Brussels museum opent met tumult

Afgelopen vrijdag werd in Brussel het Fin-de-Siècle Museum geopend, geesteskind van de Belgische kunstpaus Michel Draguet. Vooral vanwege hem is dit nieuwste paradepaard direct al omstreden.

BRUSSEL - Wie de afgelopen week op de Kunstberg was, de Brusselse versie van het Amsterdamse Museumplein, kon er niet omheen. Overal wapperende vlaggen, gigantische spandoeken en bussen vol journalisten: hier werd het nieuwe paradepaardje van Brussel geopend. Het langverwachte Fin-de-Siècle Museum, waaraan meer dan drie jaar is gewerkt en waarin 8,5 miljoen euro is geïnvesteerd.


Het nieuwe museum kan uitpakken met heel wat grote namen. Verspreid over vier (ondergrondse) etages hangt werk van belangrijke Belgische kunstenaars als James Ensor, Fernand Khnopff of Léon Spilliaert en van buitenlandse tijdgenoten als Auguste Rodin en Paul Gauguin. De kers op de taart is de weelderige privécollectie van de familie Gillion-Crowet, met Franse en Belgische art nouveau.


Toch is het Fin-de-Siècle Museum in België weinig geliefd. Dat is omdat het op de plaats zit van het vroegere Museum voor Moderne Kunst. De werken van na 1914, waaronder een Bacon, Dalí en De Chirico, moesten wijken voor de nieuwe opstelling. Ze zitten al bijna drie jaar in een depot en zullen daar op z'n vroegst in 2017 uit komen, tot grote woede van veel Belgische kunstliefhebbers.


Het Fin-de-Siècle Museum is het geesteskind van Michel Draguet, die bijna alle nationale musea van België onder zich heeft. Hij is een machtig man in de Belgische kunstwereld, met een eigenzinnige visie, maar hij krijgt steeds meer kritiek.


Draguets strategie bestaat eruit om de Belgische kunstcollectie niet langer klassiek chronologisch in te delen, maar thematisch. Vier jaar geleden opende hij het Magritte Museum, dat met 450 duizend bezoekers per jaar meteen zijn succes bewees. Met het Fin-De-Siècle Museum gaat nu het tweede themamuseum open.


Op zich is het niet onlogisch om in Brussel een museum te wijden aan het fin de siècle, ruwweg tussen 1870 en 1914. De Belgische hoofdstad was in die tijd een ontmoetingsplaats voor progressieve kunstenaars uit heel Europa. Ze rebelleerden tegen de traditionele kunstnormen en creëerden nieuwe stromingen als het impressionisme, realisme en symbolisme. Het was een tijd van vernieuwing en experiment.


'Alle hoofdsteden hebben een Museum voor Moderne Kunst', zei Draguet bij de opening van het Fin-de-Siècle Museum. 'Maar België is niet het land van de moderniteit, het is eerder het land van het postmoderne, van de ironie en het surrealisme. Wij hebben iets anders, iets typisch voor België. Dat willen we tonen.'


Hoewel kunstkenners het eens zijn over die rijkdom van het fin de siècle, begrijpt niemand waarom de moderne kunst daarvoor moest wijken. Grote delen van de Koninklijke Musea, waarvan Draguet directeur is, staan leeg wegens achterstallig onderhoud en waren dus perfect te gebruiken voor een Fin-de-Siècle Museum. 'Welk land steekt er nu zijn Bacon in een depot?', aldus een kunstrecensent.


Aanvankelijk kreeg Draguet nog veel krediet vanwege het succes van het Magritte Museum. Hij kwam met veel zaken weg, zoals de afgelasting van twee tentoonstellingen, de sluiting van de Musea van het Verre Oosten vanwege achterstallig onderhoud en de schade aan honderden schilderijen van oude meesters door de te hoge luchtvochtigheid in een depot.


Maar vlak voor de opening van het Fin-de-Siècle Museum ging het weer fout, en dit keer grondig. Door al te haastige werken aan het dak van het museum lekte er water binnen in een zaal waar kostbare Vlaamse Primitieven waren tentoongesteld. De kwetsbare meesterwerken uit de 15de eeuw moesten in allerijl worden verplaatst en de tentoonstelling werd afgeblazen. De schade loopt in de miljoenen.


Draguet schuift de schuld van zich af en zegt dat de aannemer op eigen houtje handelde. Maar de steun voor de museumdirecteur lijkt nu toch af te brokkelen. Er zijn parlementaire vragen gesteld en Draguet wordt beschuldigd van grove beroepsfouten. 'Dergelijke werkzaamheden uitvoeren in een museum waar panelen uit de 15de eeuw staan, dat is onvoorstelbaar', aldus de Vlaams-nationalistische partij N-VA.


Aan Franstalige zijde - het zou België niet zijn als er geen communautaire tegenstellingen waren - krijgt Draguet nog steeds enig respijt. 'Als je actie onderneemt, dan heb je altijd tegenstanders', zegt een anonieme verdediger in de Franstalige krant L'Echo. 'En aangezien hij veel actie onderneemt, heeft hij veel tegenstanders.'


Museumbedrijf

Michel Draguet (49) is sinds 2005 directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSK) en sinds 2010 interim-directeur van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG). Aldus leidt hij tien musea die nog in Belgische (nationale) handen zijn. De collecties gelden als te waardevol om te splitsen in een Vlaamse en Franstalige afdeling. Draguets bedrijfsmatige museumvisie is omstreden, maar hij zou protegé zijn van de Franstalige Parti Socialiste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden