Bush in Kermis van IJdelheden

Ooit plachten mannen van zekere standing het lezen van Playboy te rechtvaardigen met het argument dat de interviews in het blad van zulke eminente kwaliteit waren....

Zo kun je met recht en reden Vanity Fair aanprijzen vanwege de bijzondere in-depth features die het blad bijna elke maand bevat. Het blikveld is ruim. Je kunt in het blad een portret van een zakenimperium aantreffen, maar ook de reconstructie van een geruchtmakende moordzaak. Er kan het netwerk van een nieuwe generatie kunstenaars worden blootgelegd, maar ook een politiek schandaal worden uitgespit. De verhalen zijn vaak subliem geschreven en met een scherp oog voor de golfbewegingen in het maatschappelijk en cultureel klimaat van de Verenigde Staten.

Voor velen zal de voornaamste reden om Vanity Fair te kopen echter toch een andere zijn, namelijk de overweldigende glamour. Vooral de glamour van de film- en entertainmentwereld, zoals vastgelegd door Annie Leibovitz, Herb Ritts en andere topfotografen. Het blad - dat al in 1868 het levenslicht zag, maar ook vele jaren een slapend bestaan heeft geleid - heeft daarmee zo'n reputatie opgebouwd, dat het tegenwoordig bijna alle Hollywood-iconen weet te charteren voor een fotosessie. Omgekeerd mogen jonge acteurs en actrices als een rijzende ster worden beschouwd wanneer ze waardig zijn bevonden voor een plaats in de pagina's van Vanity Fair.

Inmiddels strekt de faam van het blad zich ook uit naar andere terreinen. Op 3 december 2001 om precies tien minuten over negen namen zeven mensen plaats in de Cabinet Room van het Witte Huis: president George Bush, vice-president Dick Cheney, minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, minister van Defensie Donald Rumsfeld, stafchef Andrew Card, nationaal veiligheidsadviseur Condoleeza Rice en CIA-directeur George Tenet. Kortom, de absolute top van de Amerikaanse regering. Ze verzamelden zich niet voor politiek beraad, maar omdat daar de camera stond van Annie Leibovitz. De rest van de dag kreeg zij de gelegenheid om de zeven Amerikaanse hoofdrolspelers in de War on Terrorism plus nog een aantal sleutelfiguren in Witte Huis en kabinet apart te fotograferen.

Het resultaat is te vinden in het februari-nummer van Vanity Fair: een exclusieve fotoreportage onder de titel War and Destiny. De portrettengalerij heeft een precedent: tien jaar eerder, kort na de Golfoorlog, mocht dezelfde Leibovitz fotograferen in het Witte Huis van George Bush senior. Maar de complete groepsfoto die nu de uitklapbare cover van het blad siert, was er toen niet bij.

Leibovitz' portretten gaan vergezeld van een interessant, zij het iets te flatteus essay van Christopher Buckley over de nieuwe vastberadenheid van president Bush na de terreuraanslagen en de oorlog in Afghanistan. Het is een stuk dat je leest, maar niet zal herlezen. Naar de foto's van Leibovitz kijk je vele malen.

Waarom hebben de kopstukken van de regering-Bush tijd vrijgemaakt om voor haar camera te poseren? Omdat het in de 21ste eeuw niet alleen om kracht gaat, maar ook om het beeld van kracht, schrijft de hoofdredacteur van Vanity Fair, die in dit verband zijn eigen blad karakteriseert als de 'High Sierra of Public Image'. Grote woorden, maar met polderpraat kom je nu eenmaal niet verder dan de tweede man van het Pentagon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden