Buitenlanders verjaagd van Russische markten Marktkoopman? Dat is niks voor een Moskoviet

Geen mens begrijpt de nieuwe Russische migratiewet. Dat komt misschien door de dubbele bedoelingen...

Van onze correspondent en Arnout Brouwers

Vanaf het centrale plein van de Tsjerkizovskimarkt, een uitgestrekt complex van marktloodsen in Noord-Moskou, kijk je uit over de Izmailovkathedraal in de heuvels buiten Moskou. Het is een onverwacht mooi doorkijkje vanaf een van de meest afgebladderde plekken in de stad.

Maar het zijn niet de mooie panorama’s die talloze Moskovieten naar het marktcomplex trekken. Dat zijn de duizenden stalletjes in de loodsen, die alles aanbieden wat een minder bemiddelde Moskoviet zich zou wensen.

De rijkere Moskovieten, inmiddels ook een heel leger, trekken daarvoor de neus op en rijden liever naar een van de prachtige nieuwe winkelcentra aan de rand van de stad. Maar voor miljoenen landgenoten is dat nog steeds geen optie: volgens de Nezavisimaja Gazeta koopt de Rus gemiddeld nog altijd 60 procent van zijn kleding, 40 procent van zijn vlees en 55 procent van zijn schoenen op de markt.

De vraag is alleen: hoe lang nog? Vorige week is er een nieuwe immigratiewet van kracht geworden, die het miljoenen buitenlandse arbeiders makkelijker moet maken om een jaar legaal in Rusland te werken. Tegelijk wordt met hoge straffen voor werkgevers de illegale arbeidsmarkt aanpakt. Maar het venijn van de wet zit in een verbod – vanaf 1 april aanstaande – voor alle buitenlanders om op markten of in kiosken te werken. Vanaf 15 januari mag het aantal buitenlanders per markt maximaal 40 procent bedragen.

Zoals wel vaker in Rusland weet niemand precies wat de wet inhoudt, noch de onderdanen noch de handhavers. Cynici zien er dan ook vooral een nieuwe mogelijkheid in voor de politie om de marktlui af te persen.

‘Er zijn drie plaatsen waar je werkvergunningen kunt krijgen, maar niemand weet waar’, zegt de Oekraïense Julia, die met twee andere marktvrouwen kleding aan de man brengt. ‘Vanaf 15 juli sluiten ze alle standplaatsen van mensen zonder werkvergunning. Wij weten niet wat we moeten doen, waarschijnlijk gaan we naar huis.’

De 50-jarige Natalja, een stijlvolle Oekraïense die op de Tsjerkizovskimarkt jassen verkoopt, bevestigt dat de autoriteiten ook niet weten hoe het zit met de nieuwe immigratiewet. ‘Veel mensen gaan naar het immigratiekantoor, waar ze te horen krijgen ‘we weten niet wat we met jullie moeten doen’.’

Natalja werkt al in Moskou sinds 1993, toen ze haar baan als wetenschapper aan het Technologisch Instituut van Loegansk verloor. Tot nu toe reist ze om de paar maanden op en neer, om met een vers visum terug te komen. In theorie moet de nieuwe wet haar helpen, omdat er nu ook eenjarige visa kunnen worden verstrekt. Maar daar heeft ze niets aan, omdat ze op de markt werkt – en dat is taboe.

Ze maakt een weids gebaar naar de gesloten luiken om haar heen. ‘Kijk eens naar al die gesloten stalletjes, dat is het resultaat. Ze komen papieren controleren en sluiten de zaak. Het is belachelijk, deze mensen hadden al de huur betaald voor hun stalletjes en nu kunnen ze niks verkopen. Wat ik ga doen? Terug naar Oekraïne. Daar kan ik vloeren gaan dweilen voor 90 dollar per maand.’ Nu verdient ze soms wel vijf keer zoveel.

De nieuwe immigratiewet beoogt het onmogelijke: voorzien in de behoefte aan arbeidskrachten en tegelijk tegemoetkomen aan de antibuitenlanderstemming onder de Russische bevolking. In oktober – na anti-Tsjetsjeense opstootjes in het noordelijke Kondopoga – kondigde president Poetin aan dat de Russische markten gezuiverd zouden worden van criminele etnische elementen. ‘We kunnen noch criminele markten noch corrupte ambtenaren gebruiken’, aldus Poetin, die ook een harde aanpak beloofde van de miljoenen illegalen in Rusland.

De nieuwe wet moet een kans geven aan Russische marktkooplieden. Maar die strategie stuit op de Tsjerkizovskimarkt op algemene hoon, zelfs van de Russen die er werken. Een jonge Russische verkoopster, die snel wegloopt nadat ze haar zegje heeft gedaan, drukt zich heel precies uit. ‘Als deze wet wordt uitgevoerd, wordt heel Moskou in zijn kont geneukt.’

Marina, haar wat oudere en bedaagde collega, is het ermee eens. ‘Ik vind dat mensen zelf moeten kunnen uitmaken waar ze werken. Het is onduidelijk waarom de wet opeens is verscherpt. Ze hebben de mensen binnengelaten omdat ze die nodig hebben en dat is nog steeds zo.’

En wil de verwende Moskoviet wel werkdagen maken van 12 tot 14 uur, ook in het weekeinde? ‘Alstublieft!’, zegt Natalja met een groots gebaar, ‘laat de Russen maar komen, er is nu ruimte.’ De Oekraïense Julia Tsjoetsjovioek (43), die naar Moskou is gekomen om haar dochter een goede opvoeding te kunnen geven, verwacht ook geen heil van de Russische werklust. ‘De politie heeft wel standplaatsen gesloten maar ik heb nog geen enkele Rus gezien die een lege plaats innam. Wij werken twaalf uur per dag, plus twee uur reistijd. In theorie kun je wel vrij nemen, maar je komt hier tenslotte om te werken.’

Hoewel zich duistere wolken samenpakken boven de buitenlandse marktverkopers, zal de wet in de praktijk niet zo rampzalig uitpakken als ze vrezen, denkt Gnadko. De 37-jarige Russische marktkoopman lijkt ten prooi te zijn gevallen aan de sovjetnostalgie. Behalve een Leninspeldje heeft Gnadko op zijn tafel een serie oude communistische propagandaposters geplakt, waaronder eentje uit 1930 die vrouwen maant hun borsten goed met water te wassen. ‘Er zal niks veranderen, ze zullen de mazen in de wet wel weten te vinden’, denkt hij .

‘Eigenaars van stalletjes zullen nepeigenaren installeren met een Russisch paspoort. Maar ik denk niet dat de Russen alle buitenlanders gaan vervangen. Het is hard werken, en daar hebben Moskovieten geen zin in. Bovendien zouden de prijzen dan omhoogvliegen, omdat je Russen meer loon moet betalen.’

Economen voorspellen dat de verbanning van buitenlanders van de markt dramatische gevolgen zal hebben voor zowel het aanbod als de prijzen. En mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de nieuwe wet de openlijke geweldpleging tegen buitenlanders slechts legitimeert. Volgens het antiracismecentrum SOVA zijn in de eerste twintig dagen van het nieuwe jaar al vijf doden gevallen door racistisch geweld van Russische skinheads.

Maar de soep wordt niet altijd zo heet gegeten als hij wordt opgediend. De minister van Economische Ontwikkeling en Handel kondigde vorige week aan dat de uitvoering van de wet misschien moet worden vertraagd.

In hun stalletjes op de Tsjerkizovskimarkt, waar in augustus nog elf doden vielen door een racistische bomaanslag, wachten de kooplieden af wat komen gaat. Een Azerische broekriemenverkoper, die zijn naam niet wil zeggen, gaat weer terug naar huis als zijn visum eind deze maand afloopt. Net zoals de Oekraïense kledingverkoopsters, al hopen ze ook dat de wet nog wordt afgezwakt. Achmed, de Kirgizische slager, blijft. ‘Maar ik heb ook een Russisch paspoort.’

Hoe het ook uitpakt, de Russische handelaar Gnadko ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan. ‘Wij zijn heus niet blij dat de zwarten (een veel gebruikte aanduiding voor mensen uit de Kaukasus, red.) van de markt geweerd worden. Er heerst hier toch een gevoel van saamhorigheid, we doen het zelfde werk.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden