Column

Burenhulp

IN Lelystad

Hoe niemand merkte dat ze dood was.

Er is een vrouw doodgegaan in Lelystad. Ze woonde op de hoek. Haar lichaam lag een paar weken te wachten op iemand die het zou vinden. Toen dat gebeurde, was iedereen geschokt.

Tot zover het verhaal zoals het vaker wordt verteld: van mensen die sterven in eenzaamheid. Maar echt eenzaam was ze niet. Overbuurman Paul hield haar in de gaten, buurvrouw Lenny ook. Ze had twee zoons en een ex-man. Ze kreeg hulp van wat ze tegenwoordig 'zorgaanbieders' noemen. Maar kennelijk is er een zwart gat geweest en daarin is ze, hop, verdwenen.

Het is in de Waterwijk, in het zuidoosten van de stad. Die stond slecht bekend maar tegenwoordig gaat het weer. Haar huis is baksteen snelbouw: de zijgevel een blinde muur. Aan de overkant, bij Paul en Lia, is het tostivrijdag: kom binnen, bordje erbij op tafel. Wilt u ook wat ketchup, vraagt kleinzoon die uit school is komen fietsen. Paul is oppasopa en een geboren lid van de participatiesamenleving. Na de tosti trekt hij een overall aan, haalt een kruiwagen uit de schuur en maakt samen met kleinzoon het gemeenteplantsoen schoon. Omdat het vuil is. Hij is waarschijnlijk de enige in de Waterwijk die dat doet.

Paul wil je wel als overbuurman hebben. Hij vraagt zich nog steeds af wat hij meer had kunnen doen. Lenny ook, die woont ernaast. Die vrouw maakte elke dag lawaai, waarom heeft Lenny de stilte niet gehoord? Was ze teveel bezig met haar eigen sores?

Beeld x

Het was geen gemakkelijke vrouw, laten ze het daarop houden. Ze was niet vriendelijk, zegt Paul. Ze sloeg met de voordeur, ook als ze niet naar buiten ging. Ze was iel maar aanwezig: altijd op hoge hakken en in zwart-wit, altijd met die grote zonnebril. Een Spaanse. Dat was haar achtergrond. Vorig jaar raakte ze steeds verwarder, kwam ze met haar pinpas aan de deur en vroeg dan of je geld uit de automaat wilde halen. Ze gooide koffiemelk over Lenny's auto. Ze gooide eieren op auto's. Ze belde midden in de nacht aan en Lenny zag haar dan snel de hoek om rennen. Ze gooide bleekmiddel naar Lenny. Ze ging gympies dragen. Ze kwam om aardappels vragen, of om sigaretten - hier was duidelijk iets aan de hand.

Paul belde de gemeente en die stuurde Janine van de Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland. Maar voor een maatschappelijk werkster was het te veel: de zorg werd in mei alweer overgedragen aan twee 'zorgverleners' waarvan er één Icare heet, een slim bedachte naam die je ook op z'n Engels uit kunt spreken. Icare is een 'merk' van zorgconcern Espria, dat eerder opviel door het salaris van de leiding. Maar plotseling stopte die zorgverlening weer - Icare wil niet zeggen wanneer of waarom, marketingcommunicatieadviseur Audrey van den Berg slalomt handig om de hamvraag heen. Voor je het weet is zo'n mooie naam besmet. Ze hebben het aangemeld bij de Inspectie, die zoekt het uit. Audrey zegt: 'niet elke zorgverlening is oneindig'. En dat de zorg in overleg is stopgezet. En dat mevrouw op de wachtlijst stond voor een 'beschermde woonomgeving'.

Beeld x

Wat ze waarschijnlijk bedoelt is: niemand kon die vrouw meer aan. Ze pastte nergens in. Behalve in dat zwarte gat.

Paul zegt: ik vind het hartstikke leuk en wil best een pootje uitsteken om iemand te helpen, maar op een gegeven moment ben je niet meer professioneel genoeg. Hij zegt ook: ik denk dat ze bij Icare een beetje met vrijwilligers lopen te klooien. En hij schreef een brief naar de gemeente, of het iets te maken heeft met de nieuwe zorgwetgeving. Nee hoor, schreef de burgemeester terug, mevrouw viel niet meer onder ons. 'We kunnen als gemeente helaas niet helemaal voorkomen dat er soms inwoners buiten beeld raken.'

De brief bereikte de lokale media en de reacties waren niet mals: Paul had zelf maar moeten helpen. Maar dat had ie juist gedaan. Dat krijg je dan, in een samenleving waar mensen vooral participeren vanachter hun pc.

Paul staat met kleinzoon in het gemeenteplantsoen en haalt het bouwafval weg. Allebei dragen ze een platte pet. Vervolgens zal iemand er opnieuw afval dumpen. Burenhulp loont, maar niet altijd.


23 januari stond er politie voor de deur van de overbuurvrouw en Paul dacht: verdomme, waarom heb ik niet eerder aangebeld. Lenny dacht hetzelfde. Lenny heeft daarna geholpen met het opruimen van het huis. Ze is ook naar de crematie geweest. Het was mooi, er waren veel mensen. Een mooie crematie voor een ongemakkelijke vrouw.

Beeld x
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.