Cabaretier Micha Wertheim over Joods zijn: 'Mijn afkomst zou geen issue meer moeten zijn'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt de Volkskrant in een reeks interviews. Cabaretier Micha Wertheim ( 45 ): 'Waarom zou je geen varkensvlees eten als je niet gelovig bent?'

Micha Wertheim. Foto Linelle Deunk

Eerst wilde Micha Wertheim niet meewerken aan deze serie. Maar zoals hij elders op deze pagina betoogt over het grote Zwarte Pietenvraagstuk: alles verandert. Overigens werd vroeger in huize Wertheim geen Sinterklaas gevierd, maar Chanoeklaas. 'Op zijn mijter had hij een davidster in plaats van een kruis.'

Ook Zwarte Piet veranderde: 'In de jaren vijftig van de vorige eeuw had hij een Indisch accent, daarna een Surinaams accent. Ik las dat Nadia Ezzeroili opmerkte dat de nieuwe Pieten bij de Amsterdamse intocht dit jaar eruit zagen als Marokkanen. Kennelijk moeten ze een afspiegeling zijn van de zwarte pieten in de Nederlandse samenleving van dat moment.'

Waarom wilde u niet meedoen aan dit interview?

'Ik ben het theater in gegaan omdat ik zelf wilde definiëren wie ik ben. De term comedian vind ik al benauwend. Dat ik van Joodse afkomst ben is zo'n klein aspect van mijn persoonlijkheid. Mijn afkomst zou geen issue meer moeten zijn. Alleen zul je altijd zien dat iemand je eraan herinnert als je er zelf niet mee bezig bent. Ik wil me er niet op laten voorstaan en ik wil me niet profileren als slachtoffer. Ik ben opgegroeid tussen mensen die echte slachtoffers waren.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met Latifah (Surinaams) en ondernemer Wimmy Hu (Chinees).

Waar groeide u op?

'In Maarn, bij Utrecht; daar waren wij de enige Joden. Ik stelde het Jodendom gelijk aan wat er bij ons thuis gebeurde. Hoe mijn ouders me naar bed brachten, dat was Joods. De buren noemden sinaasappelsap jus d'orange en wij niet - dat was dan dus geen Joods woord.

'Israël speelde een grote rol bij ons, als kind wist ik dat daar iets mee was. Mijn ouders hadden elkaar daar ontmoet en waren teruggekomen naar Nederland. We leefden deels in die cultuur. In onze boekenkast stonden vooral Joodse Amerikaanse en Israëlische schrijvers. Ik zag het als iets extra's dat de andere kinderen niet hadden. Een bonus. In het huidige klimaat wordt wel eens vergeten dat het leuk is bijzonder te zijn. Wij vierden andere feestdagen dan de rest, daar kon ik in de klas over vertellen.

Micha Wertheim (Nederland, 1972) begon als komiek bij Comedytrain. In 2004 won hij de jury- en publieksprijs op het Leids Cabaretfestival. Sindsdien maakte hij acht theaterprogramma's. Zijn laatste programma Iemand anders wordt op 9/12 uitgezonden op NPO3.

'Speciaal voor ons maakte de bakker iedere week challe, gevlochten brood. Mijn moeder had hem uitgelegd hoe dat moest. We vierden de feestdagen en verder waren we niet religieus. Aan niet-Joden is dat moeilijk uit te leggen. Kinderen in mijn klas zeiden: wij zijn niets. Dat vond ik raar. Wij waren ook niets, maar dan met matzes en een chanoekia, zo'n kandelaar.

'Wanneer mijn opa over de oorlog vertelde, ging het vooral over hoe mensen in het algemeen kunnen veranderen in beesten - niet over moffen. Tijdens de oorlog kon een deel van de straat fout zijn terwijl andere buren hielpen met onderduiken. Dankzij die mensen leef ik. Een deel van de familie van mijn ouders is Amsterdams. A.C. Wertheim, van het Wertheimpark, kwam uit een geseculariseerde bankiersfamilie. Bij zijn overlijden werd geloof ik gezegd: hij was zo goed dat hij bijna christelijk was. Sommige familieleden waren zelfs bekeerd tot het christendom. De andere kant van de familie kwam uit Den Bosch en Vught. Over beladen gesproken: mijn grootouders woonden naast het station van waaruit de kindertransporten plaatsvonden.

'Het Nederlandse Jodendom in de mediene, dus buiten Amsterdam, daarin ben ik opgegroeid. Daar kwam mijn moeder vandaan. Die cultuur is uitgemoord. De geallieerden hebben gewonnen en wij hebben verloren. In Groningen woonden Joodse veeboeren, in Den Bosch had je Joden die meeliepen met carnaval. Dat is verdwenen. De synagogen zijn veranderd in culturele centra.

'Later ontmoette ik Joden die geen familie van mij waren. Na mijn eindexamen studeerde ik een jaar in Israël. Daar werd ik me ervan bewust hoe riskant begrippen als identiteit kunnen zijn. Je kunt het beperken tot je eigen gezin, dat is prima. Zodra je het gaat koppelen aan grote groepen mensen wordt het gevaarlijk.

'Bij religieuze joden dacht ik: dus jij gelooft echt in God - daar ging het toch niet om? In Amsterdam leerde ik seculiere Joden kennen die geen varkensvlees aten. Waarom zou je je aan die regels houden als je niet gelovig bent? Op vrijdagavond was er bij ons thuis geen varkensvlees. En op zaterdagochtend aten we gewoon spek.'

Ziet u eruit als een Jood?

'Toen ik theater begon te maken, werd ik vergeleken met Woody Allen en Arnon Grunberg. Kennelijk werd ik dus geassocieerd met iets Joods. Dat voelt als een beperking. Ik wil horen bij de mensen die nergens bij-horen. Mensen denken vaak dat ik uit Amsterdam-Zuid kom. Ik neem ze dat niet kwalijk. Wanneer ik een Surinamer zie, denk ik ook eerder dat hij uit de Randstad komt dan uit Deventer.

'Vroeger werd de straattaal gemaakt met Jiddische woorden. Daaruit sprak een soort . Een herinnering aan een cultuur die verdwenen is. Nu komt straattaal van andere culturen. Dat heeft ook iets moois.

'Als een Jood slecht in het nieuws komt, heb ik als reflex: hier gaan we allemaal last van krijgen. Zo ben ik opgegroeid, met de gedachte: in godsnaam, laat geen Jood zich misdragen. In het Jiddisch heb je daar een woord voor: risjes. Het is onzin, maar dat ik dit woord voor op de tong heb liggen, betekent dat ik ermee bezig ben.

'Ik ben niet bang voor risjes en toch, als ik een fooi geef, speelt het een fractie van een seconde door mijn hoofd. Nooit een te kleine fooi geven, uit angst dat ze zullen zeggen: wat een jodenfooi. Ik weet dan niet eens wie die mensen zijn en toch zit het in mijn hoofd. Een beeld waarover ik zelf geen controle heb.'


Nederlands

'Ik voel me vooral Europees, wanneer ik bijvoorbeeld in Amerika of Israël ben.'

Joods

'Dat kan bij alles zijn en tegelijkertijd nooit.'

Eten

'Als kind: artisjokken en slakken. Artisjokken kwamen uit Israël en slakken waren niet koosjer.'

Partner

'Ze is niet Joods. Ik kan niets bedenken wat haar leuker zou maken als ze dat wel was.'

Zwarte Piet

'Het leuke van cultuur is dat het verandert. Zodra je het vastzet, wordt het fundamentalisme.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.