'Cabaret wordt te commercieel'

'Weet ik veel!', waarmee Hester Macrander nu op tournee is, wordt haar laatste voorstelling. Ze heeft schoon genoeg van de 'mannelijke vijftigers' die haar cabaret stukrecenseren....

Van onze verslaggever Bart Jungmann

Met de palm van haar rechterhand vouwt Hester Macrander haar rechteroor naar een donker gat waar ze publiek vermoedt. Al een kwartier lang probeert ze in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag de toeschouwers, met name de mannelijke, uit hun tent te lokken, maar zij geven aanvankelijk geen krimp.

Het is 'een te grote bak' voor haar intieme vorm van cabaret, zal Hester Macrander twee dagen later zeggen in een Amsterdams café. Misschien was het ook wel het verkeerde publiek, misschien het verkeerde cabaret.

'De mensen zijn zo gewend geraakt aan een bepaald type cabaret. Die gaan achterover leunen en die denken: vermaak mij maar. Ik verlang een beetje terug naar vroeger, naar de hoogtijdagen van de kleine zaaltjes, naar de dialoog met het publiek.

'Maar het is zo commercieel geworden allemaal. Het wordt steeds harder, steeds zakelijker. Hoeveel kaartjes heeft ze de vorige keer verkocht? Zit er groei in? Oké, doen we het nog een keer. Zoniet, laat maar zitten. Eén minder programma en je ligt eruit. Stilstand is achteruitgang.'

Dertien jaar lang heeft Hester Macrander op het toneel gestaan. Nu doet ze dat met Weet ik veel!, vanaf morgen drie avonden te zien in De Kleine Komedie in Amterdam. Het zal haar laatste reeks worden. Hester Macrander is het zat: het toenemende belang van de commercie, het verscheurde gezinsleven en de mannelijke vijftigers die recensies schrijven.

Weet ik veel! werd bij de première twee maanden geleden kil ontvangen, met name de bespreking in de Volkskrant heeft haar gegriefd. Onder de kop 'Macrander mekkert als een onnozele veertiger' liet de recensent, inderdaad een mannelijke vijftiger, weinig heel van de voorstelling. 'Onfatsoenlijk' is een woord dat vaak valt deze middag. 'Het ging me vooral om de toon.'

Ze vindt, in algemene zin, dat recensenten zich te weinig verdiepen in wat de theatermaker heeft beoogd. 'Men stelt zijn eigen smaak voorop. Dus gaat het oordeel alleen over het ego van die man, want het zijn voornamelijk mannen. Een recensie zou veel journalistieker moeten zijn, veel informatiever. Het criterium moet zijn: wat heeft de maker gewild en is hij daarin geslaagd? Ik vind het vaak zo gemakzuchtig, ook als het positief is. Zo'n recensie doet zo weinig recht aan de inspanning die je levert.'

Weet ik veel! werd gemaakt met een vrouwelijk psychologisch uitgangspunt, zegt ze. Dat zou volgens haar kunnen verklaren waarom 'de heren vijftigers' zich in hun ego gekwetst voelden.

De voorstelling is een zoektocht naar de balans in het leven; herkenbaar geploeter van een vrouw die bekneld raakt tussen loopbaan en liefde. Een 'tijdsding' noemt ze het zelf. Als die zoektocht tot iets leidt, dan is het tot de volgende vaststelling: 'Je kunt je nagels stuk krabben op je liefde, maar daar zit het niet. Het zit in jezelf. De liefde is geen voorwaarde, maar een toegevoegde waarde.'

Macrander geeft toe dat die zoektocht bij de première nog onvoldoende structuur had. De voorstelling was nog 'kwetsbaar' en in het 'maakproces' was ze nog op zoek naar antwoorden. 'Een week voor de pers zou komen, heb ik nog gevraagd om uitstel. Maar dat zou als een zwaktebod worden uitgelegd. De pers zou meteen denken: hé, wat is er met Macrander aan de hand?'

Het theaterbedrijf is volgens haar een wedloop geworden, waarin geen tijd meer is voor bezinning of heroverweging. 'In februari moeten alle premières gedaan zijn, want dan is het alweer tijd voor het volgende seizoen. De persberichten en de publiciteitsfoto's voor de schouwburgboekjes moeten in mei al klaar zijn.'

Daarnaast dreigt het cabaret het slachtoffer te worden van zijn eigen succes. 'Voortdurend worden nieuwe artiesten uitgespuugd, zodat het steeds moeilijker wordt om een artiest als ik te boeken, alsof je overlast bent.'

Macrander ziet zichzelf als een cabaretière die tussen wal en schip is gevallen. Te jong geweest om mee omhoog te komen met de tweede feministische golf, te oud om aan te pikken bij de nieuwe lichting cabaretières. 'Toch heb ik een publiek van twee- à driehonderd man per avond. Dat is feitelijk prachtig voor een niet-commercieel cabaretier.'

Maar voor haar persoonlijk is dat een stilstand die voelt als achteruitgang. Daarvoor vindt ze de prijs zo langzamerhand te hoog. Hester Macrander heeft twee jonge kinderen en ze heeft er geen zin meer in om 's morgens bij het afscheid op het schoolplein te moeten zeggen 'tot morgen'.

Bij het schrijven van Weet ik veel! had ze die conclusie nog niet getrokken. 'Ik twijfelde ontzettend en stiekem heb ik toen nog wel gehoopt op een groot succes. Dan wordt het allemaal een stuk makkelijker. In die zin heeft de recensie in de Volkskrant de deur wel dichtgegooid. Dat wil ik niet nog een keer meemaken. Dat doet te veel pijn.'

Na de laatste voorstelling van Weet ik veel!, ergens volgend jaar, beperkt ze haar optredens tot congressen en symposia. Voor de rest ziet ze wel. Schrijven in ieder geval, en misschien kan ze drama-workshops leiden. 'Dit is in elk geval geen zielig verhaal. Ik heb niet het gevoel mislukt te zijn.'

Niettemin is het jammer dat ook nu de vrouw de concessie doet. 'Ik heb een stem en die geef ik op. Dat is niet alleen jammer, het is ook een slecht voorbeeld. Maar de rol die je als vrouw in een gezin hebt, moet je ook niet onderschatten. En dat gezin is effe wat belangrijker.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden