Burgers helpen burgers: simpel maar het werkt

Ook in Nederland doet het principe opgeld: jonge senioren helpen oudere senioren met klusjes en verdienen zo punten voor hulp aan henzelf. In een Zuid-Duits stadje doen ze het al twintig jaar.

RIEDLINGEN - Vrijwel elke dag rijdt Karl Sandner met zijn bestelbusje door het groene, vriendelijk glooiende land rond het Zuid-Duitse stadje Riedlingen. Hij stuurt de Volkswagen naar Unlingen, naar Daugendorf, naar Pflummern. Verstilde dorpjes zijn het, zonder al te veel leven. Sandner stopt vaak, dan opent hij de achterklep en pakt hij er een doos met een warme maaltijd uit. Hij loopt naar de deur van een huis, belt aan, moet vaak eventjes wachten, maar als de deur eenmaal openzwaait dan wordt hij meestal enthousiast begroet.


'Gruss Gott Herr Sandner, wat eten we vandaag?'


Sandner is 73 jaar oud. Hij ging tien jaar terug met pensioen - in de Ruhestand, zoals ze dat hier zeggen. Jarenlang was hij vertegenwoordiger voor de tabaksindustrie en was hij veel onderweg. Hij hoopte samen met zijn vrouw nog heel wat jaren van de nieuwe vrijheid te genieten, maar dat mocht niet zo zijn. Zijn vrouw overleed vier jaar geleden.


Sinds die tijd rijdt Sandner eten rond voor andere bejaarden, mensen die nog wat ouder zijn en slecht ter been, en die geen lust hebben nog langer voor zichzelf te koken. Uniek is het niet. Net als in Duitsland, bestaan er ook in Nederland talloze van deze 'Tafeltje dekje'-diensten.


Wat bijzonder is aan de dagelijkse autorit van Karl Sandner, is dat hij zich niet in geld laat uitbetalen. Voor elk uur dat hij werkt, krijgt hij een uur op zijn kaart bijgeschreven. Uren die hij later zelf, als hij 'over een jaar of tien' ook behoeftig is geworden, kan 'kassieren'. 'Met mijn uren kan ik dan hulp inroepen zonder dat ik daarvoor hoef te betalen. Sterker, ik gebruik al drie uur per week, want dan komt er een huishoudelijke hulp bij mij thuis.'


Uren incasseren

'Bürger helfen Bürgern' staat er op de zijkant van de VW-bus van Sandner. De Zuid-Duitser is vrijwilliger bij de Seniorengenossenschaft Riedlingen. Een project dat al ruim twintig jaar in Baden-Würtemberg functioneert, en waarbij jonge senioren als Karl Sandner allerhande klusjes opknappen voor meer behoeftige plaatsgenoten. Ze laten zich uitbetalen in uren, die ze zelf later kunnen incasseren.


Zoals Rosemarie Neumann (83) in haar bungalowtje in Plummern. Zelf reed ze in de jaren negentig jarenlang eten rond, nu is ze door haar reuma krom gebogen en aan huis gebonden. Ze is 'nog heel goed bij haar hoofd'. Ze leest veel - in de boekenkast staan de werken van Thomas Mann en Siegfried Lenz, de 'altijd veel te dikke' Die Zeit van deze week ligt op tafel - maar lopen en tillen gaan niet zo goed meer. Nu komt er elke ochtend een vrijwilliger helpen met het bereiden van het ontbijt en allerhande andere klusjes.


Neumann betaalt het werk met de uren die ze ooit verdiende met het rondrijden van het eten. Andere ouderen, die geen uren hebben verdiend met werk voor het Seniorengenossenschaft betalen gewoon voor de diensten.


Het is een systeem dat inmiddels in vele tientallen gemeenten in Duitsland ingang heeft gevonden. Burgers van rond de zestig helpen de oudere burgers van stadje of dorp. Hun loon bestaat er uit dat ze later op hun beurt ook geholpen worden door een nieuwe generatie jonge senioren. Het is uit nood geboren, vertelt de 78-jarige Josef Martin in Riedlingen, die de initiator en bestuursvoorzitter is van het Seniorengenossenschaft-project in Riedlingen.


Hij zag het probleem twintig jaar terug al oprijzen. 'Veel van onze kleinere steden en dorpen lopen leeg. Onze kinderen zijn hoogopgeleid en trekken naar de stad. Ik geef ze geen ongelijk. Er is hier gewoonweg geen werk voor goed opgeleide jonge mensen.' Het gevolg is wel dat de oude familiestructuren zoals die eeuwenlang in stadjes als Riedlingen bestonden, niet langer functioneren.


De kinderen van Gabriele Stümke togen helemaal naar Hamburg, Freiburg en Stuttgart. Zelf verzorgde ze haar vader nog in zijn laatste maanden, maar ze verwacht niet dat haar ver weg wonende en werkende kinderen dat mettertijd ook voor haar zullen doen. 'De maatschappij zit tegenwoordig anders in elkaar en het kan ook niet. Mannen én vrouwen hebben werk.'


Stümke zit samen met Josef Martin in het bestuur van de lokale Seniorengenossenschaft. Zij hebben nog kinderen, maar over het algemeen worden die in het moderne Duitsland te weinig geboren. Het land vergrijst in hoge mate, veel sneller nog dan Nederland. In Riedlingen is 24 procent van de bevolking al ouder dan 65 jaar, en dat percentage stijgt snel.


Stümke: 'En dan hebben we hier ook nog eens te maken met een overheid die steeds meer zorgtaken afstoot. Maar tegelijkertijd ontstaat het probleem dat de meeste kinderen die zorgtaken niet langer op zich kunnen nemen. Ze wonen te ver, hebben een maatschappelijke carrière die niet toestaat dat ze maanden of jaren voor hun ouders zorgen.'


Het massaal wegtrekken van jonge mensen heeft grote gevolgen voor kleine, lokale gemeenschappen. In Riedlingen, gelegen aan de Donau, waarlangs ter plekke toeristische fietspaden lopen, is nog voldoende middenstand en horeca, in de dorpen verderop zijn die door de leegloop niet langer te vinden. 'Hoe moeten de oudere mensen daar hun boodschappen doen?'


Martin: 'We vullen de gaten op die de overheid heeft gecreëerd.' Het idee is simpel. Jonge senioren helpen oudere senioren. Die jongeren laten zich in 'uren' uitbetalen die ze zelf later kunnen incasseren.


Niet dat we hier nu meteen van doen hebben met een geldloze maatschappij. Martin: 'De helpers kunnen er ook voor kiezen om in euro's uitbetaald te worden, er bestaat geen dwang om voor uren te kiezen.'


Inmiddels zijn er 650 leden. De jonge senioren maken schoon, doen de was, gaan mee boodschappen doen, rijden eten rond, schuiven aan voor een praatje. Voor verpleegkundige werkzaamheden zijn er vakkrachten beschikbaar die gewoon betaald worden.


Martin: 'We zijn nu al bijna twintig jaar actief met dit project en we merken dat het werkt. Door onze activiteiten kunnen ouderen hier langer thuis blijven wonen.' Hij haalt er de statistieken bij. Woonde de gemiddelde Riedlinger voorheen de laatste 18 maanden van zijn leven in een tehuis, nu is die periode teruggebracht tot negen maanden. 'De cijfers worden nog beïnvloed door mensen die echt hulpbehoevend worden, die lijden aan dementie, maar ik kan zeggen dat de meeste mensen hier nu thuis sterven. Of pas de laatste weken van hun leven in het ziekenhuis doorbrengen omdat het thuis wonen gewoon niet meer kon.'


Vrijwilligster

Net buiten de oude stadsmuren van Riedlingen woont de 91-jarige Willi Steinhart in zijn aangepaste woning. Hij hoeft, dankzij de activiteiten van de Seniorengenossenschaft, niet in het bejaardentehuis. 's Ochtends komt er een vrijwilligster, Frau Fischer, helpen met aankleden en wassen. 's Middags komen kwieke ouderen als Karl Sandner met de maaltijd langs. 'Het gaat goed zo', zegt de 91-jarige, terwijl hij zich in het zonnetje koestert. 'Ik heb mijn hele leven in Riedlingen gewoond, behalve dan tijdens de oorlog. Toen was ik in Rusland.'


Steinhart hoort zonder gehoorapparaat slecht en kan nauwelijks nog lopen. Hij wijst naar de oude stadswal. 'Vijfentachtig jaar geleden ging ik daar als jochie met de slee naar beneden. Nu ben ik niet langer mobiel. Ik woon driehonderd meter van het centrum, maar daar kan ik op eigen kracht niet langer komen. Maar weet u, dat ik hier nog zo kan wonen, met mijn eigen televisie, mijn krantje, stemt me tevreden.'


Er zitten ogenschijnlijk wel enige haken en ogen aan het systeem. Stel dat je nu tegen de 60 bent, en je begint binnen het Seniorengenossenschaft met het verlenen van hulp. Wie garandeert je dan dat je over twintig zelf daadwerkelijk nog in Riedlingen kunt 'kassieren'?


Zijn er tegen die tijd nog wel, gezien de demografische ontwikkelingen in Duitsland, genoeg jonge senioren om jou te helpen?


Josef Martin glimlacht. Hij heeft deze vraag wel vaker moeten beantwoorden, tot uit Japan kwamen ze al in Riedlingen kijken naar het functioneren van zijn Seniorengenossenschaft. 'Tot 2030, 2040 zal dit systeem werken. Ja, daarna zijn er misschien niet langer genoeg jongere ouderen om het werk te verrichten, wie zal het zeggen. Ik kan niet in een glazen bol kijken.'


Willi Steinhart (91) hoeft niet naar het bejaardenhuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden