Buurman is boos

Als buren een conflict met elkaar hebben, lijkt praten al gauw onmogelijk. In veel gemeenten zijn daarom buurtbemiddelaars actief die beide partijen om de tafel zetten om de vijandelijkheden te staken....

Een doodgewoon straatje in Deventer. Twee rijen eengezinswoningen staren elkaar aan. Buurtbemiddelaars Hans te Brake en Jenny van de Pol bellen aan op nummer 84 en meteen slaat de hond van de buren aan. Op de drempel verschijnt een forse man in spijkerbroek, met een koortsige blos en met zwarte krulletjes rond een kalende schedel. Hij wil niet met zijn naam in de krant, dus in dit verhaal heet hij Karel. Bemiddelaar Hans te Brake neemt hem op en tuurt de woonkamer in. Achter in de kamer ligt een halter met gewichten eraan. ‘Mogen we gaan zitten?’, vraagt Te Brake.

Karel drentelt heen en weer terwijl de bemiddelaars gaan zitten. ‘Ik merk dat het je hoog zit’, zegt Te Brake. Karel zucht. ‘Mag mijn vriendin erbij zijn?’, vraagt hij. ‘Voor het geval ik niet uit mijn woorden kom?’ De bemiddelaars vinden het goed.

‘Het is allemaal begonnen toen onze kleine werd geboren’, begint Karel. ‘Wanneer we de ramen openzetten, kwam de kat van de buurvrouw in het bedje pissen. Niet één keer maar tig keer. Toen heb ik tegen de buurvrouw gezegd: ‘Hou die kat toch binnen.’ Maar dat deed ze niet. Tegenwoordig heeft ze ook honden. De grootste laat ze elke dag bij mij voor de deur plassen, tegen het muurtje dat daar staat. Of tegen mijn brommer.’

Te Brake: ‘En wat doe je dan?’

Karel: ‘Dan zeg ik: ‘Buurvrouw, moet dat nou zo?’ Maar ze zegt niks terug. Ze gooit die eigenwijze kop in de wind.’

De vriendin van Karel: ‘Of ze zegt: ‘Errug, hè?’’

50 procent van de buren heeft enge buren, meldde het Simplisties Verbond in de jaren tachtig. Zo erg als Van Kooten en De Bie het stelden is het niet, maar vrijwel elke grote en middelgrote gemeente heeft tegenwoordig teams van buurtbemiddelaars om ruzies tussen buren glad te strijken.

Het idee achter buurtbemiddeling is afkomstig uit Amerika. In Nederland gingen de eerste teams in 1996 aan de slag. Inmiddels lopen er meer dan honderdvijftig projecten met meer dan zestienhonderd vrijwilligers. De bemiddelaars functioneren niet als een soort rijdende rechters, want daarvan gruwen ze. ‘De rechter wijst een winnaar aan. De ander blijft ongelukkig achter. Wij willen dat beide partijen gelukkig de deur uit gaan’, zegt Yolande Donker Duyvis, de projectleider van Buurtbemiddeling Deventer. ‘Het gaat er niet om wie er gelijk heeft. Het gaat erom een einde te maken aan de wrok, de boosheid en het conflict.’

De onvrede van Karel met zijn buurvrouw lijkt onoplosbaar. Niet alleen laat zij haar hond bij hem voor de deur urineren, het beest piest ook achter tegen zijn hek. ‘Terwijl er hekken zat zijn. Het ergste is dat mijn rust is verstoord. Zodra ik haar voordeur hoor, loop ik naar het raam en zie ik die hond daar weer zitten zeiken. Het lijkt wel pesterij. En dan heb ik het nog niet over het gekef en geblaf van die beesten, het gebonk op de trap van haar kinderen en de manier waarop ze altijd naar mijn huis loert. Dan denk ik: meisje, meisje, meisje.’

Te Brake: ‘Je lijkt me een heel redelijke buurman.’

Karel draait onrustig op zijn stoel: ‘Nou, ik heb weleens gedacht dat ik zou zorgen dat ze hier wegging.’

Te Brake: ‘Ben je wel eens bang dat het uit de hand loopt?’

Karel: ‘Nee. Ik zal niet naar binnen lopen om haar wat aan te doen als je dat soms bedoelt.’

Te Brake gooit het over een andere boeg. Hij gaat terug naar de tijd dat Karel en zijn buurvrouw nog redelijk contact hadden. Op verzoek van de buurvrouw liet Karel een boom weghalen omdat die alle zon wegnam en de bladeren precies in haar tuin vielen. In het begin hebben ze ook samen een schutting geplaatst. Want zij wilde privacy, en hij wilde niet dat zijn kinderen zagen dat buurvrouw topless lag te zonnen. Maar tegenwoordig kunnen ze geen normaal woord wisselen. Hoe dat komt? De buurvrouw haalt haar neus voor hem op, vermoedt Karel. ‘Wij hebben niet zo’n hoog IQ’, legt zijn vriendin uit.

Het is moeilijk om níét met Karel mee te voelen. Maar de bemiddelaars moeten neutraal zijn en onbevooroordeeld. Ze maken een ommetje in de motregen om hun hoofd leeg te maken voordat ze naar de buurvrouw gaan, met wie ze diezelfde middag een afspraak hebben. De bemiddelaars zijn hoopvol: als beide partijen eenmaal bereid zijn mee te werken zijn ze meestal ook bereid de strijdbijl te begraven.

Buurvrouw Gerda – ook een verzonnen naam, want ook zij ziet haar werkelijke naam liever niet in de krant – is een slanke, modieuze vrouw. Haar kleurige woonkamer is keurig aan kant en ze serveert thee met chocolaatjes. Ondertussen roept ze haar twee honden tot de orde. Tevergeefs. De twee vuilnisbakken – een groot en een klein – vechten luid blaffend en keffend om een kussen. De donsvlokken dansen door de kamer.

Gerda wil eerst weten wat de buurman heeft gezegd. ‘Wij gaan niet navertellen wat uw buurman heeft verteld’, zegt bemiddelaar Van de Pol. ‘We komen uw kant van het verhaal horen.’

Gerda: ‘Het gaat zeker over de honden?’

Bemiddelaar Van de Pol: ‘U heeft er samen toch wel eens over gepraat?’

Gerda: ‘Hij heeft wel eens wat over de schutting geschreeuwd, ja. Maar wat is het nou?’

Van de Pol: ‘In het begin hadden jullie gewoon burencontact.’

Gerda: ‘We zeiden elkaar gedag, maar daarmee had je het wel gehad. Hij heeft een levensstijl die ik niet kan waarderen.’

Te Brake: ‘Je hoeft ook niet bevriend te raken of bij elkaar over de vloer te komen.’

Gerda haalt diep adem: ‘Een jaar of wat geleden stond hier op een avond politie in de straat. Bleek dat de buurman zijn huis had omgebouwd tot een wietplantage. Ik hoor een van die agenten zeggen dat het een wonder was dat de boel niet was ontploft. Dat mijn gezin aan een ramp was ontsnapt. We hebben jaren naast die wietplantage geslapen, terwijl de buurman zelf elders sliep.’

Het verhaal overvalt de bemiddelaars. ‘Ik ben er een beetje stil van’, zegt Te Brake.

Gerda: ‘Ja, dat heeft buurman jullie zeker niet verteld? En – ik weet dat het niet helemaal eerlijk is – maar zij hebben een uitkering en gaan elke dag naar de bakker warme croissantjes halen. En zij hebben een auto voor de deur staan. Ik werk, maar ik kan dat allemaal niet betalen. Nou ja, na die politie-inval was ik er klaar mee. Wilde ik niet meer normaal tegen hem doen.’

Te Brake: ‘Toch wil de buurman met je praten over dingen waarvan hij last heeft. Je laat je hond plassen op zijn terrein.’

Gerda: ‘Dat is één keer gebeurd.’

Te Brake. ‘We hopen eigenlijk dat je bereid bent met de buurman in gesprek te gaan.’

Gerda: ‘Als hij het wil, wil ik ook wel. Maar als ik mijn hond moet wegdoen, heeft hij een kwaaie aan mij. En als ik ga schreeuwen moeten jullie ingrijpen.’

Te Brake. ‘Ik begin er een beetje vertrouwen in te krijgen.’

De buurtbemiddelaars in Deventer krijgen jaarlijks ongeveer honderd zaken voorgelegd, in zowel de huur- als de koopsector. In dertig gevallen weigert een van de partijen mee te werken en staan de bemiddelaars machteloos. Meestal zijn beide partijen bereid tot een gesprek en wordt de zaak opgelost. Ook landelijk is de succesratio ongeveer 70 procent. Yolande Donker Duyvis is de enige betaalde kracht van Buurtbemiddeling in Deventer, een initiatief van de woningbouwcorporaties, de gemeente, de politie en een welzijnsorganisatie.

Zij verklaart het succes uit de kwaliteit van de bemiddelaars, die getraind worden door professionals. ‘Ze zijn neutraal en dat voelen de burgers die hun hulp inroepen.’

Drie weken later. Het buurthuis heeft een kamertje geregeld waar Karel en Gerda elkaar treffen. Hij heeft zijn vriendin bij zich. En zij heeft een buurtbewoonster meegenomen met wie ze goed kan opschieten. Grote thermoskannen koffie en thee staan klaar. Gerda zit met een wit, strak gezicht aan tafel. Karel friemelt met zijn handen. Het gaat over de boom die er al jaren niet meer staat. Over de kat van Gerda die bij Karel binnen piste. ‘Die dingen zijn allemaal opgelost’, zegt Gerda vol ongeduld. ‘Waar gaat dit over?’

Karel: ‘Dat geplas voor mijn deur.’

Het gezicht van Gerda gaat op slot. ‘Is dat nou zo’n ramp?’, zegt ze zwaar zuchtend.

Karel: ‘Ja. Het stinkt. En dat is precies ons probleem. Ik heb een klacht, jij gaat zuchten en je draait je weg; het is net alsof je wilt zeggen: ‘Lul jij maar raak.’’

Gerda: ‘Alsof ik tegen die hond zeg: ‘Wil je alsjeblieft bij de buurman plassen?’’

De vriendin van Gerda komt tussenbeiden. ‘Zo komen jullie er nooit uit. Als de buurman dat zo belangrijk vindt, moet je die hond ergens anders uitlaten.’

Gerda: ‘Dan komt er wel weer wat anders waarover meneer gaat klagen.’

Haar vriendin geeft niet op. ‘Dat is maar de vraag.’

Gerda voelt zich in het nauw gedreven. ‘Ik zal mijn best doen om Kaspar ergens anders te laten plassen. Klaar!’ De sfeer is om te snijden.

De bemiddelaars besluiten tot een time-out. Gerda krijgt het advies uit te leggen dat ze nog altijd boos is over die wietplantage. Dat werkt, want opeens krijgt de aardige kant van Gerda de overhand. ‘Buurman, je hebt gelijk met dat muurtje. Ik zal zorgen dat Kaspar daar niet meer plast. Maar er zit meer achter. Jij hebt toen met die wietplantage met mijn leven en dat van mijn gezin gespeeld. Vanaf die tijd ben ik heel boos.’

Karel weet even niet waar hij het zoeken moet. ‘Dat was toch eenmalig?’ Hij snapt niet dat ze over zijn wietplantage begint. Hij is gepakt en bestraft. Zijn buurvrouw heeft nooit ergens last van gehad. Dus waar klaagt ze over?

Het zal nog ruim een half uur duren voordat Karel de woede van Gerda begrijpt. Dat ze hem daarom negeert. Dat ze niet zomaar naar zijn huis loert, maar dat ze bang is dat hij weer opnieuw hennep gaat telen.

Dan is de kou uit de lucht. De bemiddelaars pakken de papieren erbij om de afspraken officieel op papier te zetten. Karel geeft de garantie dat hij nooit meer een wietplantage begint. Gerda belooft dat ze Kaspar ergens anders zal laten plassen. Terwijl alle betrokkenen hun handtekening zetten, kletsen de voormalige opposanten even bij. Over de oudste dochter van Gerda die in het buitenland werkt, over de buurt, over de nieuwste tattoo van Karel. ‘We gaan’, zegt bemiddelaar Te Brake. ‘Voordat het ál te gezellig wordt.’

Over zes weken krijgen beide buren een telefoontje van de bemiddelaars. Die willen tegen die tijd weten of de afspraken inderdaad worden nageleefd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden