Bruine koeien en gele flats in Batoemi

Sinds dit jaar reikt de Europese Unie voor het eerst tot aan de Zwarte Zee. Roemenië en Bulgarije zijn lid, andere Zwarte Zee-landen hopen het te worden....

Armlastige, naar drank walmende mannen liggen op het gras van nieuwe parken met verlichte palmen en astronomisch bemeten fonteinen. Kromgegroeide, in lompen gehulde vrouwtjes met strohoeden schuifelen over kiezelstranden om nootjes te slijten aan zonnebadend jong volk. Spiegelende nieuwbouw rijst op naast elegante, doch zwaar vervallen Griekse huizen in stoffige straatjes. Bijna overal is het wegdek gebarsten. De geur van instortende klassieke bouwsels mengt zich met die van bedwelmende subtropische vegetatie.

Nergens aan de Zwarte Zee is de lucht zo zompig, broeierig en vreemd zoetig als in Batoemi, de tweede stad van Georgië. Nergens zijn contrasten zo extreem. Nergens leven zoveel mensen in armoede – al ondergaat de stad de laatste jaren een metamorfose.

‘Toen ik hier tien jaar geleden met mijn ouders kwam, was Batoemi stoffig, grijs, desolaat en nog armer dan Tbilisi’, vertelt Tamar Kheladze, een studente uit de Georgische hoofdstad met diepe donkerbruine ogen en lang golvend haar. ‘Toen ik Batoemi dit jaar terugzag, dacht ik dat ik niet meer in Georgië was. Overal zag ik nieuwe hotels, parken, palmen. Flats waren blauw, geel en rood geverfd – de stad is veel kleurrijker geworden.’

Batoemi’s facelift heeft Eteri Gorgiladze, een gerimpelde dame van 75 met een vaal blauw hoedje, niet minder bitter kunnen maken. ‘Waarom bouwen ze fonteinen als we niets te eten hebben? Ik krijg een pensioen van 39 lari (17 euro)! Mijn achterkleinzoon van vier vindt die fonteinen prachtig. Hij ziet niet dat ernaast mensen liggen dood te gaan.’

Batoemi: in de 19de eeuw was het een rijk kosmopolitisch stadje met bijna net zo veel bevolkingsgroepen als kerken, synagogen en moskeeën. In 1902 stichtte de piepjonge Georgische revolutionar Iosif Dzjoegasjvili ‘Stalin’ hier brand in een nest van ‘vuile kapitalisten’: de olieraffinaderij.

In de Sovjet-tijd kwamen toeristen ’s zomers van heinde en ver naar Batoemi om er op de stranden te bakken – al was de stad toen minder in trek dan het 250 kilometer noordelijker gelegen Sokoemi, waar de stranden mooier waren. Thans is Sokoemi de kapot geschoten ‘hoofdstad’ van het illegale staatje Abchazië, dat zich vijftien jaar geleden met Russische steun van Georgië afscheidde.

Wie Batoemi over land wil bereiken moet zich enige moeite getroosten. De weg door Abchazië is gevaarlijk. Je kunt wel in Batoemi komen via Turkije. Vroeger lag vlakbij de stad het prikkeldraad tussen de Sovjet-Unie en de kapitalistische wereld. Nu maken botte, bezwete douaniers grensgangers er vele uren het leven zuur.

Wie deze heren heeft overleefd, wordt in Georgië meteen getrakteerd op lome bruine koeien die zich aan gemotoriseerd verkeer niets gelegen laten liggen. Bij binnenkomst in Batoemi doemt aan zee ineens een oer-Hollands bouwsel op dat luistert naar de naam ‘Restaurant Texel’. Het blijkt opgericht door een steenrijke Georgische zakentycoon die gek is op Nederland. Sandra Roelofs, de Georgische presidentsvrouw, heeft er al met haar ouders gegeten.

Sandra Roelofs: wie zijn Nederlandse identiteit in de stoffige straatjes van Batoemi onthult, wordt bedolven onder ‘speciale verzoeken’ voor de Zeeuwse first lady. Nana Dumbadze, een lange, broodmagere schoonheidsspecialiste, smeekt om Roelofs te vertellen dat de gemeente Batoemi haar salon wil afpakken. Die is gevestigd op de muffe benedenverdieping van een 19de-eeuws pand vol barsten. Aan een tafel in dezelfde salon runt Nana’s zus haar vertaalbureau. De gemeente Batoemi kan voor het pand geld krijgen van een ‘Kazachse maffiabaas’.

De bejaarde Eteri Gorgiladze zou graag met Sandra Roelofs praten over de ellendige situatie van de Georgische oudjes en over de oprukkende wansmaak. ‘Ik bewonder Sandra omdat zij zich niet zo vulgair kleedt als jonge Georgische vrouwen.’ Gorgiladzes dochters en kleindochters kunnen er ook wat van. Vijf van hen wonen bij grootmoeder in – in drie kamertjes op vijf hoog in communistisch beton. Hun gele topjes en roze minirokken worden zonder hoogtevrees opgehangen aan een waslijn die naar de vijfde verdieping van de tegenoverliggende betonnen flat loopt. Een specialiteit van Batoemi, die waslijnen tussen de flats.

Onder de waslijnen voeren wijn drinkende mannen met stevige, ontblote buiken politieke discussies. Over één ding zijn ze het meestal eens: onder Roelofs’ echtgenoot Michail Saakasjvili gaat het toch beter dan in de jaren negentig, toen het 1,65 meter lange potentaatje Aslan Abasjidze het zuid-westen van Georgië autoritair bestuurde. Armoede en corruptie namen ongekende proporties aan.

‘Het was zo erg dat als een schip de haven wilde binnenvaren, er eerst naar Abasjidze moest worden gebeld’, vertelt Zia Khaidarov, een fris gekapte student van de maritieme academie. Hij is een echte multi-etnische Batoemiër: een kwart joods, een kwart Turks, een kwart Georgisch, een kwart Oekraïens. ‘Ik kan naar Israël emigreren. Vorig jaar heb ik daar deelgenomen aan een introductieprogramma: “Ben je jood, ontdek dan wat van jou is”. Maar ik twijfel. Ik houd van Batoemi. Ik haat het ook. Ze verven nu de flats. Maar achter die nieuwe façade blijven alle slechte oude dingen bestaan.’

Fotini Sismanitis blijft, wat er ook gebeurt, in Batoemi. Zij is een gezette, in het zwart gehulde dame van in de zestig, een schaarse overgeblevene van de groep die ooit de grootste van Batoemi was: de Grieken. ‘Bijna al mijn familie is tijdens de extreme armoede van de jaren negentig naar Griekenland geëmigreerd’, vertelt zij ietwat weemoedig in haar minuscule flat.

‘Ik had ook een zus in Sokoemi. Die is tijdens de burgeroorlog in Abchazië naar Athene geëvacueerd met een schip van de Griekse marine. Hier was ze dokter, daar werkt ze als schoonmaakster. De Grieken in Griekenland zijn kil en kijken op ons neer. De warmte, die heerlijke lucht, dat gevoel dat we allemaal een grote familie zijn – dat vind je alleen in Batoemi. Ik vergeef de stad al haar slechte dingen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden