PROFIEL

'Bruna kon niet lachen om Nijntje met hitlersnor'

Iets stouts doet Nijntje nooit. Daartoe kon Dick Bruna zich niet zetten, al is hij naar eigen zeggen zelf 'zeer ontvlambaar'. Het Centraal Museum in Utrecht reconstrueerde het atelier van de wereldberoemde tekenaar die een paar jaar terug resoluut zijn pen neerlegde.

Dick Bruna op 83-jarige leeftijd in zijn atelier in Utrecht, 2010. Beeld Joost van den Broek

Voor Dick Bruna (88), schepper van Nijntje en gevierd ontwerper van duizenden boekomslagen en affiches, was zijn atelier in de Utrechtse binnenstad 'de beste plek op de wereld'. Hij probeerde weleens een zondag thuis door te brengen, maar omstreeks het middaguur werd hij ongedurig en zei z'n vrouw Irene: 'Zou je niet even gaan? Dan kun je het van je aftekenen.' Meestal gaf Bruna aan die wenk gehoor.

Een paar jaar geleden, omstreeks zijn 85ste, stopte hij onverhoeds met tekenen. 'Dat deed hij niet geleidelijk', zei zijn uitgeefster Marja Kerkhof destijds. 'Dat ging van de ene op de andere dag. Het was genoeg geweest.' Overmand door weemoed schreef de Utrechtse dichter Ingmar Heytze: 'Ik heb het altijd geruststellend gevonden dat iemand als Dick Bruna echt bestaat, door de stad fietst en tekeningen maakt waar letterlijk de hele wereld plezier van heeft. Je hoeft niet eens een groot Nijntje-fan te zijn om er blij van te worden dat zulke mensen in Utrecht wonen, net zo vanzelfsprekend aanwezig als de Dom, de grachten en de singels.'

Bruna's verweesde atelier werd gereconstrueerd - 'geïmplanteerd', in de woorden van vakbroeder en vriend Tom Eyzenbach - op de zolder van het Centraal Museum in Utrecht. 'Het interieur is wat uit elkaar getrokken ten behoeve van de bezoeker', zegt Eyzenbach. 'Maar de opbouw en de sfeer lijken op die van het origineel.' Anderhalve week geleden was een aantal intimi van Bruna bij de ingebruikneming van de nieuwe museumruimte aanwezig. Zij misten de man die hen samenbracht. Bruna is niet meer in staat dit soort bijeenkomsten bij te wonen.

Tijdlijn

1927 23 augustus geboren in Utrecht

1945 Eerste boekomslagen voor uitgever A.B. Bruna

1953-1955 Eerste boek de Appel, tekent de eerste Nijntje (1955)

1969 Ontwerpt kinderpostzegels voor de PTT

1991 Overzichtstentoonstelling in Centre Pompidou Parijs

1996-1997 Zilveren penseel voor Nijntje in de tent, Zilveren griffel voor lieve oma pluis

2001 Nijntje de musical, honderdste kinderboek

2011 Laatste Nijntje-boek

'De grootste Utrechtse kunstenaar'

Het eerbetoon van het Centraal Museum aan 'de grootste Utrechtse kunstenaar' staat, rondom de viering van de zestigste verjaardag van Nijntje, niet op zichzelf. Op meerdere plaatsen in Nederland, alsook in Japan - waar Bruna's bekendste schepping als Miffy een duurzame cultstatus geniet - zijn sculpturen van Nijntje geplaatst (waarvan overigens ook een grote aantrekkingskracht op vandalen blijkt uit te gaan). In het Utrechtse vijfsterrenhotel Karel V is een Nijntje-suite in gebruik genomen. En het Rijksmuseum toont tot midden november werken van Dick Bruna - die zijn verwantschap met kunstenaars als Henri Matisse, Fernand Léger en Willem Sandberg laten zien. Er zijn Nijntje-postzegels in omloop en in Utrecht - waar anders - ging in februari de nieuwe Nijntje-musical (Nijntje viert feest) in première, met liedteksten van Ivo de Wijs en muziek van Joop Stokkermans.

Van de vierkante Nijntjeboekjes met harde kaft ('zodat een kind ermee kan gooien') zijn wereldwijd ruim 85 miljoen exemplaren verkocht. In 2000 ontving Bruna 37.865 kaarten uit meer dan 80 landen ter gelegenheid van de 45ste verjaardag van het konijntje - hetgeen hem een notering opleverde in het Guinness Book of World Records. De marktwaarde van Nijntje/Miffy werd tien jaar geleden al op 300 miljoen dollar geschat. Dat zijn grote getallen voor een man die zichzelf altijd een 'klein talent' toedichtte. Alleen door heel hard te werken, kon hij daar naar eigen zeggen 'iets' mee doen.

Nijntje de musical.

Eenvoud

Hij volgde lessen aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. 'Dat vond ik stierlijk vervelend', zei hij tien jaar geleden in een interview. 'Dat natekenen sprak mij niet aan. Ik wilde mijn eigen vormen maken. Ik wilde graag tot grote eenvoud komen. Ik moet ook eerlijk toegeven: ik ben er vaker niet geweest dan wel.' Voor zijn vader, de Utrechtse uitgever A.B. Bruna, ontwierp hij vanaf 1945 affiches en boekomslagen. Daarbij had hij het gevoel meer in dienst te staan van de schrijver dan van de uitgever. 'Ik moet ervoor zorgen dat de schrijver er gelukkig mee is. Wat de uitgever ervan vindt, komt op de tweede plaats'.

Bruna oogstte veel lof met zijn omslagen voor de handzame Zwarte Beertjes pockets (die treinreizigers werden geacht in hun jaszak te kunnen stoppen), voor de Havank-serie en voor de Nederlandstalige Maigrets. George Simenon, de geestelijk vader van Maigret, toonde zich daar vergenoegd over. 'Je wint ieder jaar aan eenvoud', schreef hij Bruna in 1965. 'Hetzelfde geldt voor je omslagen, die ik meer en meer ga bewonderen.' Ook Picasso zou zijn waardering voor Bruna's boekomslagen ('zo krachtig als affiches') hebben uitgesproken. Zelfvertrouwen ontleende Bruna niet aan deze loftuitingen. Wel angst voor vormverlies. Nieuwe opdrachten vervulden hem met huiver. Pas als zijn vrouw Irene hem had verzekerd dat het goed was, durfde hij een ontwerp aan de opdrachtgever te tonen.

Omgekeerd uitte Bruna zich genereus over het werk van anderen, ondervond Ivo de Wijs toen hij eens met Bruna deel uitmaakte van een jury die kindertekeningen beoordeelde. 'Hij was een en al lof over alles wat hij te zien kreeg. En daarin was hij meer dan oprecht: hij had dolgraag meerdere eerste prijzen toegekend.' Bruna's minzaamheid is 'legendarisch' genoemd. 'Hij is zeldzaam aimabel', bevestigt Ivo de Wijs. 'Hij is de vleesgeworden Nijntje', zegt Tom Eyzenbach. 'Zoals Max Velthuijs op den duur op een kikker ging lijken. Dick heeft de oprechtheid, de onschuld en de aaibaarheid van Nijntje. Als ongeveer de enige Utrechter slaagde hij erin geen ruzie te krijgen met Johannes Moesman (een surrealistisch schilder die ook enige faam als polemist genoot, SvW). Iedereen kreeg vroeg of laat ruzie met die man, behalve Dick.'

Geboorte Nijntje

In 1955, tijdens een vakantie in Egmond aan Zee, tekende Dick Bruna een konijn bij een verhaal voor zijn zoontje Sierk. 'Een uit bed gevallen knuffel, naïef en tamelijk konijnig', aldus recensent Joke Linders in het biografische plaatjesboek Dick Bruna (2006). In 1963, bij de introductie van de vierkante boekjes met de harde kaft, neemt Nijntje de gedaante aan die haar wereldfaam zou verschaffen: een meloenvormig hoofd, groter dan het lichaam, enigszins spitse oren en pupilvormige ogen - in plaats van stipjes. Later werden de ogen dichter bij elkaar getekend en werden de oren kleiner en minder puntig.

Het eerste Nijntjeboek. Beeld Dick Bruna

Jeugdig handschrift

Truusje Vrooland, publiciste over kinder- en jeugdliteratuur, heeft in een Nijntjetas een deel van de brieven en kaarten bewaard die Bruna haar tot voor kort toezond bij gelegenheden die daarom vroegen. Zijn handschrift was precies en jeugdig. 'Het had van een achttienjarige kunnen zijn.' Ze interviewde hem voor het eerst in 1974, toen zij een 'piepjonge moeder' was en Bruna een tekenaar vóór zijn grote doorbraak. Het laatste interview stamt uit 2005. 'In de tussenliggende tijd is hij de lieve, mededeelzame, coöperatieve man gebleven.'

Dat Dick Bruna, de gevierde ontwerper van affiches en boekomslagen, zich vanaf 1955 - het geboortejaar van Nijntje - steeds meer ging toeleggen op kinderboeken, werd niet door iedereen begrepen, zegt Vrooland. 'Vakbroeders meenden dat hij zijn onmiskenbare talent verkeerd gebruikte. En het duurde ook even voordat de bedrieglijke eenvoud van zijn kinderboeken op waarde werd geschat. Sommigen ervoeren zijn stijl als te kil en te vlak voor kinderen.'

Dat de eenvoud van Bruna's tekeningen bedrieglijk is, blijkt ook uit hun bewerkelijkheid. 'Niks zwier en niks improvisatie', zegt Eyzenbach. 'Het was hard zwoegen.' Bruna ging ambachtelijk te werk. Liet moderne technieken en zelfs linialen ongebruikt. De zwarte lijnen rondom zijn figuurtjes bracht hij tergend traag met een penseel aan. De subtiele 'bibber' in de belijning getuigde van een enigszins onvaste hand. 'Het zit in mijn aard om lief te tekenen', zei hij in 2000. 'Ik vind het fijn als een tekening vriendelijk overkomt.'

Dat hij daarmee mondiaal in een grote behoefte voorziet, blijkt ook uit het grote aantal figuurtjes dat enige gelijkenis met Nijntje vertoont. Zoals de Japanse Kitty, een poesje met een strik of bloemetje op het hoofd, en het konijntje Cathy - een steriele versie van Nijntje, die mede op aandrang van Bruna's uitgever Mercis het veld heeft moeten ruimen. Het katje Musti is de Belgische geestverwant van Nijntje. Vooral de overeenkomst tussen beider mond - een kruisje - loopt nogal in het oog. Hetgeen Musti's tekenaar, Ray Goossens, ooit verleidde tot de tegenwerping: 'Je hebt het over een kat en een konijn. Dat is appels met peren vergelijken. En wie heeft het kruis nou eigenlijk uitgevonden? De rechten berusten volgens mij nog steeds bij Jezus Christus.'

(tekst gaat verder onder de foto)

Nijnkwatrijn

Bruna oogstte toenemend lof voor het tekstuele deel van zijn boekjes. De schreefloze teksten - zonder hoofdletters en puntjes - waren zo eenvoudig als de tekeningen. 'Ik vind dat de rijmende verhaaltjes in Nijntje een versvorm op zich zijn', schreef Ingmar Heytze, 'net als bijvoorbeeld de limerick en het ollekebolleke.' In lieve oma pluis - waarvoor hij de zilveren griffel kreeg - overtrof hij zichzelf, meent recensent Truusje Vrooland:

nijntje was toch zo verdrietig
nijntje had een dikke traan
weet je waarom nijntje huilde?
oma pluis was doodgegaan

Dick Bruna in 1967. Beeld Ton Nelissen

Nijn eleven

Bruna zelf reageerde altijd tamelijk laconiek op dergelijke vormen van kruisbestuiving. Tegen het gebruik van Nijntje in andere kunstvormen dan de zijne had hij nooit bezwaar. 'Hij toonde veel belangstelling voor onze eerste Nijntje-musical, maar had niet de neiging zich ermee te bemoeien', zegt Ivo de Wijs. Alleen misbruik van Nijntje ten behoeve van een grap of een boodschap die niet bij haar paste, kon de gramschap wekken van haar schepper. Zo kon Bruna niet lachen om Nijntje met een Hitlersnor (nijn Kampf) of om Nijntje in een vliegtuig dat op een hoog gebouw afvloog (nijn eleven). 'Er is in het Noorden van het land eens een jongen geweest die Nijntje pornografisch heeft gebruikt', zei Bruna in 2005. 'Daar ben ik ontzettend van geschrokken. Toen heb ik contact gezocht met die jongen en heb ik hem gezegd: "Je mag net zoveel porno maken als je wilt, als je maar niet mijn figuurtje gebruikt".'

Explosiever waren zijn uitlatingen maar zelden. In het voornoemde interview in de Volkskrant zei hij dat hij Nijntje weleens 'wat stouts' had willen laten doen, 'slaan bijvoorbeeld', maar dat hij zich daartoe niet kon zetten. Even verderop zinspeelde hij terloops op een verborgen persoonlijke dimensie. 'Ik heb veel lief gehad in mijn leven en ben altijd zeer ontvlambaar geweest; ze (hij doelde op zijn vrouw, SvW) heeft veel van me moeten slikken. Ik heb zo mijn geheimen gehad, zij niet. Zij is ontzettend oprecht.' Truusje Vrooland heeft het interview bewaard in haar Nijntjetas met Bruna-parafernalia. 'Hij is altijd volkomen zichzelf gebleven. Maar wie hij is, weet ik niet.'

zie ook: nijntje.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden