Burgeroorlog zonder burgers

Het gevecht om het Amerikaanse presidentschap roept herinneringen op aan de bittere sfeer rond 'Monica-gate' en de pogingen tot impeachment van Clinton....

ER WOEDT opnieuw een burgeroorlog in Amerika, al liggen de glooiende slagvelden van Manassas er vreedzaam bij en drentelt het volk verdeeld, en toch tevreden rond in de winkelcentra. Maar in Florida bestormen Republikeinse betogers het telbureau waar Democratisch 'tuig' volgens hen bezig is de verkiezingen te stelen. 'Ik weet dat we deze oorlog gaan winnen', moedigt een Republikeinse afgevaardigde zijn achterban aan. 'Maar als deze slag voorbij is, begint de strijd om Amerika te heroveren. We moeten terugvechten.'

Een Democratisch Congreslid waarschuwt dat het 'fascisme' in opmars is, terwijl de befaamde strafpleiter Alan Dershowitz constateert dat gouverneur Bush bezig is een 'coup' te plegen.

De retoriek herinnert aan de bittere sfeer die in Washington heerste tijdens de vorige burgeroorlog: het Lewinsky-schandaal en het impeachment-proces tegen president Clinton. Maar er is nog iets dat bekend voorkomt: de rust en de stilte die in de rest van het land heersen.

Terwijl de politici moord en brand schreeuwen en legers advocaten uitzwermen over Florida om de 'roofoverval van de eeuw' tegen te houden, blijken de meeste Amerikanen de nasleep van de verwarrendste verkiezingsnacht die de Vernigde Staten sinds ruim een eeuw hebben meegemaakt, tamelijk gelaten te ondergaan. De ene helft van het publiek is voor Bush, de andere helft voor Gore, maar de meeste Amerikanen vinden het niet nodig er een halszaak van te maken.

Diezelfde kloof tussen 'inside the Beltway' - politiek Washington - en de rest van het land viel ook waar te nemen tijdens het Lewinsky-schandaal en de impeachment. De meerderheid van de Amerikanen vond het overdreven president Clinton voor zijn gerommel met Monica Lewinsky met afzetting te straffen en uiteindelijk gebeurde dat ook niet.

Maar de Republikeinse houwdegens in het Congres, de aartsconservatieve speaker Newt Gingrich en majority whip Tom DeLay voorop, zagen het schandaal als een uitgelezen kans de Republikeinse Revolutie van 1994 te voltooien. Toen de machine eenmaal in gang was gezet, viel die niet meer te stoppen, ook al ontbrak de brandstof eigenlijk: de steun van de publieke opinie.

Aan het begin van de lange mars op weg naar impeachment waren er in het Congres veel Republikeinen die twijfelden. Daags voor het Huis van Afgevaardigden het impeachment-besluit nam, werd Bob Livingston, een van de Republikeinse leiders, nog overvallen door twijfels. 'We moeten dit een halt toeroepen. Dit is krankzinnig. We staan op het punt om de president van de Verenigde Staten aan te klagen', zei hij tegen een staflid.

Livingston had op dat moment nog de mogelijkheid de twijfelaars een ontsnappingsroute te bieden - door een motie van afkeuring in stemming te brengen - maar uiteindelijk liet hij zich ompraten om vast te houden aan de partijlijn. 'We gaan de klootzak impeachen', was het besluit.

Twee maanden later oogstten de Republikeinen de wrange vruchten van hun stijfkoppigheid. President Clinton werd door de Senaat vrijgesproken. Het was een vernedering die de Republikeinen al van verre hadden kunnen zien aankomen. De sfeer was zo gepolariseerd dat de senatoren zonder uitzondering met hun eigen kamp meestemden en de Republikeinen hadden niet genoeg zetels om Clinton af te zetten.

Het resultaat was dat Clinton er zelfs zonder een motie van afkeuring van afkwam en zich er later op kon beroemen dat het impeachment-proces zijn definitieve overwinning op de Gingrich-revolutie markeerde.

Inderdaad moest Gingrich, de leider van de Republikeinse overname van het Congres, halverwege de jacht op Clinton het veld ruimen, nadat de Republikeinen bij de Congresverkiezingen vijf zetels in het Huis van Afgevaardigden hadden verloren. Maar de Republikeinse revolutionairen zinnen op wraak. Voor hen is hoofdstuk twee van de impeachment aangebroken: ten koste van alles moet worden voorkomen dat Clintons kroonprins Al Gore in het Witte Huis terechtkomt.

Opvallend is dat de hoofdrolspelers dezelfden zijn als uit de impeachment-jacht op president Clinton. Het offensief van de Bush-aanhangers wordt vanuit het Congres gecoördineerd door dezelfde Tom DeLay die de twijfelende Republikeinen twee jaar geleden voortranselde op weg naar de impeachment.

Ditmaal is hij al begonnen de Republikeinse Congresleden te mobiliseren voor een impeachment-variant. Mocht Al Gore toch tot winnaar van de verkiezingen worden uitgeroepen, wil DeLay dat het Congres de Gore-kiesmannen uit Florida afwijst, zodat Bush alsnog het Witte Huis kan betrekken.

In het andere kamp zorgen Dick Gephardt en Tom Daschle, de Democratische leiders in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, ervoor dat de partijdiscipline wordt gehandhaafd. Kennelijk lukt het hun aardig. Drie weken geleden wist nog niemand wat het was, maar nu blijkt ieder Democratisch Congreslid dat voor de televisie verschijnt een hartstochtelijk voorstander te zijn van het meetellen van de 'pregnant chads' en 'dimpled ballots' die Bush juist in de prullenmand wil gooien.

De dynamiek is dezelfde als tijdens de aanloop tot het impeachment-proces. Aanvankelijk waren er in beide kampen twijfelaars, maar als die er nog zijn, hebben ze zwijgplicht gekregen en houden ze zich er voorlopig aan. In het Republikeinse kamp voert christelijk rechts weer het hoogste woord en bij de Democraten mag de zwarte dominee Jesse Jackson een kruistocht lanceren tegen de 'pogingen van de Republikeinen de minderheden hun stemrecht weer af te nemen'.

De werkelijkheid is dat Bush en Gore domweg vrijwel gelijk zijn geëindigd. De onregelmatigheden die nu aan het daglicht komen zijn niet het gevolg van fraude, maar van foutjes in het kiessysteem die onopgemerkt zouden zijn gebleven, als de twee niet zo onwaarschijnlijk dicht bij elkaar zouden zijn uitgekomen.

De beste oplossing was natuurlijk geweest dat de twee kandidaten rond de tafel waren gaan zitten en hadden geprobeerd overeenstemming te bereiken over een eerlijke manier van hertellen der stemmen. Maar zelfs de 'wijze mannen' die Gore en Bush naar Florida hebben gestuurd - de ex-ministers van Buitenlandse Zaken Warren Christopher en James Baker - konden de verleiding niet weerstaan zich in het politieke gekrakeel te storten.

Wie het gevecht op leven en dood nu volgt, zou bijna vergeten dat Bush en Gore eigenlijk tamelijk gematigde kandidaten zijn, die zich allebei bewust verre hebben gehouden van het radicale gedeelte van hun achterban. Bush hoorde je tijdens de campagne niet praten over abortus - tot voor kort nog de lakmoesproef voor de Republikeinse kandidaten, die christelijk rechts aan de partij had opgelegd. Maar het midden is nu spoorloos verdwenen.

Het onzichtbaar worden van het politieke midden heeft ook te maken met wat de linguiste Deborah Tanner treffend omschreef als de 'ruziecultuur' die in het moderne Amerika wordt gekweekt, en zeker op de televisie.

Als de Amerikaanse televisie - de publieke zender PBS daargelaten, maar die vinden de meeste kijkers slaapverwekkend - aandacht besteedt aan een omstreden onderwerp als de doodstraf, doet ze dat doorgaans evenwichtig, maar alleen in de zin dat beide uitersten zijn vertegenwoordigd.

Voor de camera's zitten de vader van een meisje dat gruwelijk is vermoord en een principieel tegenstander van de doodstraf. Het resultaat is een slopend, emotioneel gevecht waarin maar een heel klein deel van het probleem wordt belicht. Een twijfelaar die ergens in het midden naar de waarheid zoekt, komt nooit aan het woord.

Het schoolvoorbeeld is natuurlijk het CNN-programma Crossfire, dat door de antagonisten Bill Press en Mary Matalin wordt aangeprezen als een explosieve politieke cocktail: je stopt ons samen en je wacht de ontploffing af. Of neem Hardball, het politieke programma dat Chris Matthews altijd inluidt met de woorden: 'Let's play hardball...' en daarna begint het politieke smijtwerk.

Maar ook de grote networks hanteren dit recept: de waarheid heeft twee kanten, die ieder worden vertegenwoordigd door een hedendaagse gladiator. Die krijgt dan hooguit dertig seconden de tijd krijgt om te proberen zijn tegenstander aan mootjes te hakken.

Gaat het over abortus, dan nodigen ze de exploitant van een abortuskliniek uit en een christen-fundamentalist, die liefst nog begrip heeft voor de aanslagen op abortusartsen. De twee partijen hebben zelfs een taal ontwikkeld waardoor ze elkaar al bijvoorbaat uitsluiten: de een heeft het over 'late abortussen', de ander over 'halve-geboorteabortussen'. Het publiek mag raden waarover de twee het hebben.

P

AUL BEGALA, een voormalig adviseur van Clinton die nu zijn brood verdient als politiek deskundige op de televisie, mag na de verkiezingen uitleg geven aan het rood-blauwe patroon van de electorale kaart van Amerika. 'Je ziet de staat waar James Byrd achter een pickup-truck werd gebonden en net zolang werd voortgesleept tot zijn lichaam in stukken viel: het is rood. Je ziet de staat waar ultrarechtse extremisten een federaal gebouw opbliezen en tientallen ambtenaren vermoordden: het is rood'. Rood staat natuurlijk voor Bush.

Met de werkelijkheid heeft het niets te maken: ook in Texas zijn veruit de meeste mensen tegen racisme en de bommenlegger Tim McVeigh is in Oklahoma net zo impopulair als in de rest van het land. Maar het is wel de normale toon van het politieke debat op de tv.

De werkelijkheid speelt ook maar een ondergeschikte rol in de berichtgeving over het touwtrekken om de verkiezingsuitslag in Florida. De Democraten beschuldigen de Republikeinen ervan dat zij tegen het handmatig hertellen van de stemmen in Democratische kiesdistricten protesteren, maar stiekem wel in zes Republikeinse districten de stemmen met de hand hebben laten hertellen. De Republikeinen ontkennen het vervolgens op de televisie. Wat de waarheid is, lijkt er niet toe te doen. De media aanvaarden dat er kennelijk twee kanten van de werkelijkheid kunnen zijn, zonder dat de werkelijkheid zelf bestaat.

Dat het nu is uitgemond in de rechtszaak 'Gore v. Bush' - of liever een hele vloot rechtszaken - is gezien de Amerikaanse passie voor procederen nauwelijks verwonderlijk. Uiteindelijk is procederen net als de politiek ook oorlog voeren met andere middelen.

Het Amerikaanse volk zou graag zien dat de rechter het verdwenen midden terugbrengt en met een evenwichtig vonnis een einde aan de onenigheid maakt, maar ook dat instituut dreigt in de golven van de polarisatie ten onder te gaan. Toen het Hooggerechtshof van Florida een uitspraak deed die de Republikeinen niet beviel, stonden die meteen klaar om erop te wijzen dat het Hof vooral uit Democraten bestaat. Bush klaagde dat het Hof vanaf de balie wetten aan het maken was, terwijl DeLay de uitspraak 'bemoeizuchtig, ondemocratisch en minachtend' noemde.

Zo kiezen beide partijen, net als tijdens de impeachment, een heilloze route die onvermijdelijk tot verbittering leidt. Aan het eind van de lange mars heeft niemand meer een greintje vertrouwen in het electorale proces. Ook de partij die wint, zal zich volgende keer afvragen of het systeem zich ditmaal niet tegen haar zal keren.

De oorzaak van de polarisatie ligt ook in het Amerikaanse kiesstelsel. De president wordt niet aangewezen op basis van het percentage stemmen dat hij haalt, maar op grond van een aantal kiesmannen die per staat worden toegewezen volgens het winner-takes-all principe. Dat heeft er deze keer toe geleid dat Gore de meeste stemmen heeft, maar Bush - zo ziet het er althans nu nog naar uit - president wordt, omdat hij de meeste kiesmannen achter zich heeft.

Het winner-takes-all-beginsel is bedacht om ook de kleinste staten nog wat gewicht te geven. Maar bovendien beantwoordt het aan een gevoel dat diepe wortels heeft in de Amerikaanse maatschappij: de een wint, de ander verliest. Geen flauwekul van een gelijk spel.

Het gevolg is echter dat nieuwe partijen geen schijn van kans hebben: waarom stemmen op een kandidaat van wie al bijvoorbaat vast staat dat hij maar tien of twintig procent van de stemmen zal halen? Dat zou veranderen als het winner-takes-all-principe zou worden vervangen door een direct kiesstelsel of een systeem waarbij de kiesmannen op basis van het aantal stemmen worden verdeeld.

Het zou een manier zijn om het verdwenen politieke centrum te hervinden. De gematigde Republikeinen en de gematigde Democraten zouden dan niet meer de gijzelaar zijn van de radicalen in hun partij. Maar het ziet ernaar uit dat die de komende tijd juist de toon zullen bepalen. De burgeroorlog gaat voort, ook zonder de burgers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden