Bruisbad

Het orkest van São Paulo opstoten in de vaart der volkeren, dat is de taak van dirigente Marin Alsop. Hoe doet zij dat?

Kokosmelk schenken ze in de Sala São Paulo ijskoud. In de pauze, tussen Mozart en Sjostakovitsj door, kun je er ook een crêpeje laten bakken. Maar om de concertzaal van de grootste metropool op het zuidelijk halfrond te bereiken, moet je wel eerst door een wijk met een moordende drugsproblematiek. Bijnaam in de volksmond: Crackolandia.


Niet voor niets mondt de parkeergarage rechtstreeks uit in de foyers. Bem-vinda Marin Alsop! juichen daar de posters. De vrouw die wordt verwelkomd, treedt aan als de nieuwe chef-dirigent van het Orchestra Sinfônica do Estado de São Paulo, door iedereen afgekort tot 'Osesp'.


Hoe de nieuwe combinatie uitpakt, valt komende zondag te beleven in het Amsterdamse Concertgebouw. In maart toonden ruim 24 miljoen Paulistas zich alvast enthousiast. Of toch in elk geval de 1.500 bezoekers die Alsops inaugurele concert bijwoonden in een statig gebouw dat een decennium geleden is vertimmerd van koffieveiling tot cultuurtempel.


De sfeer is informeel: weinig jasje-dasje, veel zomerse gemakskledij. De liefdevolle aanraking hebben Brazilianen verheven tot een hogere kunst die zich voortzet tot in de concertzaal. Al luisterend vlijt menig vrouwenhoofd zich op een mannenschouder.


Voor het orkest moet de New Yorkse Marin Alsop (55) gaan betekenen wat de zakenstad São Paulo betekent voor de Braziliaanse economie: aanjagen en opstoten, liefst tot mondiaal niveau. In haar kielzog komt Celso Antunes mee, de voormalige chef van het Groot Omroepkoor in Hilversum die als vaste gast aan de slag gaat in zijn geboortestad.


Alsop lijkt voor het orkest van São Paulo nog niet zo'n gekke keus. Het Britse kennersblad Gramophone riep haar in 2003 uit tot Artist of the Year. Ze behoort tot de weinige dirigenten met een vast platencontract. En toen Alsop in 2007 het chefschap aanvaardde in Baltimore, omschreven Amerikaanse kranten haar zonder dralen als the worlds most prominent woman conductor.


Bij het Koninklijk Concertgebouworkest moeten ze het daarmee eens zijn. Daar maakte Marin Alsop in 2006 immers haar entree als de eerste vrouwelijke gastdirigent ooit. Ze stijgt gestaag in de internationale ranglijstjes, al waren de musici in Baltimore niet direct van haar statuur overtuigd. Toen Alsop vernam dat ze haar niet zagen zitten, reisde ze er spoorslags heen. Ze sprak het orkest toe - en liet de stemming kantelen in haar voordeel.


Daags na haar welkomstconcert in São Paulo verklaart de regente titular dat de stad voelt als een bruisbad. 'Alles hier draait om kansen. De stemming is optimistisch en positief, men omhelst de kunsten. Vergelijk dat eens met Europa en Noord-Amerika, waar de discussie alleen nog maar gaat over bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen.'


Geluk

Op een real wordt bij haar nieuwe werkgever inderdaad niet gekeken. In de Sala São Paulo houdt men 115 orkestmusici, een 53-koppig koor en een complete seizoensprogrammering op de been met een jaarbudget van 45 miljoen dollar (ongeveer 37 miljoen euro). Europese collega's likken bij zo'n budget hun vingers af.


Om de wereld getuige te laten zijn van het nieuwe geluk, hebben Osesp en Alsop meteen een tournee gepland. Die voert deze zomer via Duitsland en Italië naar Londen en Amsterdam, waar het orkest zondag voor het eerst in z'n 58-jarige bestaan plaatsneemt in de Grote Zaal van het Concertgebouw.


Die locatie werd eind juni nog opgevrolijkt door een andere Zuid-Amerikaanse club: het jeugdige Simón Bolívar Symphony Orchestra uit Venezuela, aangevoerd door de charismatische sterdirigent Gustavo Dudamel. Waarmee het vermoeden zich opdringt dat er iets broeit op het continent dat we in muzikaal opzicht toch vooral kennen van tango en bossanova.


Celso Antunes zal het niet ontkennen. Maar waar Alsop, de nieuwe cheffin, de indrukken gretig in zich opzuigt, bekijkt Antunes, 52 jaar geleden geboren in São Paulo, het muziekleven met ervarener ogen. Zo ervaren, dat hij er niet over piekert om Keulen als vaste woonplaats te verlaten.


'Het orkest van São Paulo', zegt hij, 'vormt een oase in de volstrekte chaos. Om maar een detail te noemen: dat we nu al werken aan het seizoen 2015/2016 is voor Europese begrippen doodnormaal, maar voor Brazilië revolutionair.'


Met een gruwelgezicht verwijst Antunes naar de praktijk bij het Theatro Municipal. Lang geleden bracht daar de befaamde tenor Enrico Caruso de rijke koffiebaronnen van São Paulo in extase, tegenwoordig heerst er verval. 'De musici die er werken, zijn radeloos. Een orkest, twee koren en een strijkkwartet: bij aanvang van het seizoen tasten ze over de programmering nog altijd in het duister.'


In São Paulo wordt geld verdiend als water, weet Antunes. Maar de nieuwe rijken sluizen het liever door naar de Kaaimaneilanden of een ander belastingparadijs. En waar publiek subsidiegeld vloeit, steken volgens hem weer andere Braziliaanse ondeugden de kop op. 'Luiheid en corruptie. Tegen die achtergrond is het een wonder hoe Osesp reilt en zeilt.'


Het orkest werd in 1954 opgericht door dirigent Eleazar de Carvalho, Antunes' leermeester die 24 jaar aan het roer stond. De professionalisering begon in 2005, toen het gezelschap opging in een stichting die manoeuvreert zonder inmenging van de voornaamste subsidiegever, de deelstaat São Paulo.


Dat het orkest in 1999 de verbouwde koffieveiling kon betrekken, dankte het mede aan de toenmalige dirigent, John Neschling. Dit verre familielid van componist Arnold Schönberg krikte het niveau danig op. Onder zijn leiding sleepte men zelfs cd-prijzen in de wacht, bijvoorbeeld met de verzamelde symfonieën van de Braziliaan Camargo Guarnieri, opgenomen in de zaal die ondanks z'n hoge kapitelen verrassend goed klinkt.


Sloppenwijk

Op klassiek gebied kent São Paulo hooguit één ander lichtpuntje: het Instituto Baccarelli. Net als het befaamde El Sistema in Venezuela verricht dat z'n werk op het onwaarschijnlijke snijvlak van sociale ellende en klassieke muziek.


Met de taxi vanuit het centrum ben je er in drie kwartier. Terwijl de torenflats vervagen, neemt de verslonzing toe. Daklozen vinden in parkjes en onder viaducten hun slaapplek, op en rond het afval van de stad.


Heliópolis luidt de zonnige naam van de sloppenwijk waar het Instituto Baccarelli vijftien jaar geleden neerstreek, opgericht door een Braziliaanse rijkaard die wél een verplichting voelde tegenover de gemeenschap. Tegenwoordig krijgen 1.300 kinderen gratis er muziekles.


Her en der staan koortjes te zingen: jonge beginners die spoedig doorstromen naar een instrument. Over tien, vijftien jaar hebben ze wellicht hun plek veroverd in Sinfônica Heliópolis, het semi-professionele jeugdorkest van het instituut. Dat bereidt zich in de repetitieruimte voor op een concert in de Sala São Paulo. Tijdens de generale leidt Isaac Karabtchevsky de jongelui door Bartóks Concert voor orkest, ook voor beroepsmusici een stevige kluif.


Het Instituto, zegt de 73-jarige artistiek leider, draait vooral om het sociale aspect. 'Wij leren kinderen hoe je kunt samenwerken. Een symfonieorkest is nu eenmaal de beste metafoor voor een beschaving. En de 500 dollar per maand die ze hier als orkestlid en docent kunnen verdienen, vormt in menig gezin het hoofdinkomen. Zo houden we ze uit de buurt van drugs en criminaliteit.'


Maar natuurlijk worden talenten gekoesterd, zegt Karabtchevsky met een blik op de eerste hoorniste - 'pas 15 jaar, maar supergoed'. Volgens hem verbeeldt het meisje wat Brazilië aan de klassieke muziek zou kunnen schenken. 'Jeugd en enthousiasme, coração. Wij durven ons hart nog te laten spreken.'


'Klopt', zegt Marin Alsop in haar hotel om de hoek van de Avenida Paulista, São Paulo's breedste en blinkendste allee. 'Iedereen hier is bereid om z'n geestdrift ongegeneerd te tonen. Neem alleen al de sierlijke armzwaai waarmee mijn contrabassisten hun pizzicato's tokkelen. Zo'n gebaar ga ik er toch niet uit slaan?'


In haar nieuwe orkest hoort ze het karakter van de stad: daadkracht, maar met een scherp randje. Bij het openingsconcert in de Sala blijkt het allerscherpste randje te zitten bij de hoornisten, die niet altijd even trefzeker de finish halen van Sjostakovitsj' Vijfde symfonie.


'Orkestdiscipline staat inderdaad hoog op mijn agenda', zegt Alsop. 'Verder heb ik gemerkt dat niemand deze musici nog op sleeptouw heeft genomen in de stilistische verschillen tussen pakweg de 18de-eeuwer Mozart en de 20ste-eeuwer Prokofjev.'


Het publiek, een paar tinten minder grijs dan in Europa, vormt in de pauze een lange rij voor de kassa van de inpandige cd- en boekwinkel. Bach en Beethoven zijn ruim op voorraad, maar uit een goedgevulde hoek met Braziliana spreekt ook nationale trots.


Alsop heeft er al rondgesnuffeld. 'Eerlijk gezegd verkeerde ik nog niet op intieme voet met het werk van Braziliës nationale held, Heitor Villa-Lobos. Die lacune kan ik hier opvullen.'


De Braziliaanse kant van het repertoire laat Celso Antunes graag over aan Marin Alsop. Bij hem stroomt de energie juist omgekeerd. De man die in het Concertgebouw heeft meegewerkt aan menig wereldpremière, wil zijn landgenoten bekendmaken met de muziek van Europese modernisten als György Ligeti en Pierre Boulez. 'Geloof het of niet, die worden in Brazilië nog amper gespeeld. Met de slagkracht van Osesp moet het mogelijk zijn om het publiek voor hedendaags repertoire te vergroten.'


De ambitie brandt bij het orkest dat zichzelf ziet als het beste van Zuid-Amerika. Marin Alsop: 'Mijn musici staan te trappelen om de internationale podia te bestijgen. Ze willen eindelijk serieus genomen worden.'


Robeco Zomerconcerten: werken van Guarnieri, Dvorák en Tsjaikovski door het Orchestra Sinfônica do Estado de São Paulo o.l.v. Marin Alsop, m.m.v. Antonio Meneses (cello). Amsterdam, Concertgebouw, 19/8.


Opkomende continenten

In Europa kent klassieke muziek nog maar één refrein: bezuiniging en vergrijzing. In andere werelddelen krijgt de kunstvorm juist een steeds groter en vooral ook jonger publiek. Toen de Berliner Philharmoniker en chef-dirigent Simon Rattle in 2005 Zuid-Korea bezochten, wisten ze niet wat hun in Seoul overkwam. Op het plein voor de concertzaal stond een uitzinnige menigte te juichen. En sinds het optreden van dirigent Gustavo Dudamel en zijn Venezolaanse orkest, afgelopen juni in het Holland Festival, weten we dat ook Zuid-Amerika behoort tot de opkomende continenten in de klassieke muziek. Hoe Brazilië ervoor staat blijkt zondag in het Concertgebouw, wanneer het symfonieorkest uit São Paulo in Nederland debuteert.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden