Bunker

Ooit stuitte ik met twee homoseksuele vrienden op een poster van het Wilhelmina Fonds. 'Heterokanker', zei één van hen op de denigrerende toon die alleen minderheden zich kunnen veroorloven....

'Denk je dat ik technisch gesproken nog steeds een vrouw ben als mijn borsten en baarmoeder zijn geamputeerd?', vraagt één van de door besmetting ziek geworden slachtoffers aan Erin Brokovitch in de gelijknamige film. In tegenstelling tot wat die toenmalige vriend vermoedde, is kanker volstrekt democratisch. Nooit zal er een maatschappij zijn die zo blind is voor ras, geslacht en seksuele voorkeur als deze ziekte.

Je kunt lang geloven dat kanker uitsluitend anderen overkomt. Tot het moment waarop een gezinslid of goede vriend wordt gedwongen het woord kwaadaardig een plaats te geven in zijn of haar vocabulaire. Daar begint het zoals altijd mee, met een woord. Daarna wordt het de werkelijkheid van je leven. Een paar jaar geleden maakte ik het van ondraaglijk dichtbij mee. Deze week leek iedereen die ik tegenkwam erdoor aangeraakt. Puncties zonder verdoving, op de proef gestelde partners, die het niet aankunnen en de benen nemen, een broer en zus die hun laatste twee weken samen in gaan. Je luistert en kan niets.

Ik zie ze in gedachten door ziekenhuizen sluipen, deze kennissen, zich excuserend voor een lijden dat niet te vermijden is. Ook dat schijnt bij kanker te horen, die gêne. Een afkorting in plaats van woede, of sterrenbegrafenissen met vuurwerk en fluweel. Ik zal de laatste zijn die een reclamebureau vraagt de connotaties van kanker op te leuken. Tumor is geen fun. Maar als ons leven bepaald wordt door woorden, is het misschien wel mogelijk nu en dan iets eleganter met termen om te gaan. En vervolgens met datgene waarnaar ze verwijzen.

Zo werd in dezelfde week waarin de ziekte mijn omgeving besprong, bekend dat er 41 nieuwe bunkers in Nederland worden bijgebouwd, waar patiënten kunnen worden be straald. Hoogst noodzakelijk om de wachtlijsten op te heffen. Maar moet zo'n ding zo worden genoemd? Ondergronds behandelcentrum, ik zeg maar wat, lijkt me al een stuk beter. En dan die centra zelf. Een patiënt moet voor behandeling naar de kelder van het ziekenhuis. Overal krijg je het Tsjernobyl-gevoel ingestampt door de ontelbare gele nucleair-gevaardriehoeken aan de muur. Het toch al niet vrolijke kleurtje van het bovengrondse deel van het hospitaal is hier helemaal ver dwenen, leidingen zijn niet weggewerkt. Een wereld waar esthetiek er niet toe doet.

Maakt niks uit, kun je zeggen. Het is hier toch maar een kwestie van behandelen en wegwezen. Alsof onze omgeving geen invloed heeft op onze gemoedstoestand als we op ons kwetsbaarst zijn. Mag ik iets voorstellen? Er is nog nooit zo veel geklust in Nederland als nu. We worden overspoeld met interieurprogramma's en tijdschriften. Verffabrikanten moeten winsten maken waamee ze zich geen raad weten. Kunnen zij niet een paar leuke potten sponsoren? En zou nergens een ontwerper te vinden zijn die voor niets een mooi kleurenvoorstel voor deze centra wil doen?

Dat het geld voor gezondheidszorg niet naar design gaat begrijp ik. Maar anderen kunnen misschien wel bijspringen. Mocht iemand vinden dat ik me met trivia bezig hou terwijl het om leven en dood gaat, die moet nog maar eens aan Oscar Wilde denken. 'Either that wallpaper goes, or I go', sprak hij op zijn sterfbed in een troosteloze Parijse hotelkamer. Het werd 1-0 voor het behang. Ik bedoel maar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden