Brussel gaat nepnieuws te lijf, maar voorzichtig manoeuvreren is geboden

Balanceren op de dunne lijn tussen vrij debat en censuur

Licht ongemak was donderdagochtend voelbaar toen de Europese Commissie haar plannen bekendmaakte om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan. Een overheid die zich bemoeit met de nieuwsvoorziening, dat schuurt al snel. 

Eurocommissaris Julian King (r) voor Veiligheid en eurocommissaris voor Digitale economie Mariya Gabriel tijdens de persconferentie op donderdag 26 april. Beeld AFP

‘We zijn mijlenver verwijderd van censuur’, bezwoer Eurocommissaris Julian King voor Veiligheid na afloop van de presentatie. Zijn collega Marija Gabriel van Digitale economie: ‘We zijn niet bezig een ministerie van Waarheid op te tuigen.’

Brussel wil de verspreiding van nepnieuws aanpakken, zeker nu volgend jaar Europese verkiezingen worden gehouden en gevreesd wordt voor buitenlandse inmenging. Maar voorzichtig manoeuvreren is geboden.

‘Het is een dunne lijn tussen het vrije debat en censorschap’, zegt nepnieuwsonderzoeker Alexander Pleijter, universitair docent journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden. Om het verwijt van al te stevig ingrijpen te voorkomen, heeft de Commissie de afgelopen maanden gestudeerd op een manier waarop nepnieuws effectief bestreden kan worden zonder zelf direct aan de knoppen te hoeven draaien. De plannen waar Brussel dinsdag mee kwam rusten op vier pijlers.

PIJLER 1: ZELFREGULERING

Zelfregulering is de belangrijkste pijler van Brussel. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de instanties die worden beschouwd als de grootste verspreiders van nepnieuws: sociale media en onlinenieuwsplatforms als Google, Twitter en Facebook. Deze technologieconcerns krijgen van Brussel tot de zomer de tijd om maatregelen te treffen die de stroom nepberichten op sociale media moet indammen. Brussel lijkt haast te hebben: als de maatregelen in december onvoldoende effectief blijken, dreigt steviger ingrijpen.

Brussel is niet van plan onwelgevallige stukken te laten verwijderen door platforms als Twitter en Facebook. De netwerken moeten de komende maanden wel klaarheid verschaffen over wie welke berichten sponsoren en welke bijdragen van bots afkomstig zijn. Nepaccounts moeten worden ontmanteld. 

Ook moeten de platforms verder aanwijzingen geven over de betrouwbaarheid van berichten. Door de sector het werk te laten doen, hoopt de Commissie het verwijt van censuur voor te blijven.

De wil iets te doen is er zeker bij de netwerken, zegt Pleijter. ‘Ze zijn zich ervan bewust dat er iets moet gebeuren.’ Zo heeft Facebook het Trust Project opgezet, waarin ook Google zit. Hierbij werken de platforms samen met nieuwsorganisaties en worden berichten voorzien van duiding: van welk medium is het afkomstig, wie is de journalist, wat is zijn specialisatie. Verder beloofde de technologiebaas van Facebook gisteren tijdens een hoorzitting door een Britse parlementscommissie dat berichten afkomstig van politieke campagnes duidelijk herkenbaar zullen zijn voor de lokale verkiezingen in mei.

De netwerken nemen dus stappen. Brussel heeft wat extra druk op dit proces gezet met de plannen van donderdag, zegt Pleijter. ‘Ze hebben er duidelijk vaart achter gezet. In december wordt al geëvalueerd, een strak tijdschema.’ Door regulering eerst aan de markt over te laten, kan Brussel, mochten de resultaten tegenvallen, met meer geloofwaardigheid strengere maatregelen treffen.

PIJLER 2: GELOOFWAARDIGHEID

Naast zelfregulering moet een netwerk van Europese factcheckers beter worden gefaciliteerd nieuws te controleren en te voorzien van duidende context. ‘Vrij voorzichtig geformuleerd’, omschrijft Pleijter de plannen. Netwerken van factcheckers, zoals Nieuwscheckers van Pleijters eigen opleiding, bestaan overal in Europa, maar het gaat doorgaans om kleine groepjes, soms van vrijwilligers, soms opgericht door media of door universiteiten. Er wordt al samengewerkt en de wetenschapper noemt het mooi als die samenwerking meer gefaciliteerd wordt. ‘Maar hoe Europa dit wil gaan doen is onduidelijk.’

Over financiële ondersteuning – het grootste struikelblok volgens Pleijter – reppen de plannen vooralsnog niet. ‘Een onafhankelijk fonds dat geld verdeelt over diverse factcheckorganisaties zou geen gek idee zijn’, zegt hij.

PIJLER 3: DIVERSITEIT

Brussel wil burgers ondersteunen bij het nemen van geïnformeerde beslissingen en hen helpen nepnieuws makkelijker te onderscheiden van echt. De Commissie ziet onder meer een rol voor scholen en factcheckers. Maar ook hier zijn de plannen nog weinig concreet.

PIJLER 4: ONDERSTEUNING KWALITEITSJOURNALISTIEK

De bestaande journalistiek heeft het zwaar doordat veel advertentie-inkomsten zijn weggestroomd naar onlineplatforms, constateert de Commissie. Een van de problemen is dat uitgevers nu geen geld verdienen aan content die via sociale media worden verspreid. Pleijter: ‘Een filmpje van de Volkskrant dat op Facebook een miljoen keer wordt bekeken, levert de uitgever niets op, al het geld gaat naar Facebook. Dat is scheef.’

De gisteren gepresenteerde plannen zullen niet het einde betekenen van nepnieuws, denkt Pleijter. ‘Fake news kun je niet uitroeien. Maar de commissie heeft goed geluisterd naar de voorstellen van de adviesgroep die de afgelopen maanden naar het probleem heeft gekeken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.