Opinie

'Burgersysteem voor vliegtuiglawaai net zo goed als systeem overheid'

Het burgermeetnet voor vliegtuiglawaai kan wedijveren met het systeem van Schiphol, zo blijkt uit een recent onderzoek. Het is goedkoper en dient de belangen van bewoners beter. Daarom zou de overheid dit geslaagde voorbeeld van innovatieve burgerparticipatie moeten overnemen, vindt Matt Poelmans van Overheid 2.0.

Spotters kijken naar de landing van de Airbus 380 van Emirates, begin juli.Beeld ANP

De luchtvaart is een belangrijke economische sector, maar veroorzaakt ook aanzienlijke milieuschade. Om een evenwicht te vinden tussen 'operatie' en 'omgeving' is in 2008 het Alders Akkoord afgesloten. Daarin is vastgelegd dat Schiphol selectief mag groeien op voorwaarde dat de geluidshinder wordt beperkt.

De maximaal toegestane geluidsbelasting is vastgelegd in grenswaarden voor 35 handhavingspunten rondom Schiphol, die samen de 58 decibel geluidscontour vormen om het binnengebied. Op grond van de wet wordt die geluidsbelasting echter niet gemeten, maar berekend als de gemiddelde geluidsproductie van vliegtuigen.

Maar zo'n fictieve berekening zegt niets over de plek waar die hinder zich feitelijk voordoet of hoe hoog de pieken zijn. Bovendien is door de groei van Schiphol het gebied waar hinder zich voordoet veel groter geworden. Met name het buitengebied krijgt veel meer overlast te verduren.

Meten is weten
Omdat in dat buitengebied geen handhavingspunten staan, hebben bewoners in de Leidse regio zelf een meetnet ontwikkeld, Geluidsnet geheten. De meetposten daarvan bestaan uit een microfoon op hun dak die via hun pc permanent data doorgeeft aan een centrale server. Die server vergelijkt die met de data van andere meetposten en produceert real time online grafieken van het ter plaatse gemeten geluidsniveau.

Een probleem voor alle meetsystemen is om vliegtuiggeluid te onderscheiden van omgevingsgeluid. Zoals iedereen kan horen, maakt een passerende brommer soms evenveel lawaai als een overkomend vliegtuig. Geluidsnet gebruikt slimme detectie-software gebaseerd op gedistribueerde netwerktechnologie. Simpel gezegd: Wanneer onder de vliegroute een serie microfoons wordt geplaatst die een bepaald geluidsniveau meten dat zich bijv. met 300 km per uur verplaatst, dan is de kans dat het een brommer is erg klein, dus dan moet het wel een vliegtuig zijn.

Wie van de drie
Onlangs is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de drie systemen die rond Schiphol in gebruik zijn om vliegtuiggeluid te meten: NOMOS van Schiphol, Luistervink ontwikkeld door Amsterdam, en Geluidsnet.

Dat door bureau ARDEA uitgevoerde onderzoek concludeert dat alle drie voldoen: 'De systemen Luistervink, NOMOS en Geluidsnet zijn in staat om vliegtuigpassages te onderscheiden van overig geluid en leggen de geluidsniveaus van deze passages op automatische wijze vast in eigen opslagsystemen. De systemen genereren daarmee data die bruikbaar is voor informatie aan omwonenden over optredende geluidsniveaus en geluidsbelasting.'

De keuze voor het ene of het andere systeem hangt af van wat de opdrachtgever ermee wil. Geluidsnet is door het veel grotere aantal meetpunten (100) en de spreiding ervan (ook in het buitengebied) beter in staat de lokale hinder precies te meten. Voor de bewoners is dit een goed instrument om de gevolgen van de verschuivingen in baangebruik en het verleggen van vliegroutes in kaart te brengen. Luistervink (8 punten) kan dat niet door het geringe aantal, en NOMOS (29) ook niet om dezelfde reden plus de relatief hoge detectie-drempel.

Merkwaardigerwijs ontbreekt in het onderzoek informatie over de kosten. Een NOMOS-meetpunt kost ongeveer 65.000 euro, Luistervink ca. 35.000 euro en Geluidsnet slechts 3.500 euro.

Open Data
ARDEA beveelt aan dat alle systemen voortaan een detectie-score geven: de verhouding tussen het aantal gemeten passages op een bepaalde locatie en het werkelijke aantal passages in een straal daaromheen. Daartoe is het nodig dat de systemen kunnen beschikken over alle radartracks van Schiphol. NOMOS krijgt die wel, de andere gebruiken het transpondersignaal dat de meeste vliegtuigen afgeven.

Dit is een pleidooi voor Open Data. Door het vrijgeven van publieke gegevens kan de samenleving nieuwe toepassingen ontwikkelen. Voorwaarde is een 'gelijk speelveld', d.w.z. iedereen moet toegang hebben tot dezelfde bronnen. De gebruiker bepaalt dan wat (voor hem) de beste oplossing is. Het vrijgeven van radardata past uitstekend in het het kabinetsbeleid voor Open Data in de publieke sector.

Geslaagd burgerinitiatief
Geluidsnet is ontstaan uit een burgerinitiatief van bewoners in het buitengebied van Schiphol. Het is een innovatief instrument voor burgers die willen opkomen voor hun belangen door middel van eParticipatie. Het kan wedijveren met het officiële systeem, is goedkoper en dient burgerbelangen beter. Wegens het succes is het project ondergebracht in een stichting en uiteindelijk overgenomen door een onafhankelijk bureau. Klanten zijn een groot aantal gemeenten en regionale omgevingsdiensten.

Anders dan de staatssecretaris in zijn rapportage aan de Tweede Kamer beweert, is NOMOS niet beter. Voor zover er verschil is, komt dat omdat hij zijn eigen systeem bevoordeelt en afwijkt van het kabinetsbeleid voor Open Data. Aan een oplettend kamerlid heeft hij dus iets uit te leggen.

Matt Poelmans is verbonden aan Overheid 2.0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden