Butters route naar Spelen gaat via een luchttent

AMSTERDAM - Michel Butter heeft een tent opgezet in zijn hotelkamer in Boston. Een hoogte-simulatietent. Onder het doek is de lucht net zo ijl als op de Keniaanse en Mexicaanse hoogvlakten, waar hij afgelopen maanden veel heeft getraind.

De tent kan volgens trainer Guido Hartensveld van cruciaal belang zijn voor de olympische missie van zijn marathonloper. Na eerdere hoogtestages bleek dat Butter zich vier of vijf dagen na terugkeer steevast minder sterk voelde. Zijn lichaam paste zich alweer aan het zeeniveau aan, waardoor het effect verloren ging.

In Boston werd Butter donderdag verwacht voor de persconferentie, vijf dagen voor de wedstrijd. De hoogtetent moet Butters vorm prolongeren. De zogeheten Hypoxico moet garanderen dat het aantal rode bloedlichaampjes in zijn lichaam hoog blijft tot maandag, de dag van de wedstrijd. Dan is zo veel mogelijk zuurstof beschikbaar voor de spieren.

Overdreven? Trainer Hartensveld vermoedt dat de Keniaanse kamergenoot van Butter, Kipyego, raar zal opkijken van de tent. 'Typisch Westers geneuzel' zal die het wel vinden, schrijft de trainer op het weblog van zijn Team Distance Runners.

Voor Butter is de tent het sluitstuk van een minutieuze voorbereiding op de race van zijn leven. Maandenlang heeft hij toegeleefd naar Boston, in de hoop dat hij zich als 26ste Nederlandse atleet (de 13de naoorlogse) kan plaatsen voor de olympische marathon. Hij moet bij de beste acht eindigen en sneller zijn dan 2.12 uur; of sneller zijn dan 2.10 uur. Dat laatste is op het heuvelachtige parcours vrijwel uitgesloten.

Scherpe limiet

De limiet staat scherp. Butter debuteerde vorig voorjaar in Utrecht in 2.17.36. In het najaar verbeterde hij zijn persoonlijk record in Amsterdam tot 2.12.59. Hoewel hij slechts 15de werd, realiseerde hij zich ineens dat de olympische limiet haalbaar was. Eén poging zou hij hebben, dit voorjaar. Hij besloot zich volledig te richten op de kwalificatie, met een uitgekiend plan van hoogtestages en Nederlandse wedstrijden.

In december verbleef hij in het relatief luxe High Altitude Training Centre van de Nederlands/Keniaanse atlete Lornah Kiplagat, in het loopwalhalla Iten. Daar trainden deze winter veel westerse atleten, onder wie Britse medaillekandidaten .

Even daarna sloot Butter zich in Kaptagat voor vijf weken aan bij de topatleten van de Keniaanse trainer Patrick Sang, in een primitief atletenkamp van managers Jos Hermens en Michel Boeting. Daar leefde hij als enige blanke atleet tussen de Kenianen, vele kilometers verwijderd van het dichtstbijzijnde stadje.

Wassen gebeurde met een teiltje koud water. Het toilet was een gat in de grond. Gekookt werd op houtskool, in de openlucht. De gewichten bestonden uit blikjes, gevuld met cement. Het hoofdbestanddeel van de maaltijden was ugali, een dikke brij van maismeel. Dagen bestonden uit eten, trainen en slapen. Om zes uur 's ochtends een warming-up van 45 minuten gold als heel gewoon.

'Back to basics', noemde Butter het, precies zoals Keniaanse wereldtoppers doen. Emmanuel Mutai, vorig jaar de winnaar in Londen, verbleef in hetzelfde kamp.

Trainen met Kenianen

Butter trainde ook met de Kenianen, al zijn veel blanke atleten daar huiverig voor. Zelfs als ze in Kenia wonen, zoals Koen Raymaekers en Hugo van den Broek. Lokale atleten zijn bang voor gezichtsverlies als ze met Nederlanders trainen. Sessies worden daarom wedstrijdjes, in plaats van duurlopen in een beheerst, bewust gekozen tempo.

Butter probeerde toch wat op te steken van de Kenianen en accepteerde het niveauverschil. Soms vertrok hij voor een duurloop met vrouwen. Als de mannen voorbij renden, probeerde hij aan te pikken. Of ze in elk geval in het vizier te houden.

Na Kenia volgde een hoogtestage in het Mexicaanse San Luis Potosi. Dat ligt in dezelfde tijdzone als Boston, waardoor Butter geen jetlag zou moeten krijgen. Dat zou de positieve effecten van deze stage tenietdoen.

Zal dit alles uitmonden in olympische kwalificatie? Butter is optimistisch. Vooral het verblijf in Kaptagat heeft hem geïnspireerd. Een plaats bij de beste acht is op papier haalbaar, al doen vijftien atleten mee met snellere persoonlijke records dan hij. Op de geschoonde lijst, met maximaal drie deelnemers per land, staat hij zevende. Hij lijkt ook snel genoeg om onder 2.12 te lopen. In maart liep hij in Den Haag een halve marathon in 62 minuten.

Een uitgemaakte zaak is het niet. Het weer in Boston is verraderlijk: op het langgerekte parcours hebben de lopers de wind doorgaans mee of tegen. Ook moet Butter vermoedelijk veel alleen lopen, omdat er weinig tegenstanders van zijn niveau zijn.

De marathon zelf blijft het voornaamste obstakel. Het is een ongrijpbare, haast mysterieuze afstand, ook voor de perfectionisten die hem denken te kunnen bedwingen door op hun hotelkamer in een tentje te slapen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden