Buitenlanders inzet van verkiezingen Cambodja

Als een groot deel van de bevolking in bittere armoede leeft en de regering brengt geen uitkomst, wie krijgt dan de schuld?...

'Dit kan ik u wel beloven, als ik premier word, zal ik de immigratiewet strenger maken. Ik zal niet langer toestaan dat de Vietnamezen ons land inpikken', riep de leider van de Funcinpec, prins Norodom Ranariddh. 'Weet u waarom er zoveel Vietnamezen in uw moederland zijn? dat komt doordat de huidige leider hechte banden heeft met de Vietnamese regering. Met zijn steun kunnen de Vietnamezen ons land en onze banen afpakken', galmde Sam Rainsy.

Hoeveel Vietnamezen er in Cambodja wonen is niet bekend, maar ze zijn alom zichtbaar. Ze wonen in de sloppenwijken van Phnom-Penh of op vissersscheepjes langs de oevers van het meer Tonle Sap, maar er zijn ook welgestelde Vietnamese zakenlieden met profijtelijke connecties in regeringskringen.

Veel Vietnamezen hebben er de voorkeur aan gegeven de verkiezingen buiten Cambodja af te wachten. Want het zou niet de eerste keer zijn dat zulke anti-Vietnamese leuzen ontaarden in bloedig geweld. De afkeer van de Vietnamezen zit zo diep dat ze zelfs niet welkom waren toen ze de Cambodjanen kwamen bevrijden van de Rode-Khmerterreur, die toch aan 1,7 miljoen mensen het leven had gekost. Integendeel, vanuit de jungle langs de grens met Thailand kwam al snel een 'verzetscoalitie' van drie gewapende rebellenlegers op gang.

Terwijl de royalisten van de Funcinpec samen met de verdreven Rode Khmers wanhopig probeerden de Vietnamezen terug te jagen naar hun eigen land, vestigde de CPP van Hun Sen haar gezag in Phnom-Penh en vervolgens in grote delen van Cambodja: dorpshoofden, rechters, ambtelijke instanties, de media - overal werden CPP-getrouwen benoemd. Dat geeft de premier ook anno 2003 nog een enorme voorsprong bij de verkiezingen: de dorpshoofden zorgen voor stemvee, de media besteden weinig aandacht aan andere partijen dan de CPP. Iedereen gaat ervan uit dat de CPP gaat winnen. De royalisten en Sam Rainsy knokken om de tweede en de derde plaats.

Hun Sen is inmiddels twintig jaar regeringsleider en er zijn twee mogelijkheden: je bewondert hem omdat hij Cambodja na de lange jaren van schrikbewind en burgeroorlog in rustiger vaarwater heeft gebracht, en omdat hij er met hulp van de VN een democratie heeft gevestigd waar de Vietnamezen zelf nog niet van durven dromen; of je haat hem vanwege de corruptie waardoor zijn hele ambtelijke en gerechtelijke bestel is verkankerd, en om de niet altijd geweldloze listen waarmee hij zijn politieke rivalen naar de zijkant van het toneel weet te spelen.

Die ambivalentie verdeelt niet alleen het Cambodjaanse zakenleven en het Cambodjaanse electoraat, maar ook de grote internationale geldschieters van het straatarme land. Instanties als de Wereldbank stellen hoge prijs op stabiliteit. Maar tegelijkertijd stelt de Wereldbank vast dat meer dan 30 procent van de Cambodjanen nog altijd onder de armoedegrens leeft, dat 60 procent van de volwassenen niet kan lezen of schrijven, dat 20 procent van de kinderen nooit naar school gaat, en dat een groot deel van de internationale hulp in de verkeerde zakken verdwijnt.

Minder vertrouwen hebben de geldschieters en potentiële investeerders in Sam Rainsy, een in Parijs afgestudeerde econoom en oud-minister van Financiën. Als het CPP-getrouwe bestuursapparaat ineens orders moest gaan aannemen van de felle oppositieleider, zou dat de stabiliteit in den lande zeker geen goed doen.

Maar de intelligente bankier oefent een onmiskenbare aantrekkingskracht uit op de jongere kiezers en de stedelingen. Zijn campagnebeloftes dat hij de corruptie hard zal aanpakken, het recht van de wet zal laten gelden en als premier over al zijn besluiten verantwoording zal afleggen, vallen in goede aarde bij die kiezers die na twintig jaar Hun Sen wel eens iets anders willen.

Naar verwachting zal het Sam Rainsy ditmaal nog niet lukken Hun Sen te verslaan. Maar wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Dat geldt in Cambodja meer dan in enig ander land: als gevolg van de massamoord door de Rode Khmers en de daarop volgende geboortegolf bestaat de 13,4 miljoen zielen tellende bevolking nu voor bijna tweederde uit jongeren van onder de 25 jaar. En als er over vijf jaar opnieuw verkiezingen worden gehouden, zal het aantal jongere kiezers zijn verdubbeld. Voor Sam Rainsy lijkt het slechts een kwestie van geduld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden