Bukken, grijpen, slepen, bukken, grijpen, slepen, bukken, grijpen, slepen

In sommige wijken van de grote steden pikken personenbusjes ‘s ochtends vroeg arbeiders op. Via bemiddeling van malafide uitzendbureaus gaan zij werken in tuinderijen....

5.20 uur. Ze staat écht op de goede plek, maar het busje is te laat. Pas twintig minuten na het afgesproken tijdstip parkeert de gele Volkswagen Transporter voor het kantoor van de Haagse Belastingdienst. Een half uur geleden stonden hier nog vijf mannen en drie vrouwen, maar die zijn allemaal al opgehaald. Alleen de jongen met de capuchontrui staat nog steeds naast Daisy. ‘Sorry jongens, vertraging!’, roept Günes vanachter het stuur. ‘Hebben jullie al handjes geschud? Nee? Daisy, die meneer naast je is je collega Mikael. Mikael, spotykaja Daisy. Oké, kom kom kom, stap in dan!’ Mikael en Daisy stappen in, Günes geeft gas, het busje vertrekt. De gele Volkswagen Transporter is een van de tientallen busjes die elke ochtend vanaf de Haagse Schilderswijk naar het Westland rijden. Ze vervoeren Turken, Marokkanen, Ghanezen en, sinds de uitbreiding van Europa, ook steeds vaker Portugezen, Polen en Hongaren. Sommigen verblijven slechts tijdelijk in Nederland. Om paprika’s te snoeien, tomaten te plukken, rozen te snijden, maar vooral: om zo snel mogelijk geld te verdienen. Tachtigduizend van deze (gast) arbeiders werken via malafide uitzendbedrijfjes. Dat zijn vaak ongecertificeerde eenmanszaken, met namen als Uitzendbureau Yildaz, Agrarisch Loonbedrijf Serhati, Detacheringbureau Ozkam, en Sunshine. In de Haagse Schilderswijk alleen al zitten er zo’n honderdvijftig. Malafide uitzendbazen doen niet aan administratie. Sommige hebben bovendien illegale werknemers in dienst, betalen minder dan het minimumloon en kennen slechte arbeidsvoorwaarden. Daar staat tegenover dat ze hun werknemers altijd van en naar het werk vervoeren. En contant uitbetalen.

5.30 uur. Op weg naar het Westland stopt de gele Volkswagen Transporter vier keer: bij de Oranjelaan voor Aram, bij de Maasstraat voor Masja en Masjenka, bij de Pletterijkade voor Tigo en z’n vrienden, en bij de Texaco voor een pakje Marlboro. De reis duurt in totaal veertig minuten, onderweg praat alleen chauffeur Günes. Hij zegt dingen als: ‘Ik ben niet veel naar school geweest, maar ken Pools, Portugees, Koerdisch, Turks en Nederlands. Plus Engels, maar dat telt niet.’ En: ‘Mijn uitzendbureau is het beste van Den Haag. Jullie moeten blij zijn dat jullie voor mij werken!’ En: ‘Ik heb kinderen bij tien vrouwen, want ik wil de kinderbijslagdienst kapot maken.’

Günes (27), Turkije. De ouders van Günes kwamen twintig jaar geleden naar Nederland. Zijn vader werkte in de bouw, Günes ging naar een Haagse basisschool. Inmiddels heeft hij een eigen café in de Schilderswijk, ‘voor Turken én Hollanders’. Daarnaast is Günes directeur van een eenmansbedrijf: Uitzendbureau Günes. Een kantoor heeft hij niet, Uitzendbureau Günes is alleen bereikbaar via Günes’ 06. De Kamer van Koophandel kent wel een adres, maar wie hier overdag langsgaat, treft de moeder van Günes. Die lacht dan, haalt haar schouders op en wuift: ‘Weg!’ Bellen werkt beter. Wie wil, kan dezelfde dag nog op sollicitatiegesprek. ‘Even praten’, noemt Günes dat. Even praten gebeurt in snackbars, shoarmatentjes of de wok-to-go tegenover station Hollands Spoor. Günes vindt: ‘Geen kennismaking zonder maaltijd. Ik betaal!’

Vier dagen eerder. Daisy ontmoet Günes in een dönerrestaurant: ‘Alles goed?’ ‘Ja hoor’, zegt Daisy. Of, nou ja* Eigenlijk gaat het helemaal niet zo goed, vertelt ze. Haar vriendje, Dimitri uit Roemenië, heeft last van z’n been. Nu kan-ie zeker een paar maanden niet werken, maar ze hebben snel geld nodig. Om te eten, voor de huur, voor de baby, je weet wel. Dus nu is ze zelf op zoek naar een baan en het heeft, zeg maar, best wel haast. Kan Günes haar misschien helpen? ‘Ja misschien, hè?’, zegt hij. ‘Ik ga kijken, maar weet je wat het is? Er hebben eerder Nederlandse meisjes voor me gewerkt, en zij stoppen meestal na twee dagen. Ik snap ook niet waarom. Maar ik ga kijken voor je. Ik bel je als ik iets heb. Wil je nog wat eten dan, drinken? Neem maar, hoor.’

6.10 uur. De gele Volkswagen Transporter stopt voor Ron’s Rozenkwekerij. ‘We gaan vandaag rozen plukken’, zegt Günes. Een verrassing; gisteren aan de telefoon had hij het nog over paprika’s. Rozen plukken, zo blijkt, heeft niets met het plukken van rozen te maken. Ron’s rozen werden vorige week al gesnoeid, en nu staat zijn kas vol verdorde struiken. Die struiken groeien op matten steenwol: acht struiken per mat, tweeduizend matten in totaal. Ze wegen 8 kilo per stuk en moeten een voor een naar de grijpwagen worden gedragen. Wat Ron betreft, is zijn kas vanavond helemaal leeg. De mannen nemen ieder een mat op hun rug. Masja en Masjenka slepen er samen één. Ook Daisy trekt aan een struik, maar staat al snel met een afgebroken stengel in haar hand. Wanneer ze dat zien, kijken Masja en Masjenka elkaar aan. Masja trekt een wenkbrauw op, Masjenka lacht alleen maar.

Masja (39) en Masjenka (28), Polen. De twee vrouwen kwamen anderhalf jaar geleden naar Nederland, hun man achterna. Vlak voordat ze vertrokken, blondeerde Masja d’r haar. Ze verft de wortels nog steeds om de drie maanden bij. Masja en Masjenka maken elke ochtend witte boterhammen met kaas en margarine. Masjenka draagt ze in een plastic Albert-Heijnzak. Masja heeft een zwarte handtas. Die gebruikt ze ook als ze niet hoeft te werken, want, zegt ze, ‘het leer is echt’. Wanneer Masja en Masjenka tijdens het werk naar het toilet moeten, gaan ze altijd samen. Als Masjenka dan op de bril zit, hurkt Masja voor de dichte deur. Zo kunnen ze uitrusten. Masja en Masjenka vinden: ‘Wat moeten we nog in Polen? Onze hele familie woont hier.’

6.30 uur. Günes wenkt Daisy: ‘Te zwaar, hè?’ Hij wijst naar de jongen die naast hem in het busje zat. ‘Dit is Baris, hij gaat je assisteren. Jullie dragen samen, oké?’ Daisy knikt en Baris zegt ‘oké’. Ze grijpen samen een struik en slepen de mat naar het uiteinde van de kas. Ze lopen terug, bukken, grijpen, slepen, lopen terug, bukken, grijpen, slepen, lopen terug, bukken, grijpen, slepen, lopen terug, bukken, grijpen, slepen. Honderdvijftig keer achter elkaar.

Baris (18), Nederland. Baris volgt een opleiding in de beveiliging, in zijn vrije tijd werkt hij voor zijn oom, Günes. ‘Rottig werk, makkelijk geld.’ Van dat geld betaalt hij zijn drank, schoenen en kleding. Geen huur, want Baris woont nog thuis. Koken kan hij niet – ‘nog geen ei’. Zijn moeder maakt zijn maaltijden klaar, inclusief ontbijt. Aan rozen heeft Baris een hekel. Hij koopt ze nooit, behalve afgelopen Valentijnsdag, toen kocht hij een bos voor z’n vriendin. Maar nu is het uit. Of, nu ja, uit* Eigenlijk hadden ze niet écht een relatie, en hij had er ook al een tijdje ‘gewoon geen zin meer in’. Laatst heeft Baris ergens gelezen dat veel seks energie oplevert. Dus ja, dan moet dat maar zonder vaste vriendin. Gisternacht was hij nog met een meisje, dat hij had ontmoet in een kroeg. Daarom is hij vandaag zo moe. Baris zegt: ‘Maar misschien ga ik binnenkort serieus worden, hoor. Met de ware.’

7.50 uur. ‘Want to get married?’, roept Tigo naar Daisy. Ze kijkt op, maar Günes zegt: ‘Pas op, hè, da’s een Portugees. Die Portugezen zijn allemaal criminelen; moordenaars, verkrachters. Waarom denk je dat ze hier zijn?’ Daisy schudt dat ze het niet weet. ‘Gaan ze terug naar hun eigen land, moeten ze meteen naar de gevangenis. Niet met ze praten, hoor, echt niet.’ Conversatie met Tigo past niet binnen de praathiërarchie van Ron’s Rozenkwekerij. Ron praat uitsluitend met Günes, Günes praat met zijn neefjes, met Mikael, met Daisy en met Aram. Masja en Masjenka praten alleen met elkaar. En Tigo en zijn vrienden praten niet, maar schreeuwen. Ze doen mee met de non-stophitmix van radiozender Q-music en zingen Fame, Walking on sunshine, Like a virgin, Hakuna matata. Tigo zingt het hardst, totdat hij een kluit gruis in z’n gezicht krijgt: ‘Jezus, fucking shit!’ Tigo’s oogleden zwellen op, hij zal de rest van de dag niet meer zingen.

Tigo (24), Portugal. Tigo komt uit Portugal: ‘A fucking country with no work.’ Twee jaar geleden nam hij de bus naar Nederland, sindsdien werkt hij in de tuinbouw. Rozen slepen vindt hij fucking shit, tomaten oogsten is zijn favoriet. Vorige maand werd Tigo 24. Zijn moeder heeft hij niet gebeld, want ‘she’s a fucking bitch’. Wel liet hij een nieuwe piercing zetten. Een ringetje door z’n onderlip. Nu heeft Tigo zeven piercings in z’n gezicht en één tatoeage op z’n rechterschouder: het Chinese teken voor liefde. Een vriendin heeft Tigo niet. Maar goed ook, want meisjes ‘talk too much’. Liever heeft hij om de week een andere vrouw. Eentje in Rotterdam en eentje in Amsterdam, waar hij elk weekend uitgaat, met vrienden uit Portugal. Maandagochtenden zijn het ergst, want zondagnacht slapen vindt Tigo zonde. Tigo zegt: ‘De toekomst? Dat is the future, man! Aan the future denk je niet.’

9.00 uur. ‘Cola of Fanta?’ Het is koffiepauze, dus Günes trakteert op plastic bekertjes fris. ‘Koffiepauze’ duurt precies vijftien minuten en wordt aan- en afgekondigd met een automatische fluittoon. Het gaat niet om de koffie, het gaat om het zitten. En dat kan, nog zeker negen minuten lang, op kuipstoeltjes en petfleskratten. Ron maakt zich zorgen. Hij wil dat zijn ingehuurde arbeiders tot vier uur ’s middags doorwerken, maar Günes heeft het over ‘om twee uur naar huis’. Zijn mannen zijn niet fit vandaag, legt hij uit. Masja heeft last van haar heup, Masjenka’s pols doet pijn en Tigo roept nog steeds dat hij blind is. Ron: ‘Maar afmoeten vandaag, Günes. Jij begrijpen, toch?’ Günes: ‘Ja, maar we hebben vandaag weinig energie.’ Ron: ‘Zij brood mee hebben, toch? En veel Red Bull nemen. Ja toch, ja?’ Günes: ‘We gaan het proberen, we zullen zien.

11.30 uur Daisy zit op de grond. Haar voet bloedt, maar Baris zegt: ‘Pas op dan, pas op! Die Hollander komt eraan.’ Hij wijst op Ron. Daisy gaat meteen weer staan.

12.30 uur De fluittoon is weer gegaan. Günes heeft pizza’s gehaald, en varkensvleesvrije saucijzen. Ze moeten binnen dertig minuten op. Masja, Masjenka, Daisy en de mannen zitten om een witte tafel, eten en zwijgen. Aram haalt een pak wortelsap, drie tomaten, een komkommer en een plastic zoutvaatje uit z’n rugzak. Hij snijdt de tomaten in zessen en bestrooit ze met zout. ‘Neem, neem’, zegt hij tegen Daisy.

Aram (48), Irak. Aram is Koerdisch. Tien jaar geleden kwam hij naar Nederland. Hij wilde niet, hij moest. In Irak werkte hij als heftruckchauffeur, maar dat diploma geldt hier niet. Hij wil best als chauffeur aan de slag, maar een Nederlandse heftruckopleiding is te duur. Arams loon gaat op aan eten en wonen. Bovendien: hij spreekt de taal niet. ‘Laat maar’, vindt Aram dus. Zijn broers, ouders en zoon wonen nog steeds in Irak. Ja, natúúrlijk wil Aram terug. Maar dat gaat niet, ‘no money’. Aram zegt: ‘Mijn leven is werken en eten. Mijn leven is een probleem.’

12.50 uur. Tigo komt een stuk pizza halen. ‘Velho!’, roept hij naar Aram, ‘oude man.’ Tigo vouwt z’n pizza en loopt lachend weg. ‘Ik heb veel mensen ontmoet’, zegt Günes, ‘maar die Portugezen* Gék zijn ze, echt hoor, ze hebben geen saygi; geen cultuur, geen respect. Ze eten niet, ze drinken niet, ze roken alleen maar. Hoe kán dat?’ Buiten mengt Tigo zijn shag met marihuana.

15.30 uur. Masja en Masjenka zijn weg. Ze weigerden verder te werken, ‘want ze waren dood’, zegt Baris. ‘Ik ben ook dood’, zegt Daisy, maar Baris bukt al voor een nieuwe pallet. ‘Als je nou geen vriend had, hè’, vraagt hij, ‘zou je mij dan een leuke jongen vinden?’ ‘Ja, hoor’, zegt Daisy, ‘tuurlijk.’ Baris gaat verder: en als ze nou moest kiezen tussen Günes en hem, voor wie zou ze dan gaan? En trouwens, nu ze het er toch over hebben: wat vinden meisjes nou eigenlijk fijner, een grote of een kleine? En dan hard stoten of toch langzaam? En maakt dat nou uit, in welk standje? En Tigo dan, is dat soms haar type? En Mikael, zou ze het met hem doen dan? Daisy kijkt naar Mikael en zegt: ‘Mwa.’

Mikael (26), Polen. In Polen is het loon laag en het leven duur, zegt Mikael. Daarom kwam hij in december naar Nederland, samen met zijn beste vriend. Eigenlijk vindt hij 6 euro per uur te weinig. Met zijn vorige werk, ook in de kassen, verdiende hij een halve euro meer. Maar daar werd hij twee weken geleden ontslagen, ‘ problems met de baas’: hij had gedronken – één biertje maar, echt waar – maar een collega had hem verraden. Mikael moest meteen vertrekken. Uitzendbureau Günes vond hij via een huisgenoot. Mikael woont in een appartement met één slaapkamer. Die deelt hij met zijn beste vriend, en acht andere Polen. Sommigen zijn oké, maar er zijn ook bad guys bij. Die eten ’s nachts de koelkast leeg en laten dingen slingeren: servetjes, cupjes sambal en lege bakken takeaway. Daarom zijn Mikael en z’n vriend op zoek naar een nieuwe woning. Het liefst iets bij Scheveningen, want op het strand is het always party. Na het werk gaat Mikael blowen. Dat doet hij elke avond, een uur of zes, zeven lang. Dan luistert hij naar de radio, of kijkt hij films op SBS6. Mikael zegt: ‘Nederland is beter dan Polen. Er is werk, er is geld, en er is geen moeder die ‘bla bla’ doet.’

17.00 uur. Ron is blij. Zijn kas is leeg. Verder lacht niemand.

17.40 uur. De gele Volkswagen Transporter rijdt weg, Daisy staat weer voor het kantoor van de Belastingdienst. Ze heeft vandaag elf uur matten gesleept, met in totaal één uur pauze: twee keer een koffiekwartier plus een lunch van een half uur. Daarmee heeft ze 66 euro verdiend, contant. In het busje heeft ze de schrammen op haar armen met die van Tigo vergeleken. Tigo won. Hij had er 34 en bloedde net iets heviger. Voordat Günes wegreed, riep Daisy: ‘Tot morgen!’

Daisy (24), Nederland Daisy heet geen Daisy. Ze komt niet uit Den Haag, heeft geen Roemeens vriendje met pijn aan z’n been, en ook dat ‘tot morgen’ was gelogen. Ze is namelijk journalist en vroeg zich af hoe het is om voor een malafide uitzendbureau te werken. Daarom meldde zich aan bij Günes, met een telefoonnummer dat ze via via had verkregen. Iedereen geloofde haar, maar het was Baris die zei: ‘Je lijkt me eigenlijk meer een studententype, niet iemand om hier te zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden