Bush heeft V-raad nu niet meer nodig

Zolang de oorlog werd voorbereid had Bush weinig te verliezen bij een gang naar de VN. Nu de troepen klaar staan, is ze irrelevant geworden, meent Paul Aarts....

De komende dagen en weken zijn alle ogen gericht op de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Premier Blair en president Bush hebben laten weten begin maart, na het volgende verslag van de wapeninspecteurs, een nieuwe resolutie in te dienen. Sommige Britse media berichtten dat Blair bereid zou zijn de stemming over de resolutie pas half maart te houden.

Hoe dan ook, de tekst van de nieuwe resolutie moet 'simpel' zijn, zo meldden de woordvoerders. Een meerderheid van de Veiligheidsraad moet zich erin kunnen vinden en een Frans veto moet coûte que coûte worden voorkomen.

Dit alles wekt de schijn dat het diplomatieke gesteggel binnen en buiten de Veiligheidsraad het moment bepaalt waarop de oorlog tegen Irak begint. Niets is minder waar. De Amerikaanse regering beweert weliswaar dat oorlog onvermijdelijk is omdat de inspecties 'uitgeput' zijn, maar in feite is het andersom. De inspecteurs konden hun gang gaan zolang ze geen drempel opwierpen tegen de Amerikaans/Britse militaire voorbereidingen voor een oorlog.

Nu bijna het moment is aangebroken dat de troepenopbouw compleet is, kunnen de inspecteurs inrukken. President Bush had ook weinig te verliezen bij zijn gang naar de VN ofschoon hij niet moe werd te herhalen dat het eigenlijk een nutteloze exercitie was. Het zou hooguit de Verenigde Staten binnenslands en elders in de wereld wat meer krediet geven; echt nodig oordeelde hij dat niet.

De timing van de oorlog heeft nauwelijks iets te maken met de uitkomst van de beraadslagingen in de Veiligheidsraad, maar veeleer met het moment waarop in de schoot van de Amerikaanse regering zelf het besluit werd genomen over het soort oorlog dat gevoerd zou moeten worden. Het is vrijwel zeker dat Bush het besluit om Irak aan te vallen al heeft genomen vlak na 11 september 2001 (en zeker vóór zijn uitspraak over de 'as van het kwaad' in februari 2002). Begin 2002 al had generaal Tommy Franks, bevelhebber van U.S. Central Command (Centcom), de opdracht gekregen een begin te maken met de oorlogsvoorbereidingen (onder andere door gesprekken te voeren met leiders in de Golfstaten).

Kort daarna echter deed zich een botsing voor met het Pentagon over de te voeren strategie. Het koppel Rumsfeld-Wolfowitz, respectievelijk minister en vice-minister van Defensie, was niet gecharmeerd van een 'conservatieve' militaire strategie, zoals voorgestaan door generaal Franks en anderen. Het Pentagon was voorstander van een relatief kleine invasiemacht (zo'n vijftig- tot vijfenzeventigduizend man), min of meer volgens het Afghanistan-'recept', inclusief de inzet van Amerikaanse special forces en proxy armies bestaande uit Koerden en shi'ieten.

Op zijn beurt stuitte dit plan echter op hevig verzet van de generaals, bang als men was dat een kleine interventiemacht niet op zou kunnen tegen de Iraakse troepen. Zij stelden dan ook een omvangrijke interventiemacht voor van zo'n tweehonderd- tot tweehonderdduizend man. Deze formule kreeg al snel het etiket 'Desert Storm Lite' opgeplakt. De gehele zomer van 2002 debatteerde men in Washington over de voors en tegens van beide plannen. Eind augustus hakte president Bush tenslotte de knoop door: de 'conservatieve' formule had het gewonnen.

Vanaf dat moment werd een begin gemaakt met de troepenopbouw. Gebaseerd op ervaringen uit de vorige Golfoorlog (1991) wist men dat dat de nodige tijd zou kosten: minimaal zes maanden. Een eenvoudige rekensom leert dan dat de oorlog niet eerder zou kunnen beginnen dan eind februari of begin maart.

Toen minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell een tijd geleden zijn ontevredenheid uitte over de trage besluitvorming in de Veiligheidsraad was hij dan ook niet oprecht. Niemand beter dan de ex-generaal zelf wist immers dat het toen nog te vroeg was voor een oorlog. Die zou op zijn vroegst ergens in februari kunnen beginnen.

Nu pas, tijdens de huidige beraadslagingen, speelt minister Powell open kaart als hij klaagt over het slakkentempo van de diplomatieke beraadslagingen. De legers zijn namelijk zo goed als klaar voor de strijd en veel langer wachten hoeft niet meer. De oorlog kan beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.