Buiten zinnen, maar niet lukraak

Reportage..

GENT Meteen is er een One Flew Over the Cuckoo’s Nest-momentje. In een van de lange gangen aan de besneeuwde binnentuin van het imposante Gentse psychiatrisch ziekenhuis/museum Dr. Guislain komt uit het niets een schaars geklede wielrenner aangesjeesd. Hij remt abrupt en vraagt vrolijk maar op verontrustend luide toon ‘waar of de fietsenstalling is gelokaliseerd’.

Patiënt? Bezoeker? Sportieve kunstliefhebber?

Het kan hier allemaal. Waar Nederlandse instellingen nog worstelen met het thema Kunst en Zorg, hebben ze het in Gent al in 1986 voortvarend aangepakt: te midden van de psychiatrische kliniek, het verzorgingstehuis en de poli werd toen een aanzienlijke tentoonstellingsruimte gecreëerd. AKO Literatuurprijswinnaar Erwin Mortier was er medewerker. Stefan Vanfleteren maakte er prachtfoto’s van psychiatrische patiënten.

De vaste collectie is niet te versmaden, zij het voor geïnteresseerden met een sterke maag. In al haar gruwelijkheid trekt hier de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg voorbij: dwangbuizen, shocktherapietafels en een griezelkabinet vol levensechte wassen beelden met krankzinnige misvormingen van het menselijk lichaam, niet zelden gesitueerd rond de schaamstreek.

Het zijn beelden uit de periode waarin gekken werden weggestopt. In Gent gingen ze in de 18de eeuw nog naar de stadspoorten of het Godshuis van St.-Jan-ten-dullen, waar ze als vuil werden behandeld. De naamgever van het ziekenhuis maakte een einde aan deze barbaarse toestanden. Prof. dr. Joseph Guislain (1797-1860), de eerste psychiater van België, stond een morele, wetenschappelijke therapie voor. Bij die menslievende behandeling van geesteszieken hoorde transparantie, en bij die openheid paste een museum. Daar is nu de prikkelende tentoonstelling Uit het Geheugen – over weten en vergeten te zien.

Opgeruimd en overzichtelijk is het thema afgebakend in vijf bescheiden kabinetten. In het eerste, ‘Ars Memoriae’, wordt de geheugenkunst letterlijk genomen: van middeleeuwse religieuze schilderijen die de gelovigen bij de les moesten houden, tot de aloude schoolplaten in het genre aap-noot-mies. Hier wordt de show gestolen door de Mechelse begijnen op het 17de-eeuwse doek Dagtaak van de begijnen (anoniem) dat minutieus laat zien welke werkzaamheden de zusters op een dag zoal moesten verrichten (en dat waren er nogal wat).

In andere ruimtes worden technische en wetenschappelijke kanten van het geheugen getoond. Aan een wand hangt de eerste harde schijf – zo groot als een flinke satellietschotel – gebroederlijk te glimmen naast een olifantengeheugen, en er is een opstelling met intrigerende onderzoeksinstrumenten, zoals de ‘olfactometer’ voor geurherinnering en de ‘controlehamer’ van Wilhelm Wundt, de grondlegger van de empirische psychologie.

Het is in deze omgeving verleidelijk langer stil te staan bij wat ‘Medicina Memoriae’ is gedoopt: het zieke geheugen. En dan vooral bij de schone kunsten die de malheur heeft voortgebracht. Elza (2009) bijvoorbeeld, het intieme beeld waarmee de Belgische kunstenares Sofie Muller (1972) haar door een verwoestende hersenziekte getroffen grootmoeder heeft vereeuwigd. Met moeie voeten en een hartverscheurende omabuik schommelt ze in het luchtledige, de blik op oneindig, de mondhoeken naar beneden. Dit is alzheimer, vol liefde en onbegrip in epoxy gevat.

Groot is het contrast met de verrassing van deze expositie: Nudo Alcoolico van de Italiaanse schilder Arturo Tosi (1871-1956). Deze meester uit Lombardije, vooral bekend om zijn neoklassieke vervreemdende stillevens, raakte op 24-jarige leeftijd na een moeilijke jeugd in psychische problemen en aan de drank – een combinatie die leidde tot enkele ‘Alcoholische Naakten’. Buiten zinnen spoot en spatelde Tosi in de herfst van 1895 klodders verf, soms rechtstreeks uit de tube, op het doek. Het resultaat is alles behalve lukraak, en brengt de gepassioneerde zwartgalligheid in herinnering die vele jaren later het kenmerk van Francis Bacon zou worden.

Een afbrokkelende geest hoeft dus niet alleen maar ellende te veroorzaken. Een van de patiënten in het ziekenhuis van Dr. Guislain tekende een ‘oorkonde’: een serie met zijn eigen bloed op dun papier symmetrisch aangebrachte tekentjes die in hun raadselachtigheid verwonderen en ontroeren. Waarmee hij, net zoals het ziekenhuis/museum waarin zijn werk is te zien, ziekte en kunst in zich verenigt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden