Interview

Burgemeester Daan Prevoo van Valkenburg, na de watersnood: ‘Zo’n ramp maakt ongekende krachten in je los’

Daan Prevoo, burgemeester van Valkenburg ‘in oorlogstijd’, over de pijnlijke ontruiming van een hospice, zestig verdronken duiven, de enorme saamhorigheid onder inwoners en ondernemers, maar ook over de profiteurs van de ramp. ‘Als de riolen overstromen, komen de ratten naar boven.’

. Beeld .
.Beeld .
Burgemeester Daan Prevoo van Valkenburg, na de watersnoodramp Beeld Kiki Groot
Burgemeester Daan Prevoo van Valkenburg, na de watersnoodrampBeeld Kiki Groot

‘Ik had helemaal niet de ambitie om burgemeester te worden’, zegt Daan Prevoo (57) in zijn werkkamer op het gemeentehuis van Valkenburg aan de Geul. Enkele straten verderop in de binnenstad zijn afvalverwerkers met grote grijpers nog steeds bezig om koelkasten, wasmachines en andere vernielde huisraad op vrachtwagens te hijsen. ‘Zo’n burgemeestersfunctie is mij niet actief genoeg, dacht ik. Haha, inmiddels weet ik wel beter.’

Het is ruim twee weken geleden dat het toeristenstadje in het idyllische Limburgse heuvelland compleet werd overspoeld door een combinatie van extreme regenval en kolkend Geulwater. ‘Een autobaan van water denderde door de binnenstad’, zo omschrijft Prevoo het ongekende natuurgeweld dat volgens de eerste schattingen ruim 400 miljoen euro aan schade heeft opgeleverd.

Hij stond dagenlang letterlijk met de poten in het modderwater, niet alleen om de hulptroepen aan te voeren, maar ook om huilende inwoners en ondernemers bij te staan. Prevoo, voormalig SP-gedeputeerde in Limburg die na een principieel conflict met de partijleiding (over vluchtelingen- en klimaatbeleid) inmiddels partijloos is, wordt van veel kanten gewaardeerd om zijn tomeloze inzet, zichtbaarheid en empathie. Gekleed in spijkerbroek en hoodie leidde hij de koning en koningin rond in het rampgebied – sommige toeschouwers dachten dat hij een van de beveiligers was.

‘Je wordt overrompeld door de gebeurtenissen’, zegt hij bedachtzaam. ‘Maar tegelijk moet je heel snel schakelen om de meest prangende problemen aan te pakken. Je gaat allerlei vragen stellen en sturen. Je voert als een bevelhebber in oorlogstijd je manschappen op het slagveld aan. Het is snelschaken op meerdere schaakborden tegelijk. Je moet voortdurend besluiten nemen: zullen we dit of zullen we dat doen? Je moet heel snel sparren met diverse specialisten en steeds knopen doorhakken. En bij elk besluit weet je dat je het maar één keer kunt nemen.’

U heeft in korte tijd als burgemeester meer meegemaakt dan collega’s in tien of twintig jaar.

‘Ik ben op 6 april geïnstalleerd als burgemeester, midden in coronatijd. Op woensdag 14 juli, toen de Geul in de stad buiten zijn oevers trad, was ik op de kop af honderd dagen burgemeester. De dag ervoor stond ik op het punt om een beschouwing te schrijven over die eerste honderd dagen toen ik door de officier van dienst werd gebeld vanuit Schin op Geul, een dorp verderop: ‘Burgemeester, we hebben hier een overstroming, woningen zijn onder water gelopen, dat meld ik even.’

‘Ik heb drie minuten nagedacht, ben in de auto gestapt en ernaartoe gereden. Het water was letterlijk dwars door een hotel gestroomd. Het kwam uit een hoger gelegen waterbekken dat was overstroomd. Een dag later kwam het water vanaf de andere kant, door de Geul.

‘Die nacht heb ik maar twee uurtjes geslapen. We waren al dagen alert, er was dagenlang zware regenval voorspeld. Woensdagmorgen hadden we de crisisdienst paraat. Er was niet alleen sprake van hevige regenval in het Limburgse heuvelland die lang bleef hangen, maar ook in de Ardennen en de Eifel. Al dat water kwam onze kant op. Ik stond al op de alarmstand in Schin op Geul, een dag later kwam de watergolf als een tsunami het Geuldal binnen. Veel inwoners hadden hun waardevolle spullen en meubilair hoger weggezet. Maar één meter bleek niet hoog genoeg. Je verwacht dat het waterpeil met 20 of 30 centimeter stijgt, maar het werd liefst twee meter. Dan ga je in de hoogste stand van crisisbeheersing.’

U heeft die woensdagavond zelfs moeten beslissen om een hospice te ontruimen. Hoe pijnlijk is dat?

‘Dat is buitengewoon pijnlijk. Er lagen acht mensen in het hospice. Je weet dat die mensen leven op de schamele tijd die hen nog vergund is. Voor nabestaanden breekt de tijd van afscheid nemen aan. Een evacuatie is een enorme inbreuk op die laatste levensfase. Maar het was nodig. Het hospice lag aan de Geul in overstroomd gebied. Het was absoluut onveilig. Evacueren van de meest kwetsbaren is het eerste wat je moet doen.

‘Helaas is tijdens de evacuatie één vrouw overleden. Dat is heel vervelend. Ik werd daarover ’s nachts gebeld, dat doet wel iets met je. Het is geen slachtoffer van de ramp, zeker niet. Ze lag al op sterven. Maar het is triest dat de nabestaanden niet op een rustiger manier afscheid hebben kunnen nemen. Het is het noodlot, zoiets verzin je niet. Het zou de inspiratie kunnen zijn voor een gedicht of een verhaal over de overleden persoon tijdens de watersnoodramp.’

Ook elders was de schade enorm en de ellende soms hartverscheurend. Wat bent u allemaal niet tegengekomen?

‘Ik ben elke dag het gebied in geweest om met getroffen inwoners en ondernemers te praten, ze vast te houden, te steunen. Heel schrijnend vond ik het echtpaar van begin 90, dat op de dag van de ramp zou verhuizen naar een aanleunwoning bij een verzorgingshuis. Alles stond al in dozen klaar in de garage. Die verhuizing is dus niet doorgegaan, alle spullen zijn verlorengegaan en ook de aanleunwoning met nieuwe vloerbedekking stond blank. Dat je dat nog moet meemaken op die leeftijd.

‘In dezelfde straat was een 78-jarige duivenmelker die al zijn zestig wedstrijdduiven, zijn levenswerk, verloren zag gaan. Hij had het hok opengezet, maar ze vlogen niet weg. Ik ken de psyche van de duif niet, maar waarschijnlijk voelden ze zich veiliger in het hok dan buiten. Die man zag hoe het hele hok met duiven werd meegesleurd in het water. Het enige wat over was toen het water was gezakt, was een stapel bekers die hij in de loop van de jaren had gewonnen. Toen ik bij hem was, brak hij, en zijn vrouw en zoon ook.

‘Op zo’n moment voel je je echt burgervader. Dan speelt leeftijd geen rol. Ik heb mannen en vrouwen van in de negentig staan troosten. Dan is het alsof je je eigen kinderen troost.’

Niet iedereen wilde zijn of haar woning verlaten.

‘Ik heb enkele noodbevelen moeten uitvaardigen om vooral oudere mensen uit hun huizen te halen. Die reageerden met: we hebben de oorlog nog meegemaakt, wij gaan ons huis niet uit. Ik heb ze later weer opgezocht, met een doosje bonbons. En ik heb gezegd: sorry, maar het moest. Een oude vrouw antwoordde: de volgende keer moet je me een kogel door het hoofd schieten, want ik ga echt niet meer mee.’

Is er tijdens zo’n crisis nog tijd om even tot rust te komen of te reflecteren op alle gebeurtenissen?

‘Eigenlijk niet. Op enig moment dacht ik dat ik al 36 uur aan één stuk aan de slag was, dat bleek echter 72 uur te zijn. Je raakt het gevoel voor tijd kwijt. Tijd vervaagt. Ik heb soms wel geprobeerd een uurtje op bed te gaan liggen, maar je kunt niet slapen. Je bent voortdurend met oplossingen bezig in je hoofd. Zo’n ramp maakt ongekende krachten in je los. Je komt in een buitengewoon actieve modus terecht, de harde schijf draait voortdurend door. Je beseft dat zoveel mensen – inwoners en ondernemers – afhankelijk zijn van je beslissingen. Dat geeft een enorm plichtsbesef.

‘Valkenburg was de hotspot van de watersnoodramp. Pas na twee weken heb ik ’s nachts voor het eerst zes uur aan één stuk geslapen. Wat nu ook wel begint door te dringen is de kwetsbaarheid van het bestaan. Valkenburg verdient zijn brood met toerisme. We waanden ons min of meer veilig in het heuvelland. Dit is dus het effect van klimaatverandering. We mogen blij zijn dat er bij ons geen slachtoffers – in de zin van gewonden of doden – zijn gevallen. Maar we moeten wel aan de slag, samen met collega’s in Duitsland en België, om iets aan die kwetsbaarheid voor hoogwater te doen.’

De ramp heeft de goede kanten in de mens naar boven gehaald, constateerde u.

‘De solidariteit onder bewoners en ondernemers was enorm. Die saamhorigheid en zelfredzaamheid waren fantastisch. Niemand heeft er alleen voor gestaan, iedereen begon elkaar te helpen. Horecagelegenheden die niet getroffen waren, begonnen spontaan maaltijden uit te delen aan collega’s die wel getroffen waren. Mensen die altijd hier op vakantie gingen, kwamen deze kant op om een handje te helpen.

‘Honderden woningen zijn tijdelijk onbewoonbaar door vocht of bouwkundige gebreken. Dat kan nog wel tot eind dit jaar duren. We hebben mensen opgeroepen om tijdelijk woonruimte voor gedupeerden beschikbaar te stellen – wij proberen dan een match te maken. Er waren zelfs mensen uit Friesland, de Achterhoek en Utrecht die woonruimte aanboden. Maar mensen gaan hier naar hun werk of school, dus dat matchte niet. Ik heb echt ervaren wat het betekent als heel Nederland meeleeft. Dat is hartverwarmend.’

Maar helaas soms ook de slechte kanten…

‘Ik zeg altijd: als de riolen overstromen, komen de ratten naar boven. Dat begon met de ramptoeristen. We hebben daarom een noodverordening uitgevaardigd en ook gecommuniceerd: kom hier niet naartoe om aapjes te kijken en de ellende van anderen te aanschouwen. Dat heeft gewerkt, want het aantal ramptoeristen is uiteindelijk beperkt gebleven.

‘Maar er kwamen ook andere ratten op twee benen tevoorschijn. Er werd een valse inzamelingsactie voor slachtoffers van de watersnood gehouden – daar heeft de politie snel een stokje voor gestoken. Mensen hielden zogenaamd als Rode Kruis-medewerkers collectes langs de deur. Er gingen dubieuze klusjesmannen op pad die zeiden gratis te willen helpen maar uiteindelijk toch de hoofdprijs vroegen. Of mensen die geldleningen aanboden, tegen flinke rente.’

Vindt u dat u de crisis goed heeft aangepakt?

‘Dat moeten anderen beoordelen – die evaluatie volgt nog. Ik moest vorige week opeens wel aan Jan Mans denken, de burgemeester die in Enschede de vuurwerkramp voor de kiezen kreeg. Wat had ik hem graag even gesproken – maar dat kan helaas niet, want hij is in februari overleden.

‘Want je bent in zo’n crisis als burgemeester soms best wel eenzaam. Dat is de eenzaamheid die elke burgemeester waarschijnlijk ervaart in rampsituaties. Jan Mans is voor altijd verbonden met de vuurwerkramp. Ik besef nu dat mijn naam waarschijnlijk voor altijd verbonden zal zijn aan de watersnoodramp in Valkenburg.’

Waarom bent u eigenlijk burgemeester geworden, terwijl u het ambt niet ambieerde?

‘Na mijn vertrek als gedeputeerde en de breuk met de SP ben ik enkele jaren actief geweest als adviseur en projectmanager. Maar ik was wel op zoek naar een nieuwe uitdaging om te kunnen knallen voor de samenleving. Want de meeste SP-idealen deel ik nog steeds. Ik wil de samenleving beter maken.

‘Eind vorig jaar kreeg ik een sms’je van iemand: ‘Heb je de sollicitatiebrief voor Valkenburg al op de bus gedaan, Daan? We kunnen iemand als jij hier wel gebruiken.’ Ik had daar nooit aan gedacht. Toen ben ik de profielschets gaan lezen en kwamen oude herinneringen naar boven. Als werkstudent ben ik in een hotel-restaurant in Valkenburg begonnen, als afwashulp. Ik zag de krantenkop al voor me: van afwashulp tot burgemeester.

‘Mijn stamvader is Daniël Prevoo, die in 1585 poortwachter in Valkenburg was. Dat was een van de weinige ambtelijke functies, naast tollenaar, schoolmeester en vuilophaler. Hij is mijn stamvader en naamgever. Toen dacht ik: dat kan geen toeval zijn, ik doe het.’

INZETJE VAKANTIE:

‘Ik wilde eigenlijk half juli op vakantie gaan, net na mijn honderdste werkdag als burgemeester. Maar daar komt nu natuurlijk niets van. Ik wil er zijn voor de mensen, solidair zijn met de slachtoffers. Ze kunnen op mijn steun en nabijheid rekenen. Ik heb er geen goed gevoel bij om in deze situatie weg te gaan. Dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Ik maak misschien wel wat tijd vrij om mijn kinderen en vriendin wat vaker te zien. Maar mijn stand blijft voorlopig: direct oproepbaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden