Bruisend Anloo

Kleine dorpen kampen dan wel met een gebrek aan winkels en andere voorzieningen; het verenigingsleven bloeit als nooit tevoren. Vooral dankzij vers bloed van buiten....

Met toneelvereniging Excelsior in het Noord-Drentse Anloo gaat het weer goed. Excelsior telt twaalf acteurs en actrices, en dat is vergeleken bij de afgelopen jaren een topbezetting. Vorig jaar was het nog de vraag of Excelsior na bijna 130 jaar kon overleven door een gebrek aan animo van nieuwe toneelspelers, maar de vereniging is helemaal terug.

Begin deze maand stond in het Kegelcentrum van Camping Anloo een stuk uit het Drentse streektoneel op het programma: De nachtoel van Weering. Deze 'klucht in drie bedrieven' leverde tijdens twee voorstellingen meer dan tweehonderd toeschouwers op. In Anloo wonen 368 mensen.

Op een zaterdagavond lopen ze in groepjes over de smalle asfaltweg die naar het Kegelcentrum leidt. Daar gaan ze aan tafels zitten die in lange rijen haaks op het podium staan. Aan die tafels met kaapse viooltjes erop blijven ze zitten tot de voorstelling afgelopen is. Ze roken en drinken koffie of iets sterkers. Ze praten en lachen in de pauzes steeds harder en wanneer later een loterij begint, waarin onder andere het boek Jurassic Park, een oudewijvenkoek en zonneolie zijn te winnen, wordt het helemaal gezellig.

Trouwens: de Anlo hebben zich met het toneelstuk prima vermaakt. Op het podium waren allerlei grappige relationele verwikkelingen te zien. Er waren toespelingen op de daad 'Ik heb kopzeer', klaagt een vrouw in bed tegen haar man. En de hele zaal zong samen: 'Op de grote stille heide, dwaalt een herder eenzaam rond.' Het podium op frisdrankkratten kraakte af en toe, een acteur was weleens de tekst kwijt, maar wie let daar op? Zo'n avond is bedoeld om met Anlo onder elkaar te zijn, om elkaar te spreken en samen te lachen. Dat is wat Anlo die avond zeggen. Het is een hoogtepunt.

Beter geformuleerd: van vele hoogtepunten. 'Anloo bloeit', zegt Albert Talens, die op negen jaar na zijn hele leven in het dorp woont. Talens (64) is een echte verenigingsman. Vijf jaar geleden bekleedde hij meerdere voorzitterschappen tegelijk, waardoor hij meehielp met het organiseren van de jaarlijkse kermis in Anloo, het 'neutieschieten' (walnotenschieten) op Eerste Paasdag, de speurtocht op Hemelvaartsdag en het kruisboogschieten met stamppoteten na afloop. 'Het kwam erop neer dat ik er elke avond mee bezig was. Maar ik wilde graag dat dit soort zaken blijven.'

Zijn vrouw Roelie zit bij Vrouwen van Nu, voorheen de Bond van Plattelandsvrouwen. Vrouwen van Nu telt ruim zestig leden, zo'n beetje alle vrouwen van Anloo. Roelie Talens zit bij de tuinclub van Vrouwen van Nu; anderen handwerken, lezen boeken, schilderen of kegelen in naam van Vrouwen van Nu. Verder kunnen Anlo actief zijn in een mannensoos, een gymnastiekvereniging, een joggingclub en een mountainbikeclub.

Elke derde zaterdag in augustus doet het hele dorp in vol ornaat mee aan een voorstelling in de kerk van Anloo, waarin middeleeuwse rechtspraak wordt nagedaan, de zogeheten Etstoel. Albert Talens is dan de dorpsomroeper. 'Ja, er gebeurt wat hier', zegt hij trots. 'De laatste vijf jaar gaat het heel goed.' Hij verklaart de opleving uit de komst van nieuwe inwoners: 'Twee of drie nieuwe mensen die de zaak opporren, dat is genoeg. Dorpsbewoners die hier allang wonen, voelen dan dat er iets gaat gebeuren.'

Anloo is niet het enige dorp waar het verenigingsleven floreert. Ytsen Strikwerda, conator van de Feriening Lytse Doarpen (Vereniging Kleine Dorpen) in Friesland, zegt over Tzum, zijn dorp (1100 inwoners) iets onder Franeker: 'We hadden een notaris, een dokter, drie bakkers, twee slagers en daar zijn nog maar bakker en slager van over. Maar er zijn w35 verenigingen. En dat is overal zo.'

Strikwerda wil maar zeggen: 'Er is in dorpen veel verdwenen, maar er is ook veel teruggekomen. Dorpen liggen niet op sterven en dat gebeurt ook niet.' Natuurlijk is het beroerd dat nog steeds winkels, scholen, dorpskroegen, bussen, consultatiebureaus en postkantoren van het platteland verdwijnen, benadrukt hij. Vooral weinig mobiele ouderen en mensen met een krappe beurs zijn daarvan de dupe. 'Maar een dorp leeft wel door', zegt Strikwerda.

Op een symposium van de Vereniging Kleine Dorpen Groningen zei een Groningse gedeputeerde het vorig jaar zo: 'Gooi Geert Mak in de prullenbak.' Mak beschreef in 1996 in zijn boek Hoe God verdween uit Jorwerd hoe dorpen steeds stiller zijn geworden. De boerenstand ging teloor, de middenstand volgde, jongeren gingen naar de stad om nooit terug te keren en daarna reed de laatste bus het dorp uit. Het is vooral een relaas over wat is geweest en nooit terug zal komen.

Tegenwoordig is de stemming in veel dorpen optimistischer. 'Als je een auto hebt, wie doet je dan wat?', zegt Strikwerda. 'Het is vervelend wanneer je om vijf voor zes nog naar de winkel moet en in het weekend met een ziek kind naar de dokter, want dan ben je afhankelijk van een callcenter. Maar alles went.' Zijn collega Hans Elerie van de Brede OverleggroepKleine Dorpen in Drenthe: 'Als je het platteland beter kent, weet je hoe dynamisch het is.'

Elerie en Strikwerda kunnen er niet omheen: het gaat goed met de dorpen. Ze wijzen niet alleen op het verenigingsleven, dat alom bloeit en gevarieerder is geworden, maar ook op de aantrekkingskracht die dorpen op jonge gezinnen uitoefenen. 'Er is jaren gezegd: de dorpen vergrijzen', zegt Elerie. 'Dat is de grootste flauwekul.'

Volgens hem vergrijzen alleen de grotere plaatsen, zoals Gieten in Drenthe. 'Daar zijn de voorzieningen voor bejaarden. Kleine dorpen hebben een gunstig vestigingsklimaat voor jonge gezinnen. Jongeren trekken eerst weg voor een opleiding, een baan, een partner. Maar als ze dat allemaal hebben gevonden, keren ze vaak terug.'

Neem Jelle Siemonsma (42) en Greta Dijkstra (37). In oktober 2000 streken zij neer in de nieuwbouw van Wytgaard, een plaatsje tussen Leeuwarden en Grouw met 586 inwoners. Zij woonde bijna haar hele leven in een dorp, naar de stad verhuizen kwam niet in haar op: 'Het dorpsleven past bij mij.' Hij woonde in grotere plaatsen als Franeker en Alkmaar. Nu zegt hij: 'Ik had niet gedacht dat het leven in een dorp zo positief zou uitvallen.'

De belangrijkste reden om naar Wytgaard te gaan, waar Cafmke Wopke zo'n beetje de enige voorziening is, waren hun kinderen. 'De grote stad zien we als harder, bedreigender. We hebben het idee dat ze hier leuker opgroeien', zegt Jelle. Greta: 'Rixt van 7 houdt van paardrijden. In een stad moet je naar een manege. Nu rijdt ze paard via een jongetje in de klas. Ik vind het leuk dat ze opgroeit met lammetjes.'

Greta speelt badminton en zit in het bestuur van de basisschool. Jelle haalt oud papier op voor de school en zit bij toneelvereniging Lyts mar krigel (Klein maar pittig). Hij lacht: 'Ik had nooit toneelgespeeld.' Zij: 'Maar hij is een talent.' Samen zitten ze in de buurtvereniging die voor het dorpsfeest in augustus de straat en een boerenwagen voor de optocht versiert. 'Je doet het eerst voor de sociale contacten', zegt Jelle. 'Daar doen we het nu niet meer voor. Ik wil echt iets moois maken', zegt Greta.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt niet bij of jonge gezinnen in toenemende mate naar de dorpen trekken. Maar Frans Thissen van de Universiteit van Amsterdam, afdeling Geografie en Planologie, zag de trend bevestigd in Zeeland. 'Op dit moment komt het heel veel voor, vanwege de kwaliteit van wonen en de sociale veiligheid.'

Thissen heeft veel onderzoek gedaan naar ontwikkelingen op het platteland. Volgens hem hebben dorpen de afgelopen decennia een zielig imago opgelopen doordat velen bleven vasthouden aan het beeld van het autonome dorp. In zo'n dorp moeten alle basisvoorzieningen zijn, werk, huizen voor de eigen kinderen. Bovendien is een goede bereikbaarheid een vereiste. Tegenwoordig, meent Thissen, zien steeds meer mensen het dorp alleen als woonomgeving. 'In dat opzicht heeft het dorp een ontzettende revival beleefd. Naarmate meer mensen anders naar het dorp kijken, gaat het er steeds beter mee.'

Zo is wonen op het platteland populair geworden.

Het Ruimtelijk Planbureau concludeerde eind vorig jaar dat Nederland tussen 60-en 130 duizend woningen tekortkomt om aan de vraag naar landelijk wonen te voldoen. Dat landelijk wonen kan deze dagen veel vormen aannemen. Het kan in buitenwijken met een dorps karakter, zoals in Leidsche Rijn gaat gebeuren. Het kan zelfs met het bouwen van een compleet nieuw dorp. Over die laatste mogelijkheid spraken vorig jaar de Friese gemeenten Littenseradiel en Dantumadeel.

Een blamage, vindt Hans Elerie. Er is volop discussie over hoe bestaande dorpen moeten worden uitgebreid nu het platteland, na jaren van restrictief beleid, van het kabinet vermoedelijk wat ruimte krijgt voor nieuwbouw. 'En omdat we het niet eens kunnen worden over hoe dat moet, gaan we net als in de Noordoostpolder overal dorpen neerzetten', zegt Elerie. 'Dat wordt natuurlijk niks. Een dorp kun je niet maken, een dorp moet groeien. Het gaat vooral om het sociale aspect.' Thissen ziet het minder somber: 'Mensen weten elkaar snel te vinden. Ze hebben een gezamenlijk belang.'

Zo zijn het juist vaak de nieuwkomers die in bestaande dorpen het verenigingsleven op sleeptouw nemen. 'Het is de manier om ertussen te komen in een dorp', zegt Strikwerda. 'Als je niet meedoet en alleen komt voor de rust en de ruimte, zit je verkeerd. Mensen hebben vaak geen goed beeld van een dorp. Je hebt het er hartstikke druk.'

Jelle Siemonsma en Greta Dijkstra moeten na drie jaar in Wytgaard mensen die hen benaderen voor nieuwe activiteiten teleurstellen. Het zou te druk worden. Met de toneeluitvoeringen in januari was Jelle al dag en nacht bezig. 'Hij leefde ervoor, het gaf hem veel energie', zegt Greta. In Anloo heeft Albert Talens zijn voorzitterschappen neergelegd, al blijft hij bestuurslid van drie verenigingen en zit hij op de mountainbikeclub. 'Het werd wat te veel van het goede', zegt Talens. Maar hij heeft het met plezier gedaan: 'Het dorp is mij te lief.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden