Column

Buitenland is ver te zoeken in Nederlandse verkiezingen

'De wereld voorbij Zundert is ver weg.'

Van Joseph Luns is de uitspraak: 'Het voordeel van een klein land is dat het een groot buitenland heeft.' Hij wilde daarmee vooral het belang van zijn rol als minister van Buitenlandse Zaken onderstrepen, maar heel Nederland ondervindt dat 'voordeel'.

Je zou dan ook mogen verwachten dat de buitenlandse politiek meer dan plichtmatige aandacht zou krijgen in de verkiezingscampagne, zeker nu er zoveel crises om ons heen woeden en gevestigde allianties in hun voegen kraken. Maar de wereld voorbij Zundert is ver weg. Veel kiezers schijnen al te gaan gapen bij het woord Europa en de politici voelen zich kennelijk niet geroepen om het navelstaren te doorbreken.

In het Carrédebat was één stelling gewijd aan een buitenlands onderwerp: de Europese Unie. De meeste lijsttrekkers, inclusief premier Rutte, spraken zich uit voor sterkere samenwerking, zonder ook maar bij benadering aan te geven hoe dit doel kan worden bereikt in een Europa dat de laatste jaren zo weinig cohesie vertoont en waar de scepsis over het integratieproject zo wijd verbreid is.

Voor de rest gaan de aanvoerders van de diverse partijen nauwelijks in op buitenlandse kwesties. Ja, Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren pleit voor een compleet nieuwe ordening van de hele planeet, maar dat is weer zo weids dat de kiezer er ook niet wijzer van wordt.

Buitenlandspecialisten

Natuurlijk worden er af en toe wel gerichte discussies tussen de buitenlandspecialisten belegd. Ik woonde er twee bij in de afgelopen acht dagen. Eerst een bijeenkomst in Den Haag met vijf woordvoerders uit de Tweede Kamer over het defensiebeleid. En afgelopen maandag in Amsterdam een door het CIDI georganiseerd Midden-Oostendebat, waaraan vertegenwoordigers van maar liefst twaalf partijen deelnamen.

Het waren geen opbeurende ervaringen. In Den Haag werd vooral een nummer verhoging defensie-uitgaven opgevoerd. Het loven en bieden werd royaal gewonnen door de SGP, die in haar programma alle andere partijen overtroeft met een extra injectie van 3,5 miljard euro. Maar het hogere strategische doel van de inhaalslag die de krijgsmacht moet maken, kwam nauwelijks uit de verf.

Bij het CIDI-debat, louter gevoerd door mannen, probeerden met name de woordvoerders van de kleine rechtse partijen elkaar de loef af te steken met pro-Israëlische steunbetuigingen. Hier legde het geopolitieke denken het volledig af tegen de electorale scoringsdrift. Met zijn corpsballenbranie verkondigde Thierry Baudet van Forum voor Democratie dat er maar één ding kan worden gezegd over de problemen in het Midden-Oosten, namelijk dat ze onoplosbaar zijn. Reden om de burgeroorlog in Syrië op zijn beloop te laten en geen woorden, laat staan handen vuil te maken aan het Israëlisch-Palestijns conflict.

Lijdzaamheid

Nu verdient het beslist aanbeveling om geen grote verwachtingen te koesteren over de maakbaarheid van de constellatie in het Midden-Oosten. Maar een politicus die op voorhand de machteloosheid predikt, is verdwaald in het verkeerde ambt. In het aangezicht van een uitslaande brand is lijdzaamheid geen politieke deugd.

Maar Nederland mag dan het buitenland zo veel mogelijk op afstand houden, dat buitenland dringt zich in de slotfase van de campagne toch aan ons op. En wel onder de vlag van de Turkse president Erdogan, die het recht opeist om 'zijn burgers' in Europa, dus ook in Nederland, te mobiliseren voor het omstreden referendum dat hem vergaande macht moet bezorgen.

Principieel gezien is het terecht dat de Nederlandse regering hiertegen bezwaar maakt en de komst van Turkse bewindslieden voor campagne-evenementen op geen enkele wijze wil faciliteren. Vrijheid van vergadering is er niet om door een repressief bewind een onvrijheid te laten propageren die ook Nederlandse burgers (van Turkse komaf) treft en een splijtzwam is in de Nederlandse samenleving. Vreemd trouwens dat het schadelijk effect op de integratie nauwelijks als reden wordt aangevoerd, zoals het teleurstellend is dat de Duitse regering geen koppeling maakt met de detentie van de correspondent van Die Welt in Turkije.

Maar ook bij een principiële stellingname moet de vraag worden gesteld: hoe effectief is een scherpe confrontatie? Verkleint of vergroot ze juist de kansen op een ja voor Erdogans machtsdrift? Het antwoord daarop is niet zo eenvoudig. Mede omdat het Europa schort aan geloofwaardigheid. Want de Turkse ministers die we nu het liefst buiten de deur houden, representeren een bewind dat intussen wordt gecoiffeerd met miljardenhulp en diplomatiek eerbetoon. Zelf zijn de Europeanen namelijk niet bij machte om de vluchtelingencrisis te bezweren.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant
Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden