In het tweede deel van de 19de eeuw ontfermde Cuypers zich over het gebouw. De restauratie was dermate ingrijpend - zo voegde hij twee nieuwe torens toe en verkortte twee bestaande - dat kerkgangers begonnen te morren zonder overigens echt in opstand te komen.

Sterker: het Roermonds volkslied hemelt de torens op:

Waar 't koepeldragend Munster rijst

Met torens rijk gesierd

Het volk der Muzen schoonheid prijst

Met spel en zangen viert.

Binnen voltrekt zich een uitvaartmis, buiten doet het Munsterplein dankzij de najaarszon nog goede zaken. Fantasieloos is hier de middenstand: de broodjeszaak heet Munsterbroodje, het eethuis Munsterhof en het drankhuis Munstercafé.

Nog meer dan de kiosk trekt tussen de ruiende loofbomen een sequioa de aandacht, een reusachtige naaldboom, als verdwaald in de Roermondse binnenstad.

Cuypers - de man van de eerlijke baksteenbouw - schonk Amsterdam het Centraal Station en het Rijksmuseum. Aan zijn geboortestad Roermond gaf hij zijn woonhuis (nu Stedelijk Museum), de Stadsteekenschool, de woning op Swalmerstraat 49 en de bisschoppelijke grafkapel op het Oude Kerkhof (uit 1785 en daarmee een van Nederlands oudste dodenakkers). Ook de Ursulakapel aan de Voogdijstraat is een beetje van hem; het is een creatie van zoon Jos.

Het zijn monumenten die nog steeds onwrikbaar in de Roermondse grond staan. Als voor de eeuwigheid.

Maar, zoals gezegd, is de familie Cuypers niet uitsluitend beeldbepalend voor het Haagje van het Zuiden. De bijnaam - die Roermond deelt met Breda- zegt veel over de vroegere bestuurscultuur, met alle gevolgen vandien voor het uiterlijk van de stad. Bisschoppen, stadhouders, drossaards, de Staten van Overkwartier, de kanselarij, justitie, het kadaster, ze trokken allemaal naar Roermond dat heel wat stadspaleizen nodig had om ze te herbergen.

De stad dankt er nu zijn beschermd stadsgezicht aan (sinds 1986), zijn tweede plaats als Limburgse monumentenstad (na Maastricht), zijn faam als cultuurhistorische plaats.

Neem de Swalmerstraat. Daar verdringen zich de herenhuizen, met hun statige voordeuren, bewerkte kozijnen, Franse balkonnetjes, smeedijzeren versieringen, leeuwenkoppen, glas-in-loodramen en pilaartjes. In dit gezelschap lijkt nummer 49 - dat van Cuypers - zowaar wat tekort te schieten. (Voor wie van geboortehuizen houdt: nummer 13 is dat van jonkheer mr. Charles Ruys de Beerenbrouck, 'overtuigd christen en staatsman').

Nog zo'n rijke verzameling is te vinden in de Neerstraat, maar daar is tevens de renovatie in volle gang en zwenken kranen hoog boven daken en bouwputten. De Openbare Bibliotheek - vroeger hotel de Gouden Leeuw, waar koning Willem III ooit logeerde - is klaar, De Steenen Trappen op nummer 33 nog niet. Het is een drossaardswoning uit 1666, voorbestemd tot appartementen, die aan de straatkant uitzicht gaan bieden op voorgevels met Jugendstil-beschilderingen.

Hoe verkrijgt een stadsbestuur dat zo liefdevol lijkt te restaureren, het over zijn hart dat een sportzaak in de Brugstraat een rijk bewerkt koopmanshuis (16de eeuw) met zijn schreeuwerige reclame verziekt?

Roermond is een wandelstad. Daartoe nodigen de singels uit, maar evengoed de wegen die leiden naar het Prinsenhof ('Maison des orphelins et des pauvres'), naar het Bisschoppelijk Paleis, het stadhuis, het Kartuizercomplex, Huis Bocholtz en de kathedraal met het vergulde beeld van Christoffel, de stadspatroon.

Waar 't gouden beeld in 't zonlicht staat

Op hogen torentrans

De Maas en Roer verenigd gaat

In lichten golvendans.

Natuurlijk, ook Maas en Roer spelen volop mee. Aan hun boorden lopen oud en nieuw Roermond in elkaar over. Daar verzet zich in de Voorstad St. Jacob nog hardnekkig een dorpspleintje met jeu-de-boules-baan tegen de oprukkende appartementen van het Maasoever-project. In eindeloze rijen deinen aan de boulevard scheepsmasten mee met de golfslag van de Maas.

Aan deze oostkant richt Roermond zich op de toekomst, in tegenstelling tot het zuiden dat zich met het verleden bezig houdt. Aan het einde van de statige Kapellerlaan is het Aje Kirkhaof waar Cuypers en zijn twee vrouwen begraven liggen, in de schaduw van de door hemzelf gebouwde bisschoppelijke crypte. De beelden op Cuypers' graf zijn aangetast door weer en wind; alsof muizen er aan hebben geknaagd.

Bekender nog dan het aan monumenten rijke kerkhof 'met de twee handjes' (over een muur reiken een katholieke jonkvrouw en een protestantse kolonel naar elkaar) is de naburige kapel van O.L. Vrouw in 't Zand, sinds oudsher een vermaard bedevaartsoord. Muren, plafond en pilaren in de zijgang zijn bedekt met danktegels. Veel dankbetuigingen gaan zestig, zeventig jaar terug.

Ook het jaar 1945 leverde heel wat tegeltjes op. 'Dank dat onze zoon behouden is teruggekeerd uit de oorlog.' Op 1 maart 1945 werd Roermond bevrijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden