Brood

De mooiste brieven bewaar ik.

a, ook ik ontvang lezerspost. Niet zo vaak als Elvis, dat geef ik toe, van The King bezit ik een foto waarop hij ondersteboven op een tweezitter de oogst van de dag ligt door te nemen, naast hem een mansgrote zak van de U.S. Mail waaruit honderden geurige liefdesbrieven glijden.


Maar soms dus wel. En ik ben er altijd blij mee, wat me eigenlijk wel verbaast. Zelf vond ik het namelijk nooit een goed idee, een brief schrijven aan een schrijver, van kleins af aan al niet. Ik herinner me dat ik op mijn 11de onder de douche een gloedvolle brief aan Thea Beckman stond te verzinnen, ik had net Kruistocht in Spijkerbroek gelezen. Maar toen ik aangekleed achter mijn bureautje zat, kwam er niks. Waarom niet? Ik geloof dat ik het plotseling een pathetische daad vond, een emotie die me voor het eerst overviel en die te omschrijven valt als schaamte voor andermans schaamte om jou. Zoiets.


Maar wat ook kan is dat ik me Thea Beckman gewoon niet kon voorstellen, ondersteboven op een bankstel, tussen de brieven van jongetjes zoals ik.


Wat maakt een brief mooi? De stijl.


Een hele fraaie kreeg ik van Jan Ypinga, een mij onbekende correspondent. De pastichegroene envelop waarin zijn epistel zat kondigde klasse aan, het was zo'n liggend exemplaar waarin de brief in drieën gevouwen verdwijnt, een precisieklusje dat bij mij altijd mislukt. Zo niet bij Ypinga. Zijn brief kwam eruit als een Urker boertje op zondag, de vouwen messcherp, het kanariegele papier geschept en gemarmerd. Wat hij me mede te delen had, leek getypt op een gejatte Remington van Willem Frederik Hermans.


Ik las:


'Peter Buwalda & 'De Bezige Bij': ranzige boter op beschimmeld brood. Duidelijk zo, onwaardige? Getekend, Jan Ypinga'


Ik was er meteen verguld mee. Eindelijk, een geletterde hooligan. Ik dacht dat die alleen bestonden in de boeken van Philip Roth, waar de brieven aangeheven worden met 'vuile kankerjood'. Bij Roth is het zelfs een motief, of een thema, of hoe noem je zowat: de halve gare fanaat die zich in het leven van de schrijver wurmt, eerst nog onder een korstje van belezenheid, maar al snel obsessief en agressief. Denk aan de onvergetelijke Alvin Pepler uit Zuckerman Unbound. Maar ik denk nu ineens ook aan mijn eigen Boekenscheurder! Misschien weet u dat, de kerel die ooit zestig exemplaren van Bonita Avenue vernielde in Utrecht, Zaltbommel en Leiden. Ook deze meneer bediende zich later, toen hij spijt had, van een typemachine. Maar wel anoniem.


Gelukkig is Ypinga niet zo.


Wat zijn brief onder meer zo prettig maakt, is dat hij zich niet verlaagt tot gescheld, zoals de penvriendjes van Nathan Zuckerman. Boter, brood en de tand des tijds, het is de taal die hier het werk doet, het zijn de metaforen.


Ook fraai is hoe hij afscheid neemt: zijn 'duidelijk zo, onwaardige?' geeft het geheel op de valreep een Bijbels smaakje. De goede verstaander, en zo durf ik mezelf best te noemen, begrijpt onmiddellijk dat de briefschrijver het niet over manna heeft. Laat staan over 'het brood dat leven is'. Het is echt een hele goeie brief, vind ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden