Bug

Ahlbom laat na het mysterie te vergroten en het tempo is te laag.

Bug, van Tracy Letts door Jakop Ahlbom, vertaling Jan Doense


Toneelschuur, Haarlem, 8/2 Tournee t/m 18/5 jakopahlbom.nl


Een man en een vrouw denken dat er beestjes onder hun huid kruipen. Hij denkt dat ze daar zijn geïmplanteerd door de regering om hem te kunnen controleren. De beestjes moeten eruit gesneden worden. Net als de eierzakken in zijn kiezen, waar de beestjes uit voortkomen.


Waanvoorstellingen en obsessies, daarover gaat Bug, een psychologische horrorvoorstelling van Jakop Ahlbom. Ahlbom maakte naam met eigenzinnig en mysterieus werk, zoals het prijswinnende Lebensraum. Dat was een woordeloze, visuele trip. Bug is een toneeltekst uit 1996 van de Amerikaan Tracy Letts, in 2006 nog verfilmd door William Friedkin. Op zich een logische keuze: Ahlbom. Dit verhaal heeft alles in zich - wanen, bloed, ongedierte - om opnieuw voor visueel vuurwerk te zorgen. Maar dat blijft dit keer uit.


De tekst speelt de in beelden denkende theatermaker parten. Lange uitleggerige dialogen en monologen halen voortdurend het tempo omlaag. De beeldtrucjes en surrealistische theatermagie die hij er aan toevoegt, komen als mosterd na de maaltijd.


Ten eerste is daar Agnes, gespeeld door een verbeten Tamar van den Dop. Agnes is een gescheiden vrouw, die zich in een motelkamer schuilhoudt voor haar gewelddadige ex-man. Coke snuivend en makkelijk beïnvloedbaar dart ze rond in haar nachtjapon. Dan ontmoet ze Peter, door Bram Coopmans op zijn typisch neurotische manier gespeeld. Peter houdt steeds langere betogen over samenzweringen, geheime ziekenhuizen waar supersoldaten worden gekweekt en de beestjes onder zijn huid, daar 'door hen' gestopt om een mens weerloos te maken. Bug is duidelijk geschreven in de hoogtijdagen van de serie The X-Files.


De spelers kwijten zich van hun taak, maar de spanning sijpelt al snel weg, zodra onomwonden blijkt dat de beestjes niet echt zijn. We hebben simpelweg te maken met een doorgedraaide man. Zonder die spanning is de bloederige horror die volgt eerder lachwekkend dan eng. En dat is funest voor de voorstelling. Ook het gemakzuchtige einde dat Letts aan zijn verhaal draait, helpt niet.


De muziek van Alamo Race Track is treffend filmisch en intens, maar te weinig gebruikt. Ook Ahlboms visuele hoogstandjes krijgen we mondjesmaat te zien. Er is een claustrofobisch behang, dat hij op de muren projecteert zodat het kan bewegen. Er komen handen uit het bed. Een schilderij bevat verborgen figuren, die alleen in het donker tevoorschijn komen. Prachtige beelden, maar ze lijken te botsen met de realistische speelstijl van de acteurs.


De vraag blijft hangen wat we hadden gezien als Ahlbom de uitlegteksten had laten varen en gewoon zijn gang was gegaan. Het beste wat een kunstenaar immers kan doen, is het mysterie vergroten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden