analyse Libië

Buitenlandse huurlingen en materieel – wat is er aan de hand in Libië?

Soldaten van de regering van premier Serraj vechten in de buitenwijken van Tripoli. Beeld REUTERS

De Verenigde Naties maken zich zorgen over de groeiende stroom huurlingen die zich aansluiten bij de Libische krijgsheer Khalifa Haftar. Diens Libische Nationale Leger (LNA) doet al maanden pogingen de hoofdstad Tripoli in handen te krijgen.  

De internationaal erkende regering van premier Fayez el-Serraj heeft nog steeds de macht in Tripoli en wordt daarbij voornamelijk gesteund door Turkije, Qatar en Italië. Haftar heeft de steun van Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Rusland en Frankrijk. 

Haftars troepen liepen dit voorjaar grote delen van het land onder de voet bij een grootscheeps offensief vanuit zijn machtsbasis, de oostelijke stad Benghazi. Daar had hij eerder afgerekend met de radicaal-islamitische groeperingen die na de val van de Libische dictator Moammar Khadafi in 2011 de macht hadden gegrepen in het oosten van Libië.

Haftars troepen staan nu al sinds begin april voor de poorten van Tripoli, maar tot nog toe is hij er niet in geslaagd de stad in te nemen. De regering van premier Sarraj krijgt de steun van enkele milities die tijdens de Arabische Lente tegen Khadafi hebben gevochten, waaronder de machtige militie uit de havenstad Misrata. Zij vrezen dat de 76-jarige Haftar zich zal ontpoppen tot een nieuwe Khadafi als het hem lukt de controle over het hele land te krijgen.

Huurlingen

De afgelopen maanden heeft Haftar echter versterking gekregen van duizenden huurlingen uit Soedan. Volgens een recent rapport van de VN hebben zich ook huurlingen uit Tsjaad bij Haftars LNA aangesloten. Ook vanuit Rusland krijgt de zelfbenoemde veldmaarschalk steun. Volgens de regering in Tripoli heeft Haftar hulp gekregen van 600 tot 800 Russen die werken voor Wagner, het privélegertje van Jevgeni Prigozjin, een vertrouweling van de Russische president Poetin.

Wagner was ook actief in Syrië waar het aan de kant van de Syrische president Assad meevocht in ruil voor een deel van de opbrengsten van de olievelden die de Wagner-strijders wisten te heroveren op de rebellen. In Oekraïne hielpen de Wagner-strijders de pro-Russische separatisten bij hun strijd tegen het Oekraïense leger. De Libische regering zegt over tal van bewijzen te beschikken dat Wagner nu meevecht met Haftar, waaronder mobiele telefoons en andere spullen die de Russen op het slagveld achterlieten.

Waarschijnlijk hopen de Russen mee te kunnen profiteren van de Libische olie-industrie als Haftar de macht krijgt. Diens troepen hebben een groot deel van de olievelden en de olieterminals in handen, maar tot nog toe  heeft Haftar moeite buiten het staatsoliebedrijf NOC om kopers te vinden voor de olie uit zijn gebied. De inkomsten van het NOC gaan naar de Libische centrale bank.

Om de gaten te vullen heeft Moskou voor miljarden aan Libische dinars gedrukt, zodat Haftar het overheidsapparaat in zijn regio draaiende kan houden. Daarnaast krijgt de krijgsheer financiële steun van de Verenigde Arabische Emiraten en andere Arabische landen.

Wapenembargo 

Officieel geldt er een VN-wapenembargo tegen Libië, maar volgens de VN krijgen beide kampen op grote schaal wapens van hun bondgenoten. Dat blijkt onder meer uit het veelvuldige gebruik van drones. De Libische regering gebruikte Turkse drones in een poging de opmars van het NLA te stuiten. Andersom gebruikt Haftar door de Verenigde Arabische Emiraten geleverde drones om de regeringsgezinde milities te verzwakken. De laatste tijd hebben Haftars troepen ook de beschikking over luchtafweergeschut van Russische makelij, waarvoor de Turkse drones heel gevoelig zijn.

De gevechten hebben rond de hoofdstad al aan ruim duizend mensen het leven gekost. Daarnaast zijn ruim 120 duizend mensen op de vlucht gejaagd door het geweld. De VN vrezen dat het land nog verder zal worden gedestabiliseerd door de toestroom van strijders uit allerlei windstreken. Ook Turkije dreigt nu rechtstreeks betrokken te raken bij het conflict. De regering van president Erdogan sloot onlangs een akkoord met de regering in Tripoli waarin zij zich bereid verklaarde troepen te sturen om premier Serraj overeind te houden.

Die belofte maakte deel uit van een omstreden verdrag waarin de twee landen hun exclusieve economische zone in de Middellandse Zee afbakenen ten koste van Cyprus en Griekenland. Volgens die landen druisen de Turks-Libische aanspraken in tegen de bestaande regels van het zeerecht. Maar als de regering-Serraj bezwijkt onder de militaire druk van Haftar stelt het Turks-Libische akkoord helemaal niets meer voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden