Buiten spelen

Deze dagen wordt er geschiedenis geschreven. Het einde van het neoliberalisme en misschien nog wel veel meer. Maar wat nog meer? Veel verstandigs valt daar niet over te zeggen. Veel verstandigs wordt er ook niet over gezegd.

Evelien Tonkens

We staren als konijnen in de koplampen. We willen er de hele tijd over praten maar we hebben er bitter weinig over te zeggen. Het regent dus commentaren die zeggen dat je er weinig van kunt zeggen. Het is immers crisis, waar die heen gaat is per definitie een raadsel.

Sommige problemen zou je een crisis toewensen. Twee problemen van deze week: buitenspelen en eenzaamheid. 10 procent van de Nederlanders is eenzaam, berichtte het Leger des Heils gisteren. En kinderen hebben veel minder ruimte om buiten te spelen dan in uw jeugd, berichtte de belangenorganisatie voor veilig spelen Jantje Beton bij zijn 40-jarig bestaan.

Er is tweemaal zo veel grond bebouwd als 25 jaar terug, en er zijn miljoenen auto’s bijgekomen. De straten zijn dankzij drempels en 30-kilometerzones veel veiliger geworden, maar er is minder speelruimte. Zo worden Hollandse kinderen steeds dikker en ongezonder. Ze leren onvoldoende om te gaan met risico’s, minder bewaakte situaties en relatieve vreemden.

Politiek en beleid worden echter door crises voortgedreven. Grote en kleine crises. Riskante operaties in de IJsselmeerziekenhuizen leiden tot een medische richtlijn van de artsenorganisatie KNMG. Doden in isoleercellen leiden tot aanscherping van het separatiebeleid.

Deltaplan

Welke crisis gaat nu leiden tot meer ruimte voor buitenspelen? Of tot een deltaplan tegen eenzaamheid? Dat buitenspelen nuttig is, helpt weinig. Vooral groen, de favoriete speelomgeving van kinderen tot 12 jaar, helpt aantoonbaar tegen overgewicht. Als er in hun omgeving groen beschikbaar is om te spelen, neemt overgewicht met 18 procent af (Potenties van Groen, onderzoeksbureau Alterra/Universiteit Wageningen).

Gebrek aan buitenspeelruimte heeft trouwens ook met eenzaamheid te maken. Ouders in een verkeersveilige wijk hebben meer contacten in de buurt en kunnen ook makkelijker een beroep doen op burenhulp, aldus een Zwitsers onderzoek (site SP). Er is dus meer speelruimte nodig. Maar maak daar maar eens politiek van. Zonder crisis is het ondenkbaar dat we dat massaal gaan eisen.

Ditmaal ligt het niet aan de politiek in het algemeen. Niet alle politici rennen van hype naar crisis. De SP heeft al vijf jaar geleden een Initiatiefwetsvoorstel Buitenspeelruimte ingediend. Met een wettelijke norm om minimaal 3 procent van de ruimte te reserveren om te spelen. Het voorstel kreeg onvoldoende steun. Vorig jaar legde de SP het voorstel voor aan de nieuwe minister van Jeugd en Gezin, André Rouvoet. Ook hij wees het af.

De tegenargumenten geven aan hoe weinig bang men voor een rel is. Hoe weinig druk men voelt. Het past niet in het decentrale beleid, was de voornaamste tegenwerping. Dat kun je altijd wel beweren, van alles waarover de gemeenteraad ook wel eens vergadert.

Er zijn intussen allerlei normen die wel heel strak vastliggen, zoals het aantal vierkante meters per kind in scholen of kinderopvanginstellingen. Waarom de hoeveelheid speelruimte dan niet? Zelfs de liberale minister Dekker vond een norm van 3 procent voor buitenspelen een goed idee, als streefcijfer dan. Slechts ruim de helft van de gemeenten voldoet nu aan die norm. Een wet kan de norm afdwingen en daarmee mensen die er werk van willen maken, een steuntje in de rug geven. Gemeenten mogen natuurlijk meer doen, niemand verbiedt ze dat.

Anton Pieck

Gemeenten moeten zelf lokaal normen stellen, vinden de tegenstanders. Maar slechts een kwart van de gemeenten heeft dat ook gedaan, aldus het jubileumboek van Jantje Beton, Tijd voor spelen. Al even zwak is het argument dat sommige gemeenten boven die norm zitten. De wet zou daar tot verslechtering leiden. Alsof men lokaal geen hogere normen zou kunnen afspreken.

Veertig jaar Jantje Beton is een goede reden voor een kadootje. Het wetsvoorstel ligt nog steeds klaar. Ik stel het me vaak voor, als ik al die auto’s in hun blikkerige opdringerige lelijkheid de openbare ruimte zie inpikken. Stel je voor dat we zouden ruilen: alle ruimte voor auto’s naar kinderen, en de schaarse ruimte voor kinderen naar auto’s.

Stel u die lelijke parkeerterreinen eens voor vol spelende kinderen. Anton Pieck voor de 21ste eeuw. Wereldvreemd? Jazeker. Maar voor kleine stappen moet je grote dromen koesteren. Bij ontstentenis van een crisis kunnen alleen dromen ons in beweging brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden