Burger - Pelgrim langs de groene meridiaan

Martin Sommer keert naar Nederland terug na vijf jaar correspondentschap in Frankrijk. Ten afscheid volgt hij met vrouw en twee (spijbelende) zoons de oude nulmeridiaan van zuid naar noord, van de Spaanse grens tot de Noordzee....

Prats-de-Mollo. Spreek onfrans uit Pratts-de-Moyo. Dit stadje - elfhonderd inwoners - ligt op de laatste kaart van de Michelin-atlas, in de allerlaatste groene vallei voor de Spaanse grens. Op weg hierheen zagen we de besneeuwde Pyreneeëntop de Canigou. De weg is bochtiger geworden, de koeien gezelliger, met bellen klingelend om hun nekken.

Op het dorpsplein hangen oude mannen in het bushuisje. Ze kletsen onverstaanbaar Catalaans, met een wandelstok tussen hun dijen. Van Frankrijk is alleen het nationale elektriciteitsbedrijf EDF nog present met zijn felblauwe bestelbusjes. En natuurlijk de Renault-dealer, nog een beetje staatsbedrijf. Op de berg boven Prats torent het fort van Vauban, grensbewaker van Zonnekoning Louis XIV. Ze hadden nog geen EDF en nog geen Renault, maar ook toen domineerde de Franse staat de natie.

De burgemeester heet Bernard Remedi. Hij ontvangt in koksmouwen in zijn hotel-restaurant Le Val du Tech. Hij zegt: 'Prats-de-Mollo staat letterlijk op de kaart dank zij de Méridienne Verte.' De staatssecretaris van Toerisme is hier geweest, de bedenker van de Groene Meridiaan heeft in zijn hotel geslapen. Die meridiaan is de oude nul-meridiaan van Parijs. Hij loopt lineaalrecht naar het noorden, tot Duinkerken aan toe. Vanaf Prats-de-Mollo. De burgemeester waarschuwt: 'Eigenlijk loopt die meridiaan niet precies hier, maar over de berg verderop. Daar hebben ze een gleuf uitgefreesd, met een machine. Exact op de plek. Point pile.'

Op 25 juni 1792 - de Revolutie is drie jaar oud - vertrokken twee astronomen uit Parijs. Pierre Méchain richting Barcelona, Jean-Baptiste Delambre richting Duinkerken. Om de nul-meridiaan uit te meten. Uiteraard vanaf Parijs, verlicht én lichtend centrum van de aarde. De ene astronoom keerde zeven jaar later na gedane arbeid tevreden terug. De tweede werd gek vanwege een kleine meetfout.

Ruim tweehonderd jaar later loopt de internationaal erkende nul-meridiaan niet meer over Parijs maar over Greenwich. Frankrijk is niet meer de navel van de wereld. Maar het land vierde wel het millenium door bomen te planten op de eigen, oude Parijs-meridiaan. Door 337 gemeentes, twintig departementen, acht regio's. Er was een verregende picknick op Quatorze Juillet. Remedi laat de foto's zien. Een handvol verwaaide stoutmoedigen zit met een tafelkleed bovenop een kale berg.

'Precies de plek', onderstreept Remedi nog eens. Zo ken ik cartesiaans Frankrijk. Meten, regelen, wegen. TGV's en atoomkracht. Remedi belichaamt óók die andere Franse zijde. 'Débrouillage': knutselarij, rommelen, ritselen. Het lot wil dat de bedenker van de Groene Meridiaan de nieuwe minister van Cultuur is. De burgemeester kent hem en dus 'gaat hij me helpen'. De minister heeft in zijn hotel geslapen. De burgemeester mag hem nu bellen. In Parijs.

Het mooie aan die Meridiaan: 'Een symbool. Het is bezig een burger-pelgrimage te worden, een pélérinage citoyenne.' Elke week komen er mensen op het stadhuis die de meridiaan hebben afgelopen. Vijftienhonderd kilometer. Dan vragen ze een gemeentestempel. 'Officieel bestaat het niet. Maar uiteraard krijgen ze een stempel. Het geeft een sterke burger-identiteit.'

Nationalisme à la Le Pen is het niet. Nederlanders vinden Fransen chauvinistisch. Maar je moet de Republiek en het Cocorico-Frankrijk uit elkaar houden. Trots op de Republiek, op de gelijkheid van het Franse burgerschap. Ook een uithoek als Prats-de-Mollo hoort erbij. Hetzelfde gevoel ligt aan de Tour de France ten grondslag. Op de parkeerplaats staat een betonnen paal met inscriptie. Eind - of begin - van de meridiaan. Ik draai de auto en koers naar het noorden, meteen smokkelend want op vier wielen kun je die besneeuwde Canigou niet over.

Een paar uur later rijden we op de D117 die uitkomt bij de stad Carcassonne. De Aude, heet dit departement. Wijnranken eindeloos in het gelid op het lage land, bloeiende brem tegen de rotsen, daarbovenuit bergruggen parallel aan de Pyreneeën. Front-National-gebied, bleek bij de presidentsverkiezingen. De regio Languedoc, grootste wijnstreek van Frankrijk, wordt bewoond door ontevreden volk. Je ziet ze regelmatig op het televisiejournaal, bij brandende autobanden op de weg. Een gendarmerie wil ook wel eens vlam vatten. Vanwege de lage wijnprijzen, of de goedkope import uit Spanje of Italië. Geen opgewekte Europeanen hier.

In de verte nadert vestingstad Carcassonne. Front tegen de afvallige Katharen in de Middeleeuwen. Frontkatholieken zijn het gebleven, voorzover nog gelovig. De binnenstad is Marken en Volendam bij elkaar. In de chique wijnwinkel Cellier des vignerons regeert Christiane Martès, een rijzige vrouw met wuivend grijs haar. Ik wil weten over de moeilijkheden in de wijn en de Franse gewoonte van politiek geweld. Maar niets, ze houdt hardnekkig vast aan het soort wijnspraak dat ze op de academie leren. 'De Languedoc is als een mooie vrouw, brutaal als een zigeunerin, karaktervol als een Andalouze, opwindend als een Italiaanse.'

Ik ben bereid Frankrijk veel te vergeven. Maar bij dit soort mooipraat scheiden zich toch de Franse en Hollandse wegen. Hetzelfde geldt het uitventen van oude tradities. 'Er is een schooltje in Carcassonne waar Occitaans wordt onderwezen', zegt Martès trots. O ja? Vijf jaar Frankrijk, en ik ben nooit iemand tegen gekomen die de Langue d'Oc spreekt. Wel hier en daar op een verkeersbord 'Oc' gespoten gezien. Wat zegt het?

En dan die prachtige traditioneel-regionale keuken. In Carcassonne de cassoulet. 'Een fundament van de regio', juicht geograaf Armand Frémont in zijn pas verschenen dictionnaire Portrait de la France. 'Arm als een rots of rijk als de mooiste potgrond.' Iedereen mag pizza eten of McDo. 'Maar de cassoulet verzekert de permanentie van de beschaving, in stad en land, van de oorsprong tot de emigratie, van de oude grond tot de grote hedendaagse mythes van gastronomie en toerisme.' Alsjeblieft. Wij eten cassoulet in Carcassonne: een witte-bonensoep met een stuk bleke worst, een mager eendenkarkas en wat varken.

'Dit zou in Nederland geen restaurant de mensen durven voorzetten', oordeelt mijn vrouw genadeloos. Waarom houden toeristen tegen beter weten in vast aan het idee dat Fransen een alpino ophebben, en de dag beginnen met een petit rouge aan het zink? Omdat de Fransen er zelf met even grote hardnekkigheid in geloven. Hoe vaak heb ik in die vijf jaar niet gehoord: Frankrijk wil dromen, la France a besoin de rêver?

Over de D118 omhoog naar Mazamet. Afscheid van de zon, de druiven, van het zuiden. Het Massif Central is nog niet begonnen. Wel somber zingende bossen. Het heet hier de Zwarte Bergen, spaarzame tegenliggers dragen vaak een Nederlands kenteken. Je herkent ze in de verte aan de koplampen. Na veel bochten afdaling naar het stadje Mazamet. Merkwaardig oord met een exotische naam. Een plotselinge industriestad, ingeklemd tussen katharen en eikenwouden. Het doet denken aan de Far West, met een hoofdstraat waar veel te grote bankgebouwen zich aaneenrijgen. Maar een Monoprix, een fatsoenlijke kapper of een restaurant ontbreekt.

In de Kamer van Koophandel zit, in een hal met enorme pilasters, achter een bureau meneer Foglierini. Wat is het geheim van Mazamet? Een mondialisering die al zo'n anderhalve eeuw duurt. Hier vonden ze in de 19de eeuw een procédé uit waarmee schapenwol chemisch van de huid kon worden geweekt. Dat gebeurde nergens, het was ofwel scheren, ofwel de huid van het geslachte beest weggooien. Vanuit dit godverlaten oord reisden ze van Argentinië naar Zuid-Afrika, van de Russische steppen naar Nieuw-Zeeland. Voor huiden, wol en leer.

'Dat ging eigenlijk tot de jaren tachtig heel goed', zegt Foglierini. Toen viel de Muur en stortte ook Mazamet in. Vanwege de kunstvezel, maar vooral omdat nu de Mongolen en de Afghanen die huiden óók willen hebben. 'Wij zitten niet bij de pakken neer', zegt Foglierini. Twee bedrijven handelen in exotische vissen uit Indonesië. Een derde is nu de nummer één van de wereld in de aperitiefpinda's.

Ik rijd het centrum uit. Villa's die doen denken aan de afgezakte chic van Twentse textielbaronnen. In een verbouwd pakhuis houdt Philippe Kling kantoor, een jonge vent met een open boordje. Op een tafel ligt een stapel huiden, achter zijn rug hangen drie klokken. De tijd in Seoul, New York, Los Angeles. Hij is courtier, handelaar. 'Ik reis de hele wereld rond. Gek idee ja, vanuit een geïsoleerd stadje van zeventienduizend inwoners.' Hij heeft er sinds elf september wat minder zin in. 'Ik was in New York, vandaar.'

Hij laat een dikke map zien. Contracten over de hele wereld, geen enkel ondertekend. 'Dat is de cultuur van het gegeven woord. Wordt wel minder, maar het is een van onze tradities.' Philippe Kling verdwijnt in een dure Volvo-stationcar.

Onze volgende halte ligt aan de rivier de Tarn. We passeren weinig opwindende dorpen. Stoppen bij Hotel du Pont, in Ambialet, tweehonderd inwoners, in een spectaculaire lus in de rivier. Dit is van oudsher het terrein van de 'rode boeren'. Jean Jaurès, mythisch-socialistisch politicus, doodgeschoten in 1914, kwam uit het naburige Albi. Boeren, rood of niet, zijn er niet meer in Ambialet. Tegenover het Hotel du Pont zit een man met een hoedje tegen een schuur. Hij heet Peter Barrot en hij is verschrikkelijk Engels.

Peter en zijn vrouw Margaret hebben het oude leven in Oxford vaarwel gezegd. In ruil voor de rust van Ambialet. Hij was electronic engineer, zij onderwijzeres. Nu verhuren ze fietsen aan Engelse vakantiegangers en heten in het Frans néoruraux: nieuwe plattelanders. Iedereen in dit dorp zit in het toerisme. 'Kanoën, hotel, café.' Het buurdorp, Courris, daar zijn nog boeren. 'Ik was vorig jaar bang dat ze mijn Britse klanten van de fiets zouden schieten. Vanwege de mond-en-klauwzeer-crisis in Engeland en het besmettingsgevaar. Dat is gelukkig niet gebeurd.'

Vier dagen zijn we nu onderweg. En nog geen enkele 'echte' Fransman ontmoet. Iemand met plaatselijke wortels, al dan niet voorzien van alpino of blauwe werkbroek. De burgemeester van Prats-de-Mollo had hotelschool gedaan in Zwitserland en was bedrijfsleider geweest in Parijs. De caviste uit Carcassonne had Spaanse voorouders van vaderskant en Italiaanse aan moederskant. Ze zei: 'Je zult weinig mensen in de Languedoc tegenkomen die hier wortels hebben.' Meneer Foglierini in Mazamet was een vermomde Italiaan. Zelfs de man die opdook tijdens een plaspauze in het bos, bleek een WAO'er van ver weg. Hij woonde alleen in dat bos vanwege de lage huur. Fransen verhuizen zich suf. En er zijn meer 'onechte' dan echte Fransen.

Slaat de mondialisering in Frankrijk toe? Ja, zegt Barrot. 'Ik ken een landgenoot in het dorp Cadix, hier vlakbij. Hij zegt zelf dat hij forenst. Hij speelt viool in het London Symphonic Orchestra, en met auto en vliegtuig is hij in zes uur van deur tot deur.'

Is dat nieuw? Niet helemaal. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de tirailleurs aangevoerd uit Senegal. Schepenvol Chinezen kwamen vanuit Shanghai in Noord-Frankrijk aan het spoor werken. Maar ga in het hotel praten, zegt Peter Barrot. Daar zwaait dezelfde familie al zes generaties de scepter.

Zoals zovaak heeft ook Hotel du Pont een uitvergrote ansichtkaart van vroeger aan de muur. Toen was er nog geen brug. Hoteleigenaar Saysset wijst op een klein jongetje. 'Mijn opa.' Achter een tafel waarop een fles staat, zit een besnorde man. 'Overgrootvader.' Langs het hotel loopt een weggetje, ongeveer waar nu eetzaal en zwembad liggen. 'Dat weggetje liep naar de pont, en iedereen moest erover heen. Goede zaken.'

Vader en moeder Saysset wonen in het hotel. Terwijl de breedbeeld-televisie luidop het nieuws verkondigt, vertellen ze over vroeger. De zaak gaat terug tot 1830. De eerste Saysset had meegedaan aan de Russische veldtocht van Napoleon. Terug van brandend Moskou, kreeg hij een pensioentje. En kon zodoende deze herberg kopen. Ambialet, tweehonderd mensen in een bocht van de rivier, kreeg in 1830 met de mondialisering van doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.