Burgers Botswana met 'uitsterven' bedreigd

De kliniek voor aids-patiënten van het Princess Marina ziekenhuis in de Botswaanse hoofdstad Gaborone heet officieel 'kliniek voor besmettelijke ziekten'....

Van onze verslaggever Wim Bossema

Stigma is het sleutelwoord hoe het komt dat uitgerekend Botswana, waar de overheid relatief vroeg begon met aids-voorlichting, nu het land is met de hoogste besmetting met het aids-virus (HIV) in Afrika.

De alarmfase is ingegaan. President Festus Mogae schokte zijn landgenoten een jaar geleden met de waarschuwing: 'Wij worden bedreigd met uitsterven.' Hij leidt persoonlijk de nationale strijd tegen de aids-epidemie. Als eerste land in Afrika verstrekt de regering sinds januari gratis aids-remmers, de antiretrovirale therapie (ARV), aan seropositieven en aids-lijders. Tot hun dood.

Proberen besmetting te voorkomen is niet meer genoeg: Botswana moet de levens van zijn burgers zo lang mogelijk rekken om als volk, natie en economie te overleven.

De respons is nog niet overweldigend, zegt dokter Sharma. De aids-kliniek van zijn ziekenhuis werd bezocht door 1250 patiënten, van wie er achthonderd nu onder behandeling staan; bij ruim tweehonderd van hen is de ziekte daadwerkelijk doorgebroken. 'Het is niets. Het gaat om honderdduizenden besmetten. Dit is de top van een ijsberg. Maar het taboe verdwijnt langzaam en we verwachten een explosie in de toestroom als de mensen beseffen dat ze hulp kunnen krijgen.'

Hij ziet dat moment met angst en beven tegemoet. 'Het systeem kan dat helemaal niet aan: er is niet genoeg personeel, niet genoeg medicijn, niet genoeg geld.' Nu al niet.

De kliniek voor besmettelijke ziekte ligt helemaal achter op het terrein van het moderne ziekenhuis. Een verbazend klein gebouw, gezien de omvang van het probleem. Op een vrijdagmorgen zitten de gangen vol patiënten; sommigen liggen op ziekenhuisbedden. De wachttijd is drie weken, zegt dokter Ndwapi, hoofd van de kliniek. Dat is een succes, tot voor kort moesten nieuwe patiënten zes weken wachten.

De meeste mensen die zich melden, zijn al erg ziek, zegt Ndwapi. 'Dat maakt behandeling extra moeilijk. We zijn erg streng uit angst dat de medicatie niet goed wordt ingenomen. Gelukkig komt bijna iedereen hier ondersteund door familieleden.' Dat zal anders worden, vreest hij, als de grote stroom op gang komt.

Volgens het plan van het Nationale Bureau voor Aids-coördinatie (NACA) zouden in het eerste jaar 19 duizend patiënten moeten beginnen met de ARV-behandeling in heel Botswana. Het waren er in september nog maar 1384, zegt Mathias Chakalisa, de hoogste ambtenaar van het ministerie van Gezondheidszorg. Ook de respons bij een twee jaar geleden begonnen project om zwangere vrouwen en zogende moeders besmet met HIV te behandelen om te voorkomen dat het virus op de kinderen wordt overgebracht is volgens NACA bedroevend: tweeduizend vrouwen.

Zwangere vrouwen weigeren zich te laten testen omdat hun echtgenoten het verbieden, zegt Chakalisa. Bovendien wil niemand graag als eerste worden getest, 'dan wordt je aangewezen als de bron van de besmetting'. Seropositieve moeders blijven ook borstvoeding geven: 'Het is wel begrijpelijk, we hebben dat jarenlang gepropageerd als beter dan flesvoeding.'

Het verstrekken van de medicijnen is een grote operatie. De gebruikers van de aids-remmers moeten onder medische controle blijven om bijverschijnselen tijdig te signaleren. Overal moeten klinieken worden opgezet in ziekenhuizen en bij gezondheidsposten in het land. Botswana, waar 90 procent van de artsen nu al uit het buitenland komt, werft naarstig artsen en verplegend personeel in de omringende Afrikaanse landen, en bijvoorbeeld Cuba. Dat dit voor de buurlanden, die eveneens kampen met een schrikbarende aids-epidemie, desastreus is, daarmee kan Botswana geen rekening houden, zegt Chakalisa.

De regering heeft voor een periode van vijf jaar 200 miljoen dollar ter beschikking. De Gates Foundation heeft 50 miljoen toegezegd voor het extra personeel op de gezondheidsposten; de Amerikaanse medicijnenfabrikant Merck zal voor 50 miljoen aan aids-remmers leveren; de Botswaanse regering betaalt de resterende helft.

Zelfs dat is lang niet genoeg om zieken (hun aantal zal sterk toenemen de komende jaren) in ziekenhuizen te verzorgen. Botswana probeert een uitgebreid netwerk van thuiszorg op te zetten. Daarvoor zijn veel vrijwilligers nodig. Ongeveer achtduizend hebben zich gemeld, zegt Chakalisa. Ze moeten enige scholing krijgen, ze moeten voorzien worden van allerlei zaken zoals wegwerphandschoenen, schorten, ontsmettingsmiddelen, zeep, plastic onderlakens. En wat moeten ze doen met het afval van de patiënten?

De vrijwilligers moeten kunnen beschikken over vervoer voor controle in het ziekenhuis. Chakalisa weet nu al dat de familie en buren het vaak niet aankunnen, dat er betaalde wijkverpleging moet komen zodat de familie ook even wat anders kan doen, naar het werk gaan bijvoorbeeld.

De community based home care is ook de enige uitweg voor de 'aids-wezen', van wie een of beide ouders zijn gestorven aan aids en van wie er velen zelf seropositief zijn. De weinige weeshuizen zouden hen niet kunnen opvangen.

De directeur van het weeshuis van SOS-kinderdorpen in Gaborone vreest dat zijn goed georganiseerde 'dorp', waarin groepen wezen met twee begeleidsters in huizen wonen, drastisch van karakter zou veranderen als dat wel zou gebeuren. Hij weet van een stuk of tien kinderen dat ze het virus dragen, maar dat aantal kan heel wat hoger liggen omdat de kinderen niet worden getest. De seropositieve kinderen kregen medicijnen in het wezendorp, maar de directeur is blij dat dat sinds januari elders gebeurt. Hij heeft een opvoedkundige instelling, hij wil niet dat het een ziekenhuis wordt.

Alle Botswanen hebben in hun directe omgeving met aids te maken en ze zullen zich allen moeten inzetten. Er zijn al tientallen particuliere organisaties ontstaan. 'De tijd van de grote voorlichtingscampagnes is voorbij, we gaan nu naar de dorpen, de werkplaatsen, de huizen, de gezinnen, de individuen', zegt Bagaisi Phaphe van Bonaso, de koepel van al die organisaties.

Bonaso geeft cursussen: hoe spreek je mensen aan op hun seksuele gedrag in de preutse Botswaanse samenleving? Het gaat niet meer alleen om het uitleggen van het gebruik van condooms (ook het vrouwencondoom tegenwoordig), zegt ze, steeds belangrijker wordt de sociaal-psychologische steun: 'mensen overhalen om zich te laten testen en om positief verder te leven met de ziekte'.

Het testen is het moeilijkste moment. Een tante van Phaphe staat op een wachtlijst voor een ARV-behandeling. 'De test was heel angstig voor haar, het gaat over leven en dood.' Het kostte veel overredingskracht om haar zover te krijgen. 'Maar het aantal mensen dat zich laat testen neemt langzaam maar zeker toe. Als familieleden sterven aan aids, gaan mensen wel. Veel mensen geloven niet dat medicijnen het leven kunnen rekken. Maar hoe meer ze in hun omgeving zien dat dit wel degelijk zo is, hoe meer mensen zullen komen.'

Nu wreekt zich de oude manier van voorlichten: angst moest mensen voorzichtig maken; besmetting was een doodsvonnis. 'Het ging alleen over seks, seks, seks', zegt Pako Sello, medewerkster van het Coping Centre for People Living With HIV/AIDS (Cocepwa), een vereniging van seropositieven en aids-patiënten die elkaar ondersteunen om nog zoveel mogelijk te halen uit het leven dat hen rest.

De Botswaanse cultuur is heel promiscue, zegt Sello, maar in het geniep. 'Het propageren van condoomgebruik heeft dit alleen maar versterkt.' Wie besmet raakte, had dat volgens de buitenwacht aan zichzelf te wijten en werd uitgestoten. Dus hield iedereen liever haar of zijn mond.

Dat moet nu helemaal anders. De verstrekking van aids-remmers breekt het taboe rond het virus. 'Het geeft besmette mensen nieuwe hoop. Het geeft hun tijd om met hun kinderen en familie over de ziekte te praten. Het geeft hun een reden om niet fatalistisch de dood af te wachten.'

Sello beseft dat er ook kritiek is: het perspectief op de medicijnen zou onveilige seks stimuleren. Sello: 'Daar geloof ik niets van. Het is geen grapje om te leven op die medicijnen. Je moet onder intensieve controle blijven, gedisciplineerd leven, verstandig eten, en de bijverschijnselen zijn vaak ook niet mis.'

Sommige sceptici betwijfelen of zorg voor zoveel mensen mogelijk is. Die vrees is aan Sello niet besteed: haar organisatie is druk in de weer om overal in het land vrijwilligersgroepen op te zetten van en voor met het virus besmetten.

Pako Sello zit in een gebouwtje in een uithoek van het terrein van het Princess Marina ziekenhuis, niet ver van de 'kliniek voor besmettelijke ziekten'. Er zijn spreekkamers voor counselling, tweegesprekken tussen patiënten en vrijwilligers. Er is een 'huiskamer' met luie banken en stoelen. Een paar jongeren hangen er rond een televisietoestel en drinken koffie.

Op de deur staat Cocepwa's naam. Maar de meeste vrijwilligers zeggen niet of ze zelf seropositief zijn of niet, ook Sello niet. Dat heeft een voordeel, zegt Sello: buitenstaanders weten niet of diegene die naar binnen gaat besmet is of een gezonde vrijwilliger. Die onduidelijkheid verlaagt de drempel. Het stigma is hardnekkig, zegt ze, soms is het beter het te omzeilen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden