InterviewHiska Ubels

‘Burgerinitiatieven zijn sympathiek, maar let ook op de schaduwzijden’

Burgerinitiatieven zijn in opkomst. Maar we moeten niet denken dat sociaal doe-het-zelven wel even het gat opvult dat de overheid laat vallen, waarschuwt onderzoeker Hiska Ubels. Volgens haar is zelfredzaamheid van lokale gemeenschappen op de langere termijn onrealistisch. 

De Oranjedorpstraat in Nieuw-Dordrecht, waar de muziekkoepel door vrijwilligers wordt gerenoveerd. Beeld Harry Cock

Projecten ‘van onderop’, ‘doe-democratie’, dorpen die ‘het heft in eigen hand nemen’: gemeentebestuurders zijn er dol op. Zeker op het leeglopende en vergrijzende platteland, van Noord-Groningen tot de Achterhoek. Waar voorzieningen verdwijnen door bezuinigingen, schaalvergroting en een terugtredende overheid, leven de wens en de gedachte dat actieve gemeenschappen de leemten kunnen opvullen.

Onderzoeker Hiska Ubels promoveerde afgelopen week aan de Rijksuniversiteit Groningen op een studie naar de dit soort burgerinitiatieven. Vernieuwende vormen van lokaal bestuur met een hoge mate van burgerzelfsturing, luidt de titel van haar proefschrift. Het lijkt wel een panacee. 

Ubels onderzocht specifiek vier lokale leefbaarheidsinitiatieven: het Kulturhus in Beltrum (gemeente Berkelland), de dorpscoöperatie Nieuw-Dordrecht (gemeente Emmen), Dorps Ontwikkeling Maatschappij Ee (gemeente Noordoost-Friesland) en Project Ulrum 2034 (gemeente Het Hogeland). Ze bestudeerde beleidsplannen en projectevaluaties en sprak vele betrokkenen. In Ulrum liep ze een paar jaar mee en voerde een enquête uit in het dorp.

Het is moeilijk geen sympathie te koesteren voor alle burgers die zich gepassioneerd voor hun gemeenschap inzetten, beklemtoont Ubels. De vrijwilligers verdienen alle lof. ‘Maar de andere kant van het verhaal moet ook verteld worden’. 

De verwachtingen van lokale initiatieven zijn vaak te hooggespannen, de schaduwzijden blijven onderbelicht. Ubels’ conclusie:  zelfredzaamheid op vrijwillige basis is op de langere termijn onrealistisch. ‘Succesverhalen zie je geregeld in de krant. Maar ik hoor ook van betrokkenen: dit kun je niet van burgers vragen. Lokale overheden moeten uiteindelijk altijd eindverantwoordelijk zijn voor de leefbaarheid van dorpen.’ 

Drie valkuilen van de burgerinitiatieven belicht:

1. Zaak van lange adem

Betrokken inwoners beginnen bijna altijd met veel energie aan nieuwe initiatieven. Maar écht iets voor elkaar krijgen is een zaak van lange adem, constateert Ubels. Initiatieven die ook op langere termijn succesvol zijn, hebben vaak een verdienmodel, of er zijn blijvende directe belangen. Het Kulturhus in Beltrum is daar een voorbeeld van, waar dertig lokale organisaties elkaar vonden in een slimmere exploitatie van meerdere dorpsgebouwen. 

In Ulrum werd als één van de deelprojecten een prachtige speeltuin gebouwd. ‘Maar daarna werd het moeilijk mensen op te roepen voor het onderhoud en grasmaaien.’ Burgerinitiatieven leunen vaak op de schouders van kleine en daardoor kwetsbare groepen vrijwilligers. Terwijl realisatie van zoiets substantieels als het overnemen van publieke taken eigenlijk professionalisering vergt, stelt Ubels. Het gaat immers vaak om complexe materie. ‘En als de kartrekkers van het eerste uur afhaken, staan opvolgers niet altijd klaar.’

Zo kunnen voorlopers gevangen raken door hun eigen initiatief. In Ulrum werd met veel pijn en moeite een nieuw ontmoetingscentrum gebouwd, dat jaren langer duurde dan gepland. ‘De mensen die alles hadden uitgedacht en door de jaren heen het deelproject hebben getrokken, stonden uiteindelijk zelf ook te schilderen. Terwijl ze eigenlijk eerder hadden willen stoppen.’

2. De verdeelde gemeenschap

Als Ubels één ding leerde tijdens haar onderzoek, is het dat ‘het dorp’ niet bestaat als het om lokale initiatieven gaat. Doorgaans neemt een kleine groep bewoners – die vaak toch al actief was in de gemeenschap – het voortouw. Maar hebben zij daar wel voldoende draagvlak voor?

Vaak is de aanname dat een burgerinitiatief de lokale samenwerking versterkt. Dat dachten de mensen in Ulrum bijvoorbeeld, zo bleek uit Ubels’ enquête. ‘Maar dat bleek in de praktijk nauwelijks het geval.’ En dat terwijl sociale samenhang juist een voorwaarde is voor een geslaagd project, aldus de onderzoeker. 

Sommige mensen kunnen of willen niet meedoen met initiatieven. Of er ontstaat onderlinge verdeeldheid over de te kiezen koers, zoals Ubels in Nieuw-Dordrecht zag gebeuren, waar de dorpscoöperatie tijdens haar onderzoek implodeerde. Alle inspanningen achter de schermen zijn niet altijd even zichtbaar voor het dorp. ‘Daardoor kan de nodige brede dorpssteun verdwijnen en zelfs tweespalt ontstaan.’ Toen Nieuw-Dordrecht niet verder wilde met de dorpscoöperatie, is de regie weer naar de gemeente gegaan.

3. Betrokkenheid als belemmering

Op papier lijkt het simpel: burgers nemen het over, de overheid laat los. ‘Maar juist bij leefbaarheidsinitiatieven is de overheid vaak heel erg betrokken’, zegt Ubels. Korte lijntjes met het gemeentehuis zijn een groot voordeel, zag ze bijvoorbeeld in Ee. Subsidies van gemeenten en andere instanties zijn onmisbaar.

Maar door die financiële en praktische afhankelijkheid heeft de overheid vaak een flinke vinger in de pap. Die vraagt verantwoordingsrapportages en afstemming, omdat het uiteindelijk om publiek geld en publieke taken gaat. Ubels: ‘Daar gaat de overheid over als puntje bij paaltje komt. Echte autonomie is dan ook een illusie.’

Sociaal doe-het-zelven 

Cafés verdwijnen met tientallen per jaar. Op het platteland laten ze vaak een krater in het dorp achter. Het Drentse Langelo heeft een vorm gevonden om de dorpskroeg te behouden. In eigendom van de gemeenschap.

Groningse dorpen gooien het roer radicaal om: als Nederland van het Gronings gas af moet, dan zij ook. Dus staan bij het dorpshuis in Zijldijk sinds kort vier elektrische dorpsauto’s.

De overheid predikt de participatie-samenleving. Maar twee volksbuurten in Leeuwarden ondervinden hoe smal de marges zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden