PROFIELconcentratiekampbewaker Bruno Dey

Bruno Dey was klein radertje in de nazimachine, maar ‘de zondebokken moeten bij naam worden genoemd’

Voormalig concentratiekampbewaker Bruno Dey was waarschijnlijk maar een piepklein radertje in de nazimachine. De uitspraak die de Duitse rechter donderdag doet over hem, moet worden gezien in het licht van de oplevende discriminatie in Europa, menen de advocaten van de nabestaanden.   

De van nazimisdaden verdachte Bruno Dey arriveert in de rechtszaal in Hamburg, in april dit jaar.Beeld REUTERS

Meer dan 75 jaar geleden deed Bruno Dey dienst als Wehrmachtsoldaat op de wachttorens van kamp Stutthof, in de buurt van de nu Poolse stad Gdansk. 94 is hij inmiddels, maar de rechter die donderdag uitspraak doet over de voormalige concentratiekampbewaker is een jeugdrechter. Bruno Dey was 17 jaar destijds, dus minderjarig. Hij kwam in de bewaking terecht omdat hij niet geschikt was bevonden voor het front vanwege een hartklepafwijking.

Het is een van de opmerkelijke feiten in het proces dat misschien wel een van de laatste kan zijn tegen een vermeend nazimisdadiger. Die toevoeging ‘een van de laatste’ is onderhevig aan inflatie: negen jaar geleden werd bij de veroordeling van de Oekraïense kampbewaker Iwan Demjanjuk, ‘de beul van Sobibor’ ook al gezegd dat het een van de laatsten was. Maar in feite was Demjanjuk, die in 2011 werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan de moord op 28 duizend mensen, de eerste van een lange reeks laatsten. Want pas door de jurisprudentie in dat proces werd het mogelijk kampbewakers te veroordelen die geen eigenhandige moord ten gelaste kon worden gelegd – mensen zoals Bruno Dey.

Het OM en een groep overlevenden en hun nabestaanden klagen Dey aan voor medeplichtigheid aan 5.230 moorden in de gaskamer, voor het vuurpeloton, aan uitputting en ziekten, aan de galg, en in de laatste maanden van de oorlog op zogenoemde dodenmarsen voor het oprukkende Rode Leger uit. In totaal kwamen in Stutthof 65 duizend gevangenen om, hoofdzakelijk Joden uit de Baltische staten.

‘Uitgeleend’ aan de SS

Van de zomer 1944 tot de komst van het Sovjetleger in april 1945 deed Dey dienst in Stutthof. De Wehrmachtssoldaat werd als het ware ‘uitgeleend’ aan de SS. Zijn taak was het om ‘vlucht, revolte en bevrijding van gevangenen te verhinderen’. Een taak die de verdachte naar eigen zeggen onvrijwillig uitoefende. Hij zou herhaaldelijke verzoeken hebben gedaan tot verplaatsing naar de keuken of de bakkerij van de Wehrmacht.

Dey heeft op de eerste procesdag, afgelopen herfst, ook gezegd dat hij niet begrijpt waarom iemand als hij, iemand die toch geen belangrijke nazi is geweest, nu 75 jaar later terecht moet staan. Zijn aanwezigheid in het kamp heeft hij bekend, en hij heeft verteld dat hij ‘bergen lijken’ heeft gezien die hem zijn hele verdere leven zijn blijven achtervolgen. Maar Dey ontkent actieve betrokkenheid bij de moordmachine waarvan Stutthof deel uitmaakte. Hij was van de omvang van de misdaden niet van op de hoogte, zegt hij, maar deed slechts wat zijn superieuren van hem wilden, waarmee hij zich aansluit bij het koor van duizenden ‘kleine’ nazimisdadigers.

Zijn advocaat eist vrijspraak, voert aan dat Dey de nazi-ideologie nooit actief aanhing en beroept zich daarbij op de verklaring van een psycholoog waarin staat dat Dey, geboren in 1927, in de nazitijd is gesocialiseerd en daarom ‘gewend was te gehoorzamen. ‘Het ging hem erom zijn werk te doen. Jezelf erbuiten houden, conflicten vermijden.’

Het OM vindt die redenering ongeloofwaardig. Dey moet het schreeuwen uit de gaskamers hebben gehoord, meent officier van justitie Lars Mahnke, net als de schoten als er mensen werden gefusilleerd. Uit Stutthof is bekend dat in de winter van 1944 dagenlang het stoffelijk overschot van een tienjarige jongen bungelde aan een galg pal tegenover de kerstboom.

Het kan overigens goed zijn dat het proces tegen Bruno Dey écht het laatste Duitse nazi-proces is. Alle verdachten die bekend zijn bij Zentralstelle der Landesjustizverwaltungen zur Aufklärung nationalsozialistischer Verbrechen, de organisatie die namens de Duitse overheid op nazi’s jaagt, zijn de 90 ruimschoots gepasseerd en vaak niet meer in staat lijfelijk bij een proces aanwezig te zijn. Het instituut schat de kans dat er nog een nieuw proces tegen een mogelijke dader zal worden geopend daarom klein.

Als de zaak tegen de destijds 17-jarige Dey echt het laatste is, dan is die een symbolische hekkensluiter. Symbolisch voor een boosaardig regime waarvan de betrokkenen achteraf beweerden slechts kleine radertjes te zijn geweest in een groot netwerk, die het denken hadden uitgeschakeld, zoals Hannah Ahrend schreef toen ze in 1961 tijdens het Eichmann-proces in Jeruzalem schreef over de banaliteit van het kwaad.

Typisch radertje 

Bruno Dey was typisch zo’n radertje; een jonge dader die door toeval ter verantwoording wordt geroepen nog voordat de dood de eindstreep trekt, terwijl vele anderen onbestraft stierven. De eis van het OM is drie jaar gevangenisstraf. De zogenoemde nevenklagers, de kampoverlevenden en hun nabestaanden, eisen nog minder: twee jaar voorwaardelijk. In het slotpleidooi, dat integraal werd afgedrukt in weekblad die Zeit, leggen hun advocaten uit waarom. Ze willen doen wat de Duitse justitie tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw – toen belangrijke posten werden bezet door ex-nazi’s die grote en kleine oorlogsmisdadigers een hand boven het hoofd hielden – hebben nagelaten: ‘deze zonden en de zondebokken bij hun naam noemen’. 

Ze doen dit omdat de nabestaanden willen dat hun stem wordt gehoord en vooral omdat die nabestaanden zich zorgen maken over het huidige politieke klimaat in Europa, waar discriminatie en uitsluiting van minderheden weer om zich heen grijpen. Ze verwijzen naar Alexander Gauland, voorzitter van de extreemrechtse AfD die de nazitijd ‘een vogelpoepje op de Duitse geschiedenis’ noemde.

Het pleidooi doet denken aan de woorden van Fritz Bauer, de advocaat er in de jaren vijftig, onder doodsbedreigingen, voor zorgde dat de eerste verantwoordelijken voor de genocide in Auschwitz voor het gerecht kwamen. ‘In wezen is het de taak van al deze processen niet alleen om geschiedenis te schrijven, maar – ook al klinkt het aanmatigend – om bij te dragen aan het maken van geschiedenis.’

Op Bruno Dey lijkt het proces iets te hebben losgemaakt. Hij heeft, in tegenstelling tot de meeste verdachten van nazimisdaden, gezegd dat het hem ‘spijt wat deze mensen is aangedaan’. Zijn vrouw, zijn kinderen en zijn kleinkinderen, met wie hij niet over zijn verleden praatte, zaten in de zaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden