Buste van Johan Maurits verbannen naar het depot: slavernijdebat gaf de doorslag

Tot september stond in de ontvangsthal van het naar hem genoemde Mauritshuis een borstbeeld van Johan Maurits. Nu is het verbannen naar het depot, en dat nieuws veroorzaakte veel verontwaardigde reacties. Premier Rutte bijvoorbeeld waarschuwde voor een nieuwe 'beeldenstorm' - en bond op zondag 21 januari weer in. Wat zat er achter het verplaatsen van de buste van Johan Maurits? Lees het in dit artikel.

Het Mauritshuis in Den Haag. Beneden: een beeldje van Johan Maurits dat er na de verwijdering van de buste nog steeds staat. Foto Freek van den Bergh / de Volkskrant

Al een maand of vier staat de buste van Johan Maurits van Nassau-Siegen - van 1637 tot 1644 gouverneur van de Hollandse kolonie in Brazilië - niet meer in de ontvangsthal van het naar hem vernoemde Mauritshuis. Tamelijk onverhoeds en in stilte werd het overgebracht naar het depot. 'Niemand heeft er bij mijn weten opmerkingen over gemaakt', zegt hoofd marketing Koen Brakenhoff, staand op de plek waar de Oranjetelg tot september 2017 de bezoekers begroette.

Tot nu toe. Vorige week stelde kunsthistoricus en conservator Imara Limon in de Volkskrant goedkeurend vast dat het borstbeeld was verwijderd als verlaat blijk van afkeuring van het veronderstelde aandeel van Johan Maurits in de slavenhandel. Vervolgens wijdde NRC Handelsblad er een stukje aan, en verklaarde het Mauritshuis alsnog dat de 'verplaatsing' van de buste voortvloeide uit 'de groeiende maatschappelijke discussie over hoe we in Nederland (en in musea) omgaan met het slavernijverleden'.

Er is vorig jaar geen ruchtbaarheid aan gegeven omdat een museum zich nu eenmaal voortdurend aan veranderende maatschappelijke opvattingen aanpast, zegt Brakenhoff. 'Daar zijn we een museum voor. We vinden het niet nodig om elke tussenstand breed uit te meten.'

Welnu: dat doen anderen wel voor hem. Gebruikers van de sociale media ontstaken in woede over de 'beeldenstorm' die zich in het Mauritshuis zou hebben voltrokken. De Kamerleden Antoinette Laan (VVD) en Martin Bosma (PVV) hebben aangekondigd met minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur) over deze kwestie in de debat te gaan. 'Er is een totaal verkeerde beweging gaande', zei Laan in De Telegraaf. 'We importeren de Amerikaanse trend tot overgevoeligheid.'

Daarmee wordt de verwijdering van de buste ten onrechte gereduceerd tot een politiek gebaar, zegt Brakenhoff. 'We hadden namelijk ook andere redenen voor haar verplaatsing. Het gaat om een replica van composietmarmer, naar het originele borstbeeld uit 1664. Voor ons is het meer een meubelstuk dan een kunstvoorwerp. Er waren dus ook geen sterke kunsthistorische argumenten voor de handhaving van zijn oorspronkelijke plek.'

Lees verder onder de foto

Het borstbeeld van Johan Maurits. Foto Beko / Wikimedia
Een beeld van Johan Maurits Foto Freek van den Bergh / de Volkskrant

Maatschappelijk debat

Maar, geeft Brakenhoff toe, het maatschappelijk debat over het slavernijverleden gaf bij de beslissing de doorslag. Naast Imara Limon uitten Anousha Nzume, auteur van het boek Hallo witte mensen, en columnist Zihni Özdil - thans Kamerlid voor GroenLinks - kritiek op de 'onzichtbaarheid van de schaduwkanten van de vaderlandse geschiedenis' in het Mauritshuis.

'Dat gaf ons wel te denken', geeft Brakenhoff blijmoedig toe. 'We waren heel lang zoekend naar een evenwichtige presentatie van onze collectie. Door de kritiek waaraan we kwamen bloot te staan, is dat proces in een stroomversnelling geraakt.'

Het resultaat heeft zelfs Zihni Özdil enigszins verrast. 'Mij was het vooral te doen om aanpassing van de teksten bij de tentoongestelde stukken', zegt hij, blauwbekkend zonder overjas voor het Mauritshuis. 'Teksten waaruit blijkt dat Johan Maurits niet alleen een kunstminnende bestuurder was, maar dat hij zich ook verrijkte ten koste van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Maar van de verwijdering van standbeelden ben ik geen voorstander. Integendeel. Als je een standbeeld verwijdert, begraaf je het verleden in plaats van erover te praten.'

J.P. Coen

De J.P. Coenschool, een openbare basisschool in de Indische Buurt in Amsterdam, verandert binnenkort van naam. 'Die strookt niet meer met de kernwaarden die wij hebben', zegt directeur Sylvie van den Akker. Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) was gouverneur-generaal van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in toenmalig Nederlands-Indië. Historici zijn het vrijwel unaniem met elkaar eens dat hij daar een bloedig koloniaal bewind voerde. ANP

Dat is in het Mauritshuis niet gebeurd, verzekert Brakenhoff. 'Het is zo jammer dat het nu om een verdwenen buste gaat terwijl er elders in het museum veel meer en veel evenwichtiger aandacht wordt besteed aan Johan Maurits.' Daarbij doelt hij op de teksten van de audiotour die de licht- en schaduwkanten van de gouverneur belichten. Hoe schaduwrijk de conduitestaat van Johan Maurits precies is, weet Brakenhoff ook niet. 'We hebben historici van de Universiteit Leiden dan ook gevraagd zich nader te verdiepen in de rol die hij heeft gespeeld in Nederlands Brazilië, en dus ook in de slavernij.'

'Maar Johan Maurits is kennelijk al schuldig verklaard', concludeert emeritus hoogleraar Piet Emmer, wiens boek Het zwartwit-denken voorbij onlangs verscheen. 'Getuige de verbanning van zijn buste naar het depot. Een vreemde geste van het Mauritshuis, want ik zie werkelijk niet in waarom Johan Maurits zou moeten worden gestraft. Hij was geen eigenaar van een plantage of van een suikermolen, en hij heeft geen vermogen verdiend aan de slavenhandel, simpelweg omdat de West-Indische Compagnie daarop verlies leed. Hij kwam alleen niet op de gedachte de slavernij af te schaffen, maar daarin was Johan Maurits een kind van zijn tijd. Dat is geen vergrijp dat de verwijdering van zijn buste rechtvaardigt.'