Bushalte

Bushaltes zijn er in soorten en maten. Soms alleen een paal met een geel bord, soms een hokje erbij om in te wachten....

Je kunt er van houden.

Gisteren reed ik vlak bij Garderen op de Veluwe tegen een halte aan die eenzaam op een groot parkeerterrein stond, naast de kruising van twee wegen, de N 310 en de N 344. Bij het terrein hoorde ook een naam: transferium Wittenberg. Ik dacht meteen aan de vermoorde weduwe van Deventer en Maurice de Hond, die ik ooit op de radio hoorde vertellen over de aangrijpende ziekte van zijn zoon en hoe die jongen zich daardoorheen slaat. Ik reed, toen ik De Hond dat hoorde vertellen, door de Flevopolder, ergens in de buurt van Swifterbant, maar dat doet er verder helemaal niet toe. Het was in ieder geval een verhaal dat is blijven hangen.

Het transferium Wittenberg is bedoeld voor carpoolers en mensen die hier hun auto parkeren en dan per bus verder reizen. Het is een knooppunt van lijnen, te weten: lijn 102 die Apeldoorn met Amersfoort verbindt, lijn 107 die tussen Ede en Putten rijdt, lijn 651, Ede - Apeldoorn, lijn 657, Voorthuizen - Apeldoorn en lijn 676, Elspeet - Amersfoort. Als al die bussen allemaal tegelijk aankomen, is er nog ongelofelijk veel ruimte op het terrein over.

En dan het bushokje.

In eerste instantie deed het denken aan een Amerikaanse diner uit de jaren vijftig. In tweede instantie aan een jukebox en daarna aan oude bioscoopgevels en lichtreclames. Het is een klein glazen huisje met zes zitplaatsen, van die krukken uit Amerikaanse diners. Op het dak van het huisje staat een rood-wit-blauwe constructie met daarop grote, swingende letters Short Story.

Ik trapte op de rem.

Elders op het onafzienbare parkeerterrein hingen twee jongens op een bankje. Ze konden me niet vertellen hoelang deze halte er al stond, ook al namen ze hier iedere dag de bus. Ik keek om me heen en zag een klok die stilstond op twee minuten voor 6. Voor de jongens leek het me twee minuten voor 12. Ik keek op mijn horloge en zag dat het twee minuten over 12 was en ik probeerde vergeefs een verband tussen de verschillende tijdstippen te leggen. De jongens keken me ondertussen ongeïnteresseerd aan. Het valt ook niet mee om vanuit Stroe naar Wittenberg te fietsen en daar de bus naar Amersfoort te nemen.

Ik liep naar het haltehuisje, dat behalve de schitterende krukken ook nog twee luidsprekerboxen en een paneel bevatte. Daarop kon via een knop een keuze worden gemaakt uit diverse korte reisverhalen uit de wereldliteratuur, van auteurs als Victor Hugo, Lewis Carroll, Jules Verne, Kurt Tucholsky, Louis Couperus en Daniel Defoe. Het begon me langzaam te dagen dat ik me in een kunstwerk bevond. En ik drukte op De Elektricien van Carry van Bruggen. Een stem begon te vertellen, maar ik kon mijn aandacht er niet bij houden. Misschien had ik net even geen behoefte aan Carry van Bruggen – van wie ik overigens nooit iets heb gelezen, dus het was wel weer een uitgelezen kans om met haar werk kennis te maken.

Maar ja, Carry kwam niet binnen.

Waar had ik dan wel behoefte aan? Niet aan een kort verhaal, hoe mooi ook gepresenteerd, hier in the middle of nowhere, maar aan hogere temperaturen, rokjesdag en kroketten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden