Buren uitnodigen is een begin

Allochtonen moeten de Nederlandse taal leren, de 'Nederlandse normen en waarden' respecteren en eigenlijk zo min mogelijk afwijken van de rest....

Nederlanders hoeven niets. Geen politicus die hardop zegt dat integratie pas echt werkt als ook autochtone Nederlanders daar actief aan meedoen. Dat is vreemd. Alsof taal- en inburgeringscursussen een tovermiddel zijn. Allochtonen spreken na een serie taallessen niet ineens Nederlands alsof ze hier zijn geboren. Evenmin zitten allochtonen na een inburgeringsprogramma voortaan om zes uur 's avonds aan de hutspot of kijken naar Idols in plaats van naar de satellietzender uit het vaderland.

Taal- en inburgeringscursussen zijn slechts nuttig als allochtonen die Nederlandse taal daarna ook actief blijven gebruiken. Onder elkaar, maar vooral in gesprekken met autochtone Nederlanders. Die gesprekken zijn immers uitzonderlijk. Niet omdat Nederlanders een afkeer hebben van buitenlanders, maar omdat ze gewoon geen tijd en geen zin hebben om met vreemden aan de praat te raken.

In de trein, bij de bushalte, zelfs in het café houden we het contact met onbekenden liefst beperkt. Zomaar wat kletsen met degene die toevallig naast je zit, wordt vaak als onaangenaam ervaren. Zelfs buren zijn vreemden voor elkaar.

Bijvoorbeeld in mijn eigen straat, waar twee huizen verderop sinds een jaar of vier het echtpaar Jankovic woont. Mevrouw kwam in 1969 uit Servië naar Nederland, haar man volgde in 1980. Beiden zijn nu 64. Nederlands spreken ze matig. Taallessen hebben ze nooit gehad; die waren er nauwelijks. Ze leerden de taal op hun werk: zij als hulp in de keuken , hij in de plaatselijke aluminiumfabriek.

Van onze buurt hoeven meneer en mevrouw Jankovic het niet te hebben, qua integratie. In de vier jaar dat ze er wonen, hebben ze een keer of vier bezoek gehad, of nou ja, bezoek is een groot woord: twee keer vroeg de buurvrouw iets. Nul keer zijn ze uitgenodigd. Ook niet door mij. Ik nodig nooit buren uit . Te druk of te moe. Ja goed, vorige week ben ik bij de familie Jankovic op de koffie geweest. Mét taart. Met een opschrijfboekje, als u begrijpt wat ik bedoel.

'Al woon ik meer dan de helft van mijn leven in Nederland, ik voel me nog steeds buitenlander', zei mevrouw. Als ze de taal beter sprak, zou ze zich misschien meer thuis voelen, beaamde ze. Maar met wie ? 'Ik heb hier niemand. Zelfs mijn buren ken ik niet. In Servië komt iedereen bij elkaar over de vloer. Nederlanders zijn veel meer op zichzelf. Als wij hier doodgaan, merkt niemand dat.'

Als meneer en mevrouw Jankovic Nederlands willen oefenen, moeten zij telkens eerst een Nederlandse muur afbreken. Dat is geen schande, noch is het zielig. Maar het hielp als autochtone Nederlanders af en toe achter hun schutting vandaan kwamen.

Natuurlijk moeten allochtonen ook zelf het intitiatief nemen. De familie Jankovic heeft mij bijvoorbeeld nog nooit uitgenodigd. Ze hadden het een keer kunnen proberen. 'Maar wij weten hoe het gaat', zei meneer Jankovic. 'Hier wonen allemaal behoorlijk jonge mensen. Jullie werken overdag of hebben het druk met andere dingen. En 's avonds gaat mijn vrouw na Lingo naar bed.'

Ze praten nu alleen Nederlands in de supermarkt. En horen het op televisie. Meneer Jankovic begrijpt bijna alles. Maar spreken gaat nog steeds moeilijk.

Volgende keer komen ze bij mij koffie drinken. We schelen dertig jaar in leeftijd, leiden een totaal verschillend leven en hebben geheel andere interesses. Maar wie iets beters weet, mag het zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden