Column

Burgemeesters moeten actie eisen tegen zware misdaad

Met zijn burgemeestersmanifest maakt Paul Depla zich sterk voor de verbouwing van wiet onder staatstoezicht. Begrijpelijk, als je de verslavingsgeschiedenis van zijn stad Heerlen in ogenschouw neemt. Maar waarom leggen die burgemeesters niet meer nadruk op het falen van de criminaliteitsbestrijding?

Legale cannabisplant, maar wel in Antwerpen. Beeld belga

Paul Depla is burgemeester van Heerlen. Tevens is hij voorvechter van het burgemeestersmanifest om onder staatstoezicht wiet te verbouwen. Ik schreef daartegen dat de grote misdaad niet verdwijnt als de gemeente zelf een portie wiet voor haar rekening neemt. En dat de overheid geen ongewenst gedrag moet stimuleren. Depla mailde dat ik maar naar Heerlen moest komen, dan zou hij me overtuigen. Ben ik overtuigd? Half.

Heerlen vanaf het station is niet moeders mooiste. Je loopt een straat in met sovjetstijl kantoren en afkortingen op de gevels. APG, UWV, CBS, CIZ. De overheid is de grootste werkgever, legt Paul Depla in het stadhuis uit. Zijn wietstandpunt heeft niets van doen met de vrijheid-blijheid van de jaren zestig, zoals ik hem in de schoenen schoof. Hij heeft nooit een joint gerookt. Het heeft alles met de geschiedenis van Heerlen te maken.

Na de mijnsluiting is Heerlen zijn ziel kwijtgeraakt. Het zichtbare verleden werd gesloopt, zwart moest groen worden. Nu kun je naast het station nog de resten van één mijnschacht bewonderen. Depla vertelt: 'De grootste werkgevers werden WAO en sociale werkplaats. De mijn en de kerk zorgen voor je, werd de staat zorgt voor je. Hier zie je het falen van de maakbare samenleving.'

Burgemeester Paul Depla praat met de pers terwijl politiemedewerkers een chemisch drugslab ontruimen. Beeld anp

Depressief Heerlen was vijftien jaar terug heroïnehoofdstad van Nederland. De openbare ruimte werd volledig verziekt door junks. Tussen 1994 en 2000 vielen 25 heroïnedoden. Op het station werd hard klassieke muziek gedraaid, daar konden de junks niet tegen. Toen het echt niet meer ging, hebben politie, justitie, GGD en het Leger des Heils de handen ineen geslagen. Een politieman op elke straathoek hielp immers niet, er moest zorg bijkomen. Na een paar jaar was de binnenstad weer begaanbaar. Een prestatie van formaat.

Vandaar dat Paul Depla er beslist niet zit op te wachten om hennephoofdstad te worden. Repressie en zorg bij de heroïne, moet nu repressie en regulering worden -dus wiet verbouwen onder staatstoezicht. 'Vanwege het coffeeshopbeleid met een legale voordeur en een illegale achterdeur, kun je de wietproductie nu niet goed aanpakken. Je kunt niet zeggen, we gaan de misdaad keihard aanpakken en tegelijk zeggen, we hebben je nodig.'

Het failliet van het softdrugsbeleid zag je vorige week in de Eerste Kamer. Minister Opstelten (Veiligheid) verdedigde zijn voorstel om de voorbereidingen van wietteelt strafbaar te stellen, van de loodgieter die een zolder ombouwt tot plantage, tot de verkoper van lampen in de growshop. Het was een schamele vertoning. De minister moest uitleggen dat een apparaatje om het THC-gehalte te meten in de coffeeshop niet strafbaar is, in verband met de volksgezondheid.

Hetzelfde apparaatje wordt wel strafbaar in de growshop. Politie en justitie zijn succesvol met hun integrale benadering, aldus de minister. Waarna hij vervolgde dat een klein beetje wiet reguleren niet helpt, omdat er zo ongelooflijk veel naar het buitenland gaat. Wat bleef hangen was dat uit naam van de volksgezondheid de grote criminaliteit het voor het zeggen heeft. En dat blijft zo, die nieuwe wet is gepruts in de marge.

Ik begrijp Depla dus goed. 'De achterdeur ondermijnt je stad, je faciliteert de maffia via de coffeeshop.' Maar waarom die nadruk op officiële staatswiet? Depla argumenteert naar analogie met de heroïne. In Heerlen verstrekten ze beperkt heroïne. Daardoor droogde de markt op. Die vergelijking gaat mank. Heroïne is een importproduct, wiet wordt op grote schaal uitgevoerd. Ben ik goed ingelicht, dan blijkt binnenkort uit WODC-onderzoek dat inderdaad driekwart van de wiet over de grens verdwijnt. De vraag naar wiet blijft dus, al legaliseer je het laatste kwart.

Datzelfde bezwaar tegen regulering opperde hoogleraar criminologie Cyrille Fijnaut, zelf ook afkomstig uit Heerlen trouwens, in deze krant. Tegelijk bewijst de omvang van de wietproductie dat de minister zijn kop in het zand steekt. Er moet iets gebeuren. Volgens Fijnaut is legaal wietgebruik in besloten clubs de enige realistische oplossing die stand houdt onder internationale verdragen. Zou het? Dat moeten dan besloten clubs in flinke loodsen worden, aangezien het laatste cijfer van actuele wietgebruikers 466.000 is (Nationale drugsmonitor 2013).

In mijn ogen is de criminaliteit belangrijker dan de genoegens van de kleinverbruiker. Temeer omdat Depla vertelde dat de grote misdaad steeds meer zaken doet met armlastige particulieren en hun zolders of kelders. Dat gebeurt omdat het verlies bij oprollen kleiner is dan bij teelt in kassen of grote schuren. De burgemeesters zouden een nieuw manifest moeten richten op het falen van de minister om de zware misdaad in Brabant en Limburg te bestrijden.

Commissaris der Koning Van de Donk klaagde deze zomer dat alleen sukkels worden aangepakt en de zware jongens de dans ontspringen. Brabantse burgemeesters schijnen te worden afgeperst. Die rare veronachtzaming van de zware misdaad zie je ook bij de ecstacy. Na drie drugsdoden ging het debat over de gezondheidsrisico's van de feestpil. Niets hoorde je over ecstacy als illegaal exportproduct nummer één van Brabant, met alle narigheid van dien.

In heel Nederland werden vorig jaar zesduizend hennepplantages opgerold. In Heerlen alleen 130. Helpen doet het niet, een week later zijn er nieuwe. Was ik burgemeester, ik zou met al mijn collega's optrekken naar het Binnenhof en een Deltaplan Weg met de Wietpenose eisen. En dan mag wat mij betreft in de kleine lettertjes van het nieuwe manifest komen te staan dat er onder staatstoezicht wiet verbouwd gaat worden.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.