'Cafés in houdgreep brouwerijen'

De brouwerijen houden de caféhouders in een houdgreep en daar moeten de politiek en de Nederlandse Mededingingsautoriteit iets aan doen. Dat stelt directeur Lodewijk van der Grinten van Koninklijke Horeca Nederland (KHN), organisatie van onder meer caféhouders.

DEN HAAG - Directeur Philip de Ridder van Heineken Nederland is het daarmee eens: 'De markt moet open. Dat zeggen wij al twaalf jaar.' Hij zei dat woensdag bij de presentatie van een onderzoek waartoe KHN het initiatief had genomen. In het onderzoek van Panteia/EIM staat dat cafés zwaar onder de knoet zitten bij de brouwerijen. Per jaar stapt slechts 2,4 procent van de cafés over op een ander biermerk.


De macht van de Nederlandse brouwers ligt al jaren onder vuur. In 2007 legde de Europese Commissie de brouwerijen een boete op van 273 miljoen euro wegens kartelafspraken. Vorig jaar kwam KHN met een onderzoek waaruit bleek dat cafés minder verdienen naarmate ze vaster zitten aan een brouwerij. KHN deed daarop aangifte bij de NMa. Die wilde echter meer gegevens.


De mogelijkheden voor caféhouders om over te stappen, verschillen sterk. Sinds 2005 veranderde 14,8 procent van merk. Van de ongebondenen (die alleen bier kopen) was dat 26,4 procent; van de meest-gebondenen, die hun café huren van de brouwerij, stapte er maar één over, oftewel 0,3 procent. Dit is de categorie die het minste verdient. Volgens onderzoeker Peter Leeflang bewijzen zijn cijfers dat de markt niet werkt. Degenen die overstappen, belanden meestal in een nog afhankelijker positie. Uit het onderzoek blijkt dat vooral Bavaria zijn café-uitbaters weinig ruimte laat. Van alle Bavariacafés betaalt eenderde de huur van het pand aan de brouwer. Bij Heineken ligt dat op 'slechts' 12 procent.


'Dat willen we ook helemaal niet', zegt directeur De Ridder van Heineken Nederland. Volgens hem heeft Heineken de afgelopen vijf jaar zijn financiering van kroegen gehalveerd van 150- naar 75 miljoen euro. Ook het aantal cafés dat de brouwer in eigendom heeft, is dit jaar gedaald, van 200 tot 160 eind dit jaar. Op termijn worden het er rond 120, denkt hij. Alleen de supertoplocaties zoals de Amsterdamse cafés Heineken Hoek en Hoppe of het Utrechtse Dikke Dries 'zullen we nooit opgeven. Dat is ons cultureel erfgoed. Desnoods exploiteren we ze zelf.'


Dat Heineken met KHN de strijd tegen de brouwers en voor 'een open markt' wil aanbinden, is minder gek dan het lijkt. Heineken beheerst (met Amstel en Brand) meer dan de helft van de biermarkt. De Europese Commissie heeft het bedrijf daarom opgelegd dat het alleen leveringscontracten mag afsluiten met een opzegtermijn van maximaal twee maanden. Heineken zou niets liever willen dan dat zijn concurrenten diezelfde plicht krijgen. Nu duren contracten wel tien jaar.


Je losmaken van een brouwer is heel lastig.


'Als een brouwer je niet in zijn macht heeft, scheelt dat veel geld'

Hermannus Stegeman had een dijk van een café in Utrecht, Hofman Café, en hij tapte er Grolsch. Hij had al eens geprobeerd gunstiger voorwaarden te krijgen, maar dat lukte niet.


Toen hij een nieuw café begon, Brasserie Borgesius (inmiddels omgedoopt tot Zin[Inn]), besloot hij niet meer afhankelijk te worden van de brouwerij. Hij dacht: 'Ik zet zelf een tapinstallatie neer, doe zelf het onderhoud, maak hem schoon, financier hem. En mijn andere drank koop ik zelf in.' Met vijf brouwers sprak hij, maar die wilden aanvankelijk niet eens een offerte sturen. 'Ze wilden financieren, en de installatie leveren, onderhoud doen, fris leveren, drank leveren.' Pas na maanden, toen Stegeman al met buitenlandse brouwerijen contact had, kwamen schoorvoetend de offertes.


'Het prijsverschil was fantastisch. Voor Hofman betaalde ik 2,35 euro per liter, ex btw. Voor Borgesius was ik 1,35 euro kwijt, inclusief de kosten voor onderhoud, afschrijven en reiniging. Dat scheelde me tienduizenden euro's per jaar.' Inmiddels heeft hij beide cafés verkocht.


Laurens Meyer is een grote in de horeca. Hij heeft rond veertig cafés 'van Venlo tot Ameland'. Maar nooit switchte ook maar één van zijn cafés naar een ander merk. 'Dat kan helemaal niet, want in de meeste panden is de brouwerij tussenhuurder.' Tussenhuurder? 'Een eigenaar van een caféruimte benadert een paar brouwerijen. Wie het meeste biedt, mag het huren. Die brouwer zal dan van de café-eigenaar weer een hoge huur vragen.' Zo werkt het volgens Meyer 'op 99 procent van de cafés op de beste locaties'.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden