Buigen in plaats van de rug rechten

Eens in de vier jaar klinkt uit de provinciehuizen de rituele klaagzang over de geringe herkenbaarheid van provinciebesturen, onmiddellijk gevolgd door de verklaringen....

Ja, zeggen critici. Provinciale politici vertonen vergaand conflictvermijdend gedrag. Dat heeft onder meer te maken met de mensensoort die het ambt aantrekt.

In een interview met de Staatscourant schetste het Zuid-Hollandse statenlid Robbert Baruch (PvdA) vorig jaar een tamelijk dodelijk beeld van zijn collega’s. De gedeputeerden, provinciale ‘kabinetsleden’, zijn vooral bezadigde jaren vijftigbestuurders met ‘reverskriebel’, mensen die van zichzelf vinden dat ze wel een lintje mogen krijgen. Ze zijn dol op borrels en ’n vlaggetje op hun auto, maar houden minder van debatteren.

Dat komt goed uit, want dat kunnen de statenleden vaak ook niet. Hoeft ook helemaal niet. ‘Er zijn geen natuurlijke prikkels voor statenleden om veel te doen’, stelde Baruch. ‘Als je niks doet, haal je een zes. Als je wel wat doet, kan het een acht maar ook een drie worden.’

Baruch werd destijds geïnterviewd naar aanleiding van een rapport van de commissie-Hermans over het functioneren van het provinciale bestuur. Die notitie kreeg de veelzeggende titel Zonder wrijving geen glans. Echt politiek debat, stelde de commissie, zou de processen op het provinciehuis interessanter en transparanter maken, voor de media en uiteindelijk voor de kiezers.

En dat kan best. De vaak verfoeide middenpositie tussen rijk en gemeenten is helemaal niet zo moeilijk, zegt Barrie Needham, hoogleraar planologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Maar ik heb vaak het idee dat provincies hun bevoegdheden helemaal niet willen gebruiken.’

Provincies hebben de neiging weg te hollen van besluiten die pijn kunnen doen. De wildgroei aan bedrijventerreinen is daarvan een pregnant voorbeeld, zegt Needham. ‘Elke gemeente wil zijn eigen terreinen en al die blokkendozen langs toegangswegen tasten het landschap aan. Provincies zouden dat proces kunnen stoppen. Maar dat laten ze na.’

Er wordt wat morele druk op gemeentebesturen uitgeoefend en dat is het dan, zegt Needham. ‘Eigenlijk is het nog erger. Provincies hebben volgens artikel 19 van de Wet ruimtelijke ordening de bevoegdheid een vrijstellingenlijst op te stellen. Dat bepaalt in welke gevallen een gemeente kan afwijken van het bestemmingsplan. Het zijn de provincies zelf die de lijst veel te ruim hebben gemaakt.’

Hij vindt dat de provincies zich onzichtbaar maken. ‘Onder het vorige kabinet is de ruimtelijke ordening gedecentraliseerd. Ik zou zeggen: provincie, pak je macht!’ Inmiddels nemen gemeenten de provincie nauwelijks nog serieus, zegt Needham.

Neem de gemeentelijke herindelingen. Met name Zuid-Holland geeft op dat punt blijk van ‘slappe knieën’, zegt Friso de Zeeuw, oud-gedeputeerde in Noord-Holland (PvdA) en nu directeur bij Bouwfonds. ‘Het is toch te gek dat er in dat Groene Hart nog een stuk of zestig gemeenten zijn. Een relatief groot aantal statenleden is uit de landelijke gebieden afkomstig. Kennelijk laten gedeputeerde staten veel te veel de oren hangen naar die leden.’

Zeeland dan, de teruggave van land aan het water. Dat moet in het kader van de afspraken met België over het uitdiepen van de Westerschelde. Maar het gebeurt niet. Want de provincie kan het niet over het hart verkrijgen boeren te onteigenen en gokt op vrijwillige medewerking. Dat gebeurt ook niet. Nu hebben Gedeputeerde Staten de hulp van minister Verburg ingeroepen.

Provincies hebben nog een zwaar middel in hun arsenaal om bestemmingsplannen desnoods met dwang aan te passen: de aanwijzing. Het is in te zetten als een bouwplan in strijd is met het streekplan van de provincie.

Maar ook dat gebeurt nauwelijks. Na lang zoeken komt een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg (IPO) met twee voorbeelden op de proppen: Utrecht stipuleerde enkele jaren terug dat Amersfoort moest meewerken aan de bouw van een depot voor baggerstort. Ook Gelderland zette de aanwijzing een keer in.

De Natuurbeschermingswet dan. Die biedt provincies de mogelijkheid beschermde landschappen aan te wijzen. De mogelijkheid is er nu een jaar maar nog geen provincie heeft er gebruik van gemaakt. Ook Zuid-Holland niet. Terwijl daar steen en been wordt geklaagd over de oprukkende kassen- en bedrijventerreinen.

Volgens de Rotterdamse oud-wethouder Marco Pastors geeft het provinciehuis in Den Haag sowieso nooit thuis als het op echte keuzes aankomt. ‘Als wij aan de provincie vroegen of asielzoekers ook in randgemeenten konden worden gehuisvest, trok de provincie zich terug. Bang voor vuilen handen’

Cynisch stelt Pastors vast dat de provincie inderdaad een middenbestuur is. ‘Als het moeilijk wordt wijzen ze altijd omhoog, naar het rijk, of omlaag, naar de gemeenten. Als bestuurder kun je bukken of je rug rechten. Provincies bukken graag.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden