Buiten in de kuil in Lage Vuursche

Mooiste terrassen van Nederland

Eva Hoeke bezoekt de mooiste terrassen van Nederland. Marcus Huibers test er de maaltijd. Buiten in de Kuil in Lage Vuursche is een weldadige huiskamer midden in de natuur. Foto's Henk Wildschut

Beeld Henk Wildschut

Alleen al de weg ernaartoe is prachtig. De Zevenlindenweg, die van de Hooge naar de Lage Vuursche loopt, is als een tunnel van groen, waarbij de over de weg gebogen beuken je steeds dieper het bos intrekken, ruisend, fluisterend, dieper en dieper, hypnotiserend bijna, om je uiteindelijk, net voor je je van puur katzwijm te pletter rijdt tegen de hekken van Kasteel Drakesteyn, een onverharde weg in te sturen, hobbel de bobbel, zodat je weer geheel wakker aankomt waar je wezen moet: een open plek met een enkele verdwaalde picknicktafel, een bult van boomschorsvezels en daarbovenop, onder een luifel van zeil en eiken, een visioen van weckpotten, vuurkorven en boeketjes lavendel.

Welkom in Buiten in de Kuil, paviljoen, uitraasplek en type restaurant 'waar kinderen ineens wél hun bord leegeten', zo staat te lezen op hun Facebookpagina.

Zozo, dat belooft wat

Maar het ís ook wat; tenminste, als je prijs stelt op bospaden, hutten bouwen, ademhalen, golden retrievers, eerst een stuk lopen en daarna aan de koffie - en welke Nederlander doet dat niet? Té vaak zijn we na zo'n wandel- of fietstocht aangewezen op regelrechte afwerkplekken (horecahorror: uitspanningen die zich hondsbrutaal personeel en zompige fabrieksappeltaart denken te kunnen permitteren omdat ze de enige in de weide omgeving zijn), maar daar is bij Buiten in de Kuil geen sprake van. Misschien zijn het de goede bedoelingen van elke beginneling - BIDK ging pas afgelopen mei open - maar waarschijnlijk heeft het meer te maken met eigenaren Han Goossens (48) en Bart Ter Welle (44), kameraden, Zwollenaren en jongens die vóór de Kuil nog geen horeca-ervaring hadden. Ja, als gást, dat wel, en in die hoedanigheid kwamen ze dan ook al jaren in de Kuil, dat toen nog het domein was van Ome Jan, een ouwe scheepskok die vanuit zijn houten hut van 60 vierkante meter koffie en gehaktballen verkocht. Ome Jan stierf in het harnas, de hut sloot en de eerstvolgende keer dat Han & Bart met hun gezinnen in de Kuil waren, ze dorst hadden en een van de kinderen moest poepen was een ideetje snel geboren.

Lang verhaal kort: een kroeg, een bierviltje, een telefoontje, een pitch, de nodige dieptepunten ('Op een zeker moment waren we positief getergd, laat ik het zo zeggen'), onverwachte meevallers en vierenhalf jaar later is daar nu Buiten in de Kuil, huiskamer midden in de natuur. Fijn, want in een huiskamer mag je doen en laten wat je wil. Lekker op de bank een boek lezen, bijvoorbeeld. Tai chi'en in de tuin. Je mag er zelfs je eigen barbecue meenemen of een fikkie stoken, want met 2,5 hectare land tot je beschikking moet je niet al te moeilijk doen.

Eén ding: je moet wel tegen kinderstemmen kunnen die luidkeels 'búútvrij' en 'zestienzeventiennegentien, iiiiik kom' roepen, want als het ergens goed spelen is, is het hier wel. Voor volwassenen trouwens ook. In dit overgangsgebied tussen de Utrechtse Heuvelrug en de polder is het fijn fietsen of wandelen, bijvoorbeeld langs oude grafheuvels.

Beeld Henk wildschut

Over dat laatste gesproken: op het kerkhof van de nabijgelegen Stulpkerk (met een privépaadje naar Kasteel Drakesteyn, een privilege dat geen moeder hebben wil) ligt het graf van prins Friso. Er is een bordje bijgezet met 'Niet betreden' en dat is nog nodig ook, want ze dóén het, die gekken met hun teenslippers, verrekijkers en fotocamera's. Ook dat is Nederland.

Van dat alles is in Buiten in de Kuil niets te merken, nog niet althans, en wat Han & Bart betreft zullen ze ook nooit een 'popiejopietent' worden. Hun kracht is de eenvoud, de vlaggetjes in de bomen en de lucht in je longen, al met al een plek die geen onrecht doet aan dat wat ome Jan ooit achterliet.

Nu maar hopen dat buurvrouw snel een bakkie komt doen.

Door: Eva Hoeke

Ravottende kinderen, stampend in de plassen, onder de modder. Dan weet je al dat geraffineerd dineren niet aan de orde is. Dit is niet de omgeving waar je met z'n tweetjes gaat zitten.

Doen we dus ook niet, onder luid gejuich van ons minderjarige proefpanel. We bestellen de buitenplank en de ballenplank. De eerste blijkt een doorgezaagde boomstam, belegd met kaas, vleeswaren, tapenade, gemarineerde groente, nootjes, olijven en geroosterd brood. Prima. De bitterballen komen in vier varianten: rund, kaas, gans en rode biet. Een leuk gezelschapsspel, raden wat wat is, en lang niet eenvoudig. De bietenbal, zomerhit van 2016, blijkt favoriet.

De borrelkinderen drinken huisgemaakte yoghurtdrank ('beter dan fabrieksfristi') en wij een witte Italiaan met een ongelofelijk lange naam. Van de hoofdgerechten blijkt de zeebaars uitverkocht, wat we best eerder hadden willen weten. Blijft naast salade eigenlijk alleen de lamsbout over. Die komt in sappige, smakelijke plakken, overgoten met uiencompote die we liever náást het vlees zouden hebben. De (ruimhartige hoeveelheid) groene groente bevat opvallend veel andere kleurtjes (tomaat, paprika), de gepofte aardappel zijn ze in de drukte vergeten. Maar de friet is fantastisch, van smaakvolle patatten die stevig zijn gebakken. De kinderlasagne en dito burger doen het ook goed, Kinderijsjes en chocoladetaart met rode biet (jawel) toe, en dan is het wel mooi geweest.

Door: Marcus Huibers

Beeld Henk Wildschut
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.