Buurlanden geven veel meer geld uit aan scholing, blijkt uit OESO-rapport Nederland besteedt relatief weinig aan onderwijs

Nederland geeft nog altijd minder geld uit aan onderwijs dan de omringende landen. Terwijl landen als Denemarken, Duitsland en Frankrijk gemiddeld 5,9 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) aan scholen afdragen, besteedt Nederland slechts 4,9 procent aan onderwijs....

Van onze verslaggeefster

ZOETERMEER

Dit blijkt uit het jaarlijkse rapport van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), dat maandag is gepresenteerd.

Gedurende de laatste vijf jaar blijkt de positie van Nederland nauwelijks verschoven. 'De uitgaven zijn sober maar doelmatig', zegt een ambtenaar van het ministerie van Onderwijs.

De rijksuitgaven per basisschoolleerling liggen 11 procent onder het OESO-gemiddelde, de uitgaven per leerling van het voortgezet onderwijs 12 procent en de uitgaven per student maar liefst 25 procent. De 25 procent achterstand voor het hoger onderwijs is enigszins verklaarbaar doordat de Verenigde Staten erg veel geld uitgeven aan hun universiteiten, en het gemiddelde omhoog duwen.

Ondanks de Nederlandse soberheid scoren Nederlandse scholieren en studenten boven het OESO-gemiddelde.

Met uitzondering van de Verenigde Staten kan Nederland bogen op de grootste deelname aan het hoger onderwijs (45 procent). Van die studenten haalt 70 procent ook daadwerkelijk een diploma. Alleen de leerlingen in Duitsland en Groot-Brittannië doen het beter.

Van de Nederlanders kan een groot percentage redelijk lezen en schrijven (65 procent van de volwassen bevolking). In Zweden is het aandeel geletterden nog groter: 75 procent.

België en Duitsland volgen op de voet, met ongeveer 60 procent. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is 50 procent van de volwassenen in meer of mindere mate analfabeet.

Op de Belgen na zullen Nederlandse vijfjarigen ook de langste tijd op school doorbrengen. Een Nederlands kind gaat 17,5 jaar van zijn leven naar school, het gemiddelde OESO-kind heeft een verblijfsduur van 16,4 jaar. In Nederland zit 95 procent van de jonge mensen 14 jaar op school, terwijl het OESO-gemiddelde 12 jaar is.

Van de jongeren die na het voortgezet onderwijs de schoolbanken verlaten, vindt een relatief groot deel in korte tijd een baan. Denemarken spant de kroon met 78,1 procent werkende jongeren tussen de 20 en 24 jaar, Nederland staat met 76,5 procent op de tweede plaats.

De werkloosheid onder Nederlandse jongeren is laag (6,6 procent) vergeleken bij de andere OESO-landen (gemiddeld 15,4 procent).

Het computerbestand op Nederlandse middelbare scholen is vergeleken met andere OESO-landen van gemiddelde omvang. Nederlandse scholen hebben 3,8 computers per honderd leerlingen. (1 computer per 26 scholieren). In Groot-Brittannië staan 9,1 computers per honderd leerlingen.

De Nederlandse leraren geven in vergelijking met buitenlandse collega's relatief veel uren les, en ze hebben aanzienlijk meer leerlingen in de klas. Toch verdienen ze niet meer dan leraren in de buurlanden.

De salarisontwikkeling van Nederlandse leraren in de eerste 15 jaar van hun loopbaan loopt zelfs achter bij die van leraren in de andere OESO-landen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden