Brusselse 'patrons' zijn van Luipaard af

IN DE BRUSSELSE wijk Matonge, bijgenaamd 'Klein Zaïre', is rustig en koel gereageerd op de dood van Mobutu. De Mobutisten houden zich sinds de pijnlijke verdrijving van de oude dictator uit zijn verarmde land gedeisd....

PETER DE GRAAF

De tegenstanders van Mobutu nemen bovenal de stelregel in acht dat je van de doden geen kwaad spreekt. Zij halen slechts hun schouders op over het overlijden van de gehate dictator. Enige maanden geleden ging Matonge nog uit zijn bol, toen Mobutu zijn land ontvluchtte en rebellenleider Kabila zegevierend de straten van Kinshasa binnentrok. Voor de meeste Zaïrezen, nu Congolezen geheten, was de Luipaard toen al heengegaan.

Diezelfde onverschilligheid is elders in de stad te bespeuren, in de Wetstraat en omgeving waar regering en parlement zetelen. 'Mobutu maakte al deel uit van het verleden', luidde de eerste reactie van premier Dehaene. 'In die zin is zijn dood er een van een menselijk wezen en moet ze gerespecteerd worden', voegde de Belgische regeringsleider er aan toe.

Dat neemt niet weg dat België nadrukkelijk en uitgebreid stilstaat bij het verscheiden van de Zaïrese leider. De kranten wijden vele pagina's of zelfs hele katernen aan Mobutu. Dat heeft alles te maken met de bijzondere band die de Belgen met Joseph-Désiré Mobutu, later Sese Seko, hebben gehad.

Een band die eerst hartelijk was, daarna steeds zakelijker werd en uiteindelijk slechts pijn deed. De laatste jaren was Mobutu een voortdurende kwelgeest voor de arme Belgen, die met hun houding naar de ex-kolonie net zo erg in hun maag zaten (en nog steeds zitten) als Nederland met Indonesië of Suriname. Met het definitieve heengaan van Mobutu hoopt België eindelijk een nieuw hoofdstuk te kunnen openslaan, ook al bestaat over Kabila gerede twijfel.

Tussen de quasi onverschilligheid door zijn in Brussel ook sporen van opluchting te bespeuren. Mobutu's dood lijkt de tongen van Belgische politici te hebben losgemaakt. Jarenlang werden de wandaden van de dictator om economische redenen met de mantel der liefde toegedekt. En zelfs na de officiële breuk in 1990, als gevolg van de slachtpartij op de universiteitscampus van Lubumbashi, bleef de kritiek relatief gematigd.

Nu geeft Dehaene ruiterlijk toe dat Mobutu's bewind een regelrechte ramp was voor Zaïre. De Luipaard kreeg aanvankelijk de steun van het Westen als 'een factor van stabiliteit' in Centraal-Afrika. Mobutu moest met internationale steun een wal opwerpen tegen de opmars van het communisme in de omliggende landen. Dat was de voornaamste reden van de hartelijke betrekkingen met de Verenigde Staten.

Voor België speelden vooral economische belangen een hoofdrol. De Generale Maatschappij ('La Vieille Dame') is niet alleen oppermachtig in het moederland, maar haalt haar winsten ook uit de voormalige kolonie. De nagestreefde stabiliteit in Zaïre diende daarom vooral ook de belangen van bedrijven als Union Minière, Compagnie Maritime Belge, Sabena of Sybeca.

Achteraf moet Dehaene echter concluderen dat 'voor de mensen van Zaïre de periode-Mobutu er een van teruggang was; zijn erfenis is geen gelukkige erfenis'. Die kritiek is nu gemakkelijk geuit. Mobutu is dood.

Mobutu zelf heeft altijd een haat-liefdeverhouding gehad met België. Als zoon van een kok, die in dienst was bij een Belgische familie, had hij een bijna heilig ontzag voor de 'patrons'. Maar in die tijd werden ook zijn gevoel van minderwaardigheid en zijn rancune aangewakkerd.

Nadat hij in 1965 de macht had gegrepen inde voormalige kolonie, stelde hij zich ten doel de Congolezen hun authenticité terug te geven. Het volk moest verlost worden van de koloniale cultuur, vond hij. Maar zelf bleef hij zijn leven lang zwalken tussen de Afrikaanse en westerse waarden en normen.

Zijn kastelen en paleizen, aangekocht met geld dat hij plunderde uit de staatskas, richtte hij kitscherig westers in. Voor nieuwjaarsrecepties liet hij sla overvliegen uit Brussel. Hij luisterde elke dag naar het RTBf-nieuws op de radio en volgde zelfs de Belgische voetbalcompetitie van afstand.

Maar tegelijkertijd fulmineerde hij tegen België en tartte hij de voormalige kolonisator voortdurend met specifieke maatregelen tegen de Belgen of met dreigementen de (economische) banden met Frankrijk verder aan te halen. Mobutu was een meester in het tegen elkaar uitspelen van zijn bondgenoten. België werd van die machtsspelletjes en chantagepolitiek vaak horendol, maar hield zich lang - volgens velen te lang - in.

Toch dacht Mobutu ook na de breuk met België nog zijn 'vrienden' in het oude moederland te kunnen blijven koesteren. Hij voelde zich in 1993 hevig beledigd dat hij niet was uitgenodigd voor de begrafenis van koning Boudewijn. Maar ook in België was die abstinentie geen vanzelfsprekendheid.

Volgens de (Belgische) schoonzoon van Mobutu wilde koningin Fabiola de Zaïrese leider wel uitnodigen voor de begrafenis, maar werd dat verhinderd door de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Willy Claes. Die verdeeldheid mag tekenend heten voor de krampachtige houding tussen België en zijn verstoten bondgenoot. Mobutu's dood maakt aan die moeilijke en vaak pijnlijke relatie voorgoed een einde.

Peter de Graaf

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden