C.J. Schneider/ F. Springer, observator vanaf zijn derde

In het jaar dat F. Springer tachtig zou zijn geworden, verschijnt zijn debuutroman en een boek over zijn Indische jeugd.

Het verschil is miniem. Je moet een gedegen kenner zijn om het waar te nemen. In december 1945 reist de jonge Carel Jan Schneider (Batavia, 1932 - Den Haag, 2011) met zijn moeder en broers van Colombo per trein naar een opvangkamp in Kandy op Ceylon (tegenwoordig Sri Lanka). Veel later, als Schneider de hele wereld heeft rondgereisd als diplomaat en ambassadeur, beschrijft hij onder het pseudoniem F. Springer in de roman Kandy, een terugtocht (1998) hoe hoofdpersoon Fergus Steyn in gedachten de reis overdoet. In de roman gaat de trein eerst in zuidelijke richting, langs het strand. In werkelijkheid reed hij rechtstreeks naar het koele bergoord Kandy, op vijfhonderd meter hoogte.


Een van de weinige vindplaatsen, zo merkt Springer-biografe Liesbeth Dolk op in de monografie Vindplaatsen over de Indische jaren van F. Springer, 'waar de herinnering aan een gebeurtenis niet klopt met de werkelijkheid'. Dit zegt veel over de geringe fantasie die Springer heeft hoeven gebruiken voor zijn verhalen, hoe sterk ze er vaak ook uitzien. Tevens bewijst deze passage hoe meticuleus de biografe te werk is gegaan. Alles is Dolk nagelopen en nagereisd, en die speurtocht heeft een verbluffend plaatjesalbum opgeleverd dat de bronnen blootlegt van Springers rusteloosheid én van zijn weemoedige inslag.


Verder reizen, steeds naar elders, was niet alleen Schneiders natuur geworden omdat de diplomatieke wereld op rouleren is gestoeld. Hij deed als kind al niet anders: in Vindplaatsen wordt de periode 1931 - 1946 beschreven, en in die eerste jaren verhuisde vader Schneider (leraar Duits, sinds 1931 in Nederlands-Indië) al menigmaal, waarna Carel Jans internering volgde in verschillende Japanse jongenskampen op Bandoeng, en het vertrek naar Ceylon, om daarna in Bangkok herenigd te worden met de vader die ze een paar jaar niet hebben gezien. Op 15 juli vertrekken de Schneiders als berooide evacués terug naar Nederland. Dan is Carel Jan nog maar veertien.


De Indische wereld die hij als kind heeft gekend, toen ze in grote huizen woonden met personeel, was bij het vertrek naar Nederland al verdwenen, en zou kort daarna tot het koloniale verleden behoren dat alleen nog toegankelijk was via de herinnering. Die vroege kennismaking met nostalgie heeft Schneider gevormd. Een van zijn eerste boezemvriendjes in Malang (op Java) tussen 1935 en 1937 heette Tommy Thomas, die met Carel Jan in het fröbelklasje zat van de Protestants Christelijke Lagere School. Als het personage Tommie Vaulant zou die terugkeren in de roman Bougainville (1981), terwijl de achternaam Thomas in Bandoeng-Bandung (1993) opduikt, bijna zestig jaar later.


Dolk levert een foto van het fröbelklasje, maar ook citeert ze uit een brief van Carel Jans moeder Corrie aan haar ouders in Nederland: 'Als ik hem van school ga halen, kijk ik wel eens zoo stiekum over het ruitje en zie hem dan keurig in zijn stoeltje zitten met de armen over elkaar. Alleen, als de heele klas in gebed is, keert hij zich rustig om en zit het heele zaakje te bekijken! Bidden doet hij thuis al, zegt hij!' Dit moet de geboorte van de observator zijn. Moeders brief is van 8 augustus 1935, Springer was toen drieënhalf jaar.


Hoe jammer dat Springer de publicatie van Vindplaatsen, die was bedoeld voor zijn tachtigste verjaardag (15 januari 2012), niet meer heeft kunnen meemaken. Temeer daar hij nog een verrassing in petto had, die eveneens postuum het licht ziet: zijn eerste roman Met stille trom, geschreven in 1962, meteen nadat hij terug was na vier jaar bestuursambtenaar te zijn geweest in het tropische Nederlands-Nieuw-Guinea. Een 'indianenverhaal', te luchtig, met die zendelingen en blote krijgers met peniskokers, oordeelde Schneider zelf toen hij destijds de drukproeven las. Maar in de zomer van 2011 besloot hij het boek aan de vergetelheid te ontfutselen, 'al is het maar als eerbetoon aan hen die tot het bittere einde hun taak bleven uitvoeren, een betere zaak waardig, naar gebleken', want in augustus 1962 zou Nederland het overzeese gebiedsdeel Nederlands-Nieuw-Guinea aan Indonesië overdragen.


Een gentleman in de bush, dat is Met stille trom, het verhaal over de controleur Leen Dekker (32 jaar) die op 'de post Zakar' de onderling oorlogvoerende stammen (veertigduizend Zakari) met elkaar tracht te verzoenen, rekening houdend met de zendelingen en paters, en danig gehinderd door de Amerikaanse antropoloog Cabell, een 'verdomd vervelend mannetje' dat zonder kennis van zaken de oermens komt ophitsen tegen de 'withuiden' die voor koloniale overheersers spelen.


Controleur Dekker in de bush; het lijkt een verwijzing naar die andere controleur, Douwes Dekker (in 1843) op Sumatra, die later als de schrijver Multatuli naam zou maken. Maar Leen Dekker is geen zenuwlijder, eerder een beheerste bestuurder, onhandig tegenover vrouwen (de getrouwde Blanche Vuurmans trekt zijn aandacht, meer dan flirten durven ze niet), en gegeneerd als hij wordt verwond door een Zakari-pijl in zijn bovenarm. 'Verdomd bang' is hij dan, en dat neemt hij zichzelf kwalijk.


'Hij sjorde zijn broek op en schoof de revolvertas op zijn heup. Wat een film, dacht hij.' Hier zien we de avonturier die zich zelf ironisch observeert. Met stille trom bevat prachtige typeringen van vreemde snuiters in die vergeten uithoek, roekeloze lui soms, die speciaal voor hem een spektakelstuk lijken op te voeren.


Het oeuvre van Springer leek met Quadriga - een eindspel (2010) voltooid, maar is uitgebreid met twee boeken die laten zien waar zijn leven begon en hoe zijn schrijverschap aanving. Het zou Springers specialiteit worden om 'het heele zaakje' nog eens rustig te bekijken, teneinde in bewoordingen die balanceren tussen stoer en weemoedig, te kunnen bewaren wat voorbij was.


Liesbeth Dolk: Vindplaatsen - De Indische jaren van F. Springer.

Querido; 144 pagina's; € 29,95.


ISBN 978 90 214 3322 6.


F. Springer: Met stille trom - Een journaal.

Querido; 224 pagina's; € 19,95.


ISBN 978 90 214 4212 9.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden