Buiten is binnen

Outsiderkunst begint eindelijk ook musea te veroveren - en da's mooi, want zo zien we zomaar het fascinerende data- en getallenwerk van George Widener in Berlijn.

Zijn carrière als ingenieur was in het water gevallen, hij was sociaal te onhandig als gevolg van zijn aspergersyndroom. Hij raakte dakloos en met zijn ziel onder zijn arm stortte hij zich op zijn levenslange fascinatie: data, getallen en kalenders. De logische verbanden die hij als idiot savant - een wiskundig wonder met een onwaarschijnlijk scherp geheugen - ontdekte, pende George Widener op servetjes neer. Puur voor zichzelf, om orde te scheppen in de chaos in zijn hoofd. Op die tekeningen verschenen alle vliegrampen in de geschiedenis die op een vrijdag plaatsvonden of het aantal schroeven van de Titanic. Wideners tekeningen werden getoond op een medische website en opgemerkt door een kunstkenner.


Nu, twintig jaar later, luistert Widener in een net zwart jasje met gekapt haar naar de lovende woorden van Claudia Dichter en Udo Kittelmann, curatoren van zijn eerste Europese solotentoonstelling in het Hamburger Bahnhof Museum in Berlijn. Zijn werk is van uitzonderlijke kwaliteit, betogen zij. De internationaal gerenommeerde kunstenares Marlene Dumas is een betoond fan en heeft speciaal voor de opening een lofzang geschreven op zijn werk.


Van wereldvreemd en dakloos is de Amerikaan Widener geworden tot een gewild kunstenaar. Eén die niet na een artistieke opleiding, maar uit pure noodzaak begon, typerend voor makers van zogenoemde outsiderkunst. Zijn werk krijgt nu internationale aandacht.


Hoewel kunstenaars al vaker belangstelling toonden voor outsiderkunst - surrealisten als André Breton in de jaren dertig bijvoorbeeld, of Art Brut-kunstenaars als Jean Dubuffet in de jaren vijftig -, bleef de scheidslijn tussen kunst van outsiders en die van 'gewone' kunstenaars in musea in de regel bestaan. Als ongeschoolden werden outsiders niet serieus genomen in de reguliere kunstwereld. Outsiderkunst werd tot voor kort nauwelijks tentoongesteld en als dat wel gebeurde, dan in het alternatieve circuit of in speciaal aan het onderwerp gewijde musea.


Maar de laatste jaren keert het tij. Grote musea als MoMA in New York en Tate Modern in Londen kochten werk van outsiderkunstenaars en exposeerden het. Verzamelaars staan in de rij, en niet de minsten. James Brett, die in Londen furore maakte met zijn 'Museum of Everything', is een van hen. De invloedrijke Fransman Bruno Decharme deed hetzelfde in eigen land. Met exposities van hun omvangrijke collecties proberen ze een breed publiek te interesseren voor de kunstvorm.


De prijzen blijven niet achter. Zoals Saatchi & Saatchi de prijzen van moderne en hedendaagse kunst van onder anderen Damien Hirst opdreef tot in de miljoenen, zijn mensen als Brett en Decharme op weg dat te doen met outsiderkunst. Wideners werk levert in Europa inmiddels ongeveer 30 duizend euro per stuk op, in zijn eigen VS zelfs 50 duizend. Werk van outsiders als Henry Darger en Martin Ramirez loopt in de tonnen. Suzanne Zander van de gelijknamige galerie in Keulen: 'Het laat zien dat men het als volwaardige kunst begint te zien.' In 1992 exposeerde Zander schilderijen van Darger voor omgerekend 7.500 euro per stuk. 'Ik verkocht er destijds niet één. Nu liggen de prijzen tussen de 80 duizend en een half miljoen en zijn ze erg gewild.'


Toen Zander 25 jaar geleden begon, wist nauwelijks iemand wat outsiderkunst was. Nu wordt ze uitgenodigd op de grote internationale kunstbeurzen in Sao Paulo, New York en Venetië. 'Vroeger werd outsiderkunst alleen gekocht door verzamelaars van het genre. Nu zie je dat er een breder publiek geinteresseerd raakt en dat outsiderwerk in moderne kunstverzamelingen terecht komt. Ik verwacht dat de term outsider art steeds minder belangrijk zal worden.'


Ook Claudia Dichter, curator van Wideners tentoonstelling, heeft de ommekeer gevoeld. In 1999 organiseerde ze al eens een expositie van outsiderkunstenaars in Keulen. 'Bezoekers waren gefascineerd, maar het lokte totaal geen reactie uit.' Het Secret Universe Project van het Hamburger Bahnhof, gewijd aan outsiderkunstenaars die tot nog toe weinig aandacht kregen zoals Widener, is nu wél een doorslaand succes.


De toegenomen interesse in outsiderkunst schrijft Dichter toe aan verveling in de kunstwereld. 'Er zijn zo veel hypes, mensen hebben behoefte aan authenticiteit. Die oorspronkelijkheid vind je bij outsiderkunstenaars. Zij geloven in wat ze maken en bekommeren zich niet om de verkoopbaarheid van hun werk.'


Bovenal, zeggen de experts, is het werk van de genoemde outsiderkunstenaars hoogstaand. Dat er nu meer aandacht voor komt is terecht, zegt Joost van den Toorn, een Nederlandse kunstenaar en verzamelaar van outsiderkunst. 'Het mooie van outsiderkunst is dat het voortkomt uit een unieke gedachtewereld. Mensen die psychotisch zijn, depressief, schizofreen of autistisch zitten vaak veel dichter bij hun bewustzijn en hun intuïtie. Recht uit het hart en niet braaf, doordat ze geen remmingen voelen. Zij zien werelden die wij niet voor mogelijk zouden houden, maar die ontzettend fantasievol zijn.'


Terwijl outsiderkunst door curatoren en critici lange tijd niet werd herkend als kunst, waren sommige kunstenaars al wel langer doordrongen van de waarde ervan en lieten ze zich er volop door inspireren. Van den Toorn: 'Adolf Wölfli (1864-1930) is denk ik één van de eerste outsiders die als grote inspiratiebron gold. Zijn werk was een bijbel voor de surrealisten van begin vorige eeuw. Picasso was ook een echte verzamelaar. Outsider Scotty Wilson werd persoonlijk door hem van het vliegveld opgehaald. Kortom, op de achtergrond heeft outsiderkunst al meer dan een eeuw grote invloed gehad op de reguliere kunst. Dat nu ook langzaam de musea, curatoren en kunsthistorici wakker worden, zie ik als de emancipatie van de outsider art.'


Vooralsnog weten Nederlandse curatoren niet goed raad met het genre. De werken van Nederlands beroemdste outsider Willem van Genk zijn niet in eigen land te aanschouwen. Museum De Stadshof in Zwolle was helemaal gewijd aan outsider art, tot het museum begin deze eeuw de deuren moest sluiten en de collectie werd uitgeleend aan Museum Dr. Guislain in Gent. Van den Toorn: 'Het zou mooi zijn als outsiderwerk ook in het Stedelijk kwam te hangen.'


Secret Universe IV, George Widener, Hamburger Bahnhof, Museum für Gegenwart, Invalidenstraße 50-51, Berlin. T/m 16/6. hamburgerbahnhof.de


Grote buitenbenen (1): De langste roman ooit

HENRY DARGER (1892-1973) Verenigde Staten


Henry Darger komt er op jonge leeftijd alleen voor te staan als hij in een kindertehuis voor zwakbegaafden terecht komt. Zijn moeder is overleden, zijn vader kan niet meer voor hem zorgen en op zijn katholieke school vinden ze hem onhandelbaar. In het tehuis worden hij en de andere kinderen slecht behandeld. Getraumatiseerd door zijn jeugd begint hij rond zijn 20ste aan een fantasy-manuscript van ruim 15 duizend pagina's, de langste roman ooit. Centraal staan zeven jonge prinsessen die het opnemen tegen het kwaad en daarbij venijnig gemarteld worden. Een aanklacht tegen kindslavernij, uitgevochten in een kosmische setting. Als illustratie bij het verhaal maakt hij door de jaren heen honderden grote schilderijen, soms kamerbreed. De één gekenmerkt door kinderlijke onschuld, de ander door extreem geweld. Uit vuilnisbakken plukt hij kranten, tijdschriften, kinder- en stripboeken, die hij gebruikt als inspiratie voor zijn eigen mensfiguren. Hij trekt silhouetten over of gebruikt knipsels die hij op collage-achtige wijze ordent in zijn beelden. Darger wordt geprezen om zijn gevoel voor compositie en kleurgebruik. Zijn huisbaas - een fotograaf - ontdekt na Dargers dood zijn grote oeuvre en herkent onmiddellijk de artistieke waarde.


Grote buitenbenen (2): Tekeningen met spuug en aardappel

MARTÍN RAMÍREZ (1895-1963),


Mexico


Martín Ramírez trekt midden jaren twintig als gastarbeider vanuit Mexico naar de Verenigde Staten. Aan werken komt hij nauwelijks toe, want al in 1931 komt hij er in een gesticht terecht. Vanaf dat moment is hij ononderbroken opgenomen in psychiatrische inrichtingen, omdat hij lijdt aan schizofrenie. In het DeWitt State Hospital in Californië, waar hij de laatste vijftien jaar van zijn leven verblijft, maakt hij ongeveer driehonderd tekeningen. Hij gebruikt alles wat hij maar voorhanden krijgt om op te tekenen: papieren zakken, stukken papier van de onderzoekstafel, of bladzijdes uit boeken die hij aan elkaar lijmt met zelfgemaakte lijm van aardappels en speeksel. Hierop maakt hij complexe, gelaagde tekeningen, soms muurvullend, waarin hij traditioneel Mexicaanse beelden combineert met elementen uit de moderne tijd, zoals treinen, auto's en tunnels. Zijn talent wordt herkend door een enthousiaste psycholoog, die Ramírez materiaal en privileges geeft. Zo krijgt hij als enige van de zeventig patiënten een werktafel in een hoekje van de kliniek. Pas na zijn dood krijgt zijn werk brede erkenning. Samen met de Zwitser Adolf Wölfli en Henry Darger wordt Ramírez gerekend tot de 'grote drie' outsiderkunstenaars van de 20ste eeuw.


Grote buitenbenen (3): Extreem precieze straten

WILLEM VAN GENK (1927-2005)


Nederland


Willem van Genk wordt beschouwd als de belangrijkste Nederlandse outsiderkunstenaar. Als kleine jongen ligt hij urenlang met potlood en papier op de keukenvloer, verdiept in het tekenen van straten en gebouwen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt hij mishandeld door de Gestapo, een gebeurtenis waaraan hij een diepe fascinatie voor macht en onmacht overhoudt, die steeds terugkeert in zijn werk. Nadat hij zijn baan als reclametekenaar is kwijtgeraakt - hij haalt zijn deadlines niet en gaat liever treinen kijken - komt hij terecht in een 'werkplaats voor onvolwaardigen'. Daar wordt hij voor het eerst behandeld voor de paranoïde schizofrenie waaraan hij sinds jaren lijdt. Hij gebruikt hier elk vrij moment om te werken aan zeer gedetailleerde tekeningen van straatbeelden, met aandacht voor minieme versieringen, smeedwerk, geveldetails en de vliegtuigjes in de lucht. Terugkerende onderwerpen zijn machtige mannen, reusachtige gebouwen, treinstations en zeppelins, maar ook klassieke muziek en kapsalons. Met zijn werk probeert hij de onvoorspelbare chaos en angsten in zijn hoofd te bedwingen. Vaak zijn het collages, waarin één centraal object wordt omgeven door meerdere kleine beelden en teksten. Van Genk schuwt tot zijn dood de openbaarheid en slijt zijn leven grotendeels tekenend in zijn woning.


Extra: Wiskundekunst

De werken van George Widener worden in Berlijn getoond onder de noemer van de expositieserie Secret Universe, gewijd aan kunst waar de gevestigde kunstkringen geen oog voor hebben. Widener (Kentucky, 1972) ontwikkelde al jong een grote fascinatie voor getallen en cijfers, kalenders, historische data en wiskundige berekeningen. Hij is ervan overtuigd dat in het jaar 2045 menselijke hersenen zullen samensmelten met supercomputers en dat het bewustzijn dan een softwarevariant wordt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden