Brons genoegen

Een tentoonstelling, slechts gewijd aan brons, over een periode van 5.000 jaar, met werken van over de hele wereld - zo'n wijds perspectief, kan dat wel? Ja dat kan heel goed, bewijst de Royal Academy in Londen.

Wat heeft een 15de-eeuwse Tibetaanse boeddhameester gemeen met een 13de-eeuwse, bijna naakte dame uit het Nigeriaanse Ife? In Londen is het antwoord: het gezelschap van Willem de Kooning. Nou ja, zijn Clam Digger uit 1972. Verdedigbaar het mooiste beeldje van de Nederlands-Amerikaanse schilder, toen hij een uitstapje naar sculptuur maakte. In al zijn ambachtelijkheid staat de mosselvisser 8 nuchter tussen de twee oude spirituele beelden uit Afrika en China. Een afgietsel van wat De Kooning met zijn grove, haast agressieve handbewegingen abrupt lijkt te hebben achtergelaten in zijn atelier. Klaar, basta, zo is-ie mooi. Een glanzende bronsafdruk van een homp klei die iedereen, ook de Chinees en de Nigeriaan uit de Middeleeuwen, kan herkennen als een mensfiguur.


De twee beeldjes uit Tibet en Nigeria hebben nog iets gemeen: hun houding. Precies gespiegeld zitten ze, één knie opgetrokken, één in een yogahouding liggend. Zo ver weg van elkaar ontstaan, uit compleet verschillende spirituele ideeën, en toch zo'n relaxte, evidente overeenkomst dat ze zich met het grootste gemak samen presenteren. Er ontstaat met de mosselvisser in het midden een prachtige driehoek in de eerste zaal van de gigantische tentoonstelling Bronze in de Royal Academy in Londen. Die driehoek wordt aan beide zijden gesteund met meer dan mensgrote staande mannen: Rodins L'Age d'airain 7 uit 1877, een sensueel naakte man - hij staat een beetje alsof hij hangt, zoals ook de marmeren slaven van Michelangelo - en aan de andere kant Lorenzo Ghiberti's enorme San Stefano, een beeld dat hij voor de kerk Orsanmichele in Florence maakte in 1425.


Duizelt het u al? Mij wel, toen ik voor deze vijf beelden stond. En dat was nog maar één zaal, zelfs één wand - de Mercurius van Giambologna, de boogschutter uit Benin, de Giacometti, het Etruskische votiefbeeld dat op een Giacometti lijkt 4, het Sardijnse stamhoofd uit de Bronstijd 1 en de Romeinse Lucius Maximus uit Herculaneum elders in de zaal zal ik u besparen, al zijn ze stuk voor stuk het beste in hun tijd, genre en plaats.


Brons: één techniek, 5.000 jaar, alle uithoeken van de wereld. Hoe kan in hemelsnaam een tentoonstelling met zo'n weids perspectief in een paar uur tijd in het hoofd van een museumbezoeker worden gegoten? De Royal Academy is een project aangegaan dat zonder twijfel een van de meest ambitieuze tentoonstellingen heeft opgeleverd die ooit zijn gemaakt. De diversiteit is duizelingwekkend, de kwaliteit niet minder. De wereld samengevat in 158 van de beste werken ooit in brons gegoten. 158 glanzende afdrukken van het menselijk denken uit alle tijden en plaatsen.


De verwachtingen waren juist daarom bij mij niet hoog. Giambologna en De Kooning samenzetten in een tentoonstelling omdat ze allebei van brons zijn? Dat is toch net zoiets als Charlie Parker en Janis Joplin in een radioprogramma draaien omdat ze beide op vinyl zijn uitgebracht. Brons is een van de belangrijke media van kunst, naast marmer en olieverf en nog een paar kleinere dragers. Hoe kan die materiaalovereenkomst genoeg zijn om zulke diversiteit te verenigen? Dit kon bijna niet anders dan een hysterische postmoderne tentoonstelling opleveren, een botsing der beschavingen die in elk geval op geen manier recht doet aan de afzonderlijke werken - veel gekozen voorwerpen verdienen immers op zich een tentoonstellingsbezoek aan aandacht. Een schools college per continent zou het vast worden, of een eindeloos historisch overzicht.


Maar zoals er auteurs zijn die de wereld bijeen kunnen vegen in een boek zonder zich te verliezen in de veelheid - Bill Brysons A Short History Of Nearly Everything vanzelfsprekend, of Ernst Gombrichs ongeëvenaarde Eine kurze Weltgeschichte für junge Leser (pas in 2006 vertaald: Een kleine geschiedenis van de wereld) - zo blijkt ook in een tentoonstelling 5.000 jaar menselijk handelen bevatbaar te kunnen worden gemaakt.


Een strak concept is wat daarvoor nodig was, en een groot talent voor plaatsing, zodat er door de ruimtes heen voortdurend visuele gelijkenissen te vinden zijn. Het wordt bijna een speurtocht, na een tijdje kijken.


Voor dat concept is het museum zo slim geweest om geografie en chronologie volledig los te laten. Een riskante keuze, want alle bekende handvatten vallen ermee weg. Als je niets weet van de Shangdynastie, de Duitse Renaissance of de Mesopotamische beschavingen in de bronstijd, heb je een beetje pech, inderdaad. Je krijgt werk voorgeschoteld zonder context, naast ander werk zonder context. Maar omdat er maar heel weinig mensen zijn die én verstand hebben van de Duitse Renaissance én van de Shangdynastie of de Mesopotamische beschavingen, besloot het museum wijselijk te leunen op andere eigenschappen van de kunstwerken en objecten: de vorm en het materiaal. Waarmee een tentoonstelling die vreselijk pretentieus en intellectueel dreigde te worden, juist alle nadruk legt op vorm en ambacht. Daar kan iedereen wat mee.


De zalen zijn ingedeeld in thema's: figuren, dieren, objecten, goden, reliëfs. Met onderthema's als hoofden en groepen. De vele dwarsverbanden maken een bezoek aan de tentoonstelling tot een mentale dans door de geschiedenis, alsof je in een ruimte aan een lang elastiek zit. Bij elk object beland je diep in een verhaal, om steeds weer te worden teruggetrokken door het heldere, simpele overkoepelende thema.


Dat Picasso twee speelgoedautotjes van zijn zoontje Claude pakte bijvoorbeeld, in 1951, om te gebruiken voor zijn Baviaan met jong 3. Toen hij ze zag, vond hij ze op het hoofd van een aap lijken. Gewone, 'gevonden' materialen kregen een plaats in de beeldhouwkunst en met hen en Picasso kreeg de bronssculptuur een nieuwe speelsheid cadeau. Een heerlijke aap, met zijn losse onderdelen eigenlijk te min voor het chique materiaal waarin het werd gegoten. De aap deelt de ruimte met andere dieren die weinig minder dan een glimlach oproepen, zeker gezien de wat zwaardere lading die veel werken in de andere zalen hebben. Louise Bourgeois' Spider IV (1996), een voorloper van haar gigantische Maman, loopt tegen de muur en vindt een voorafschaduwing in een grote, rechtop zittende bidsprinkhaan van Germaine Richier uit 1946, terwijl daartegenover een log Italiaans barokzwijn zijn edele achterste op de grond heeft gekwakt.


In een andere dierenzaal is er een centraal podium gebouwd voor een van de intrigerendste klassieke dieren: de Chimaera van Arezzo, een Etruskische mix uit 400 voor Christus tussen een leeuw, een slang en een geit, die bovendien in gevecht zijn met elkaar, wat tot een getergde uitdrukking van de (helaas nu tandeloze) leeuw leidt en echte bronzen bloeddruppels. Het krachtige dier werd een inspiratiebron voor veel maniëristische kunstenaars, nadat het op 15 november 1553 werd opgegraven rond Arezzo. De chimaera heeft een ereplaats, maar zou zelf onder de indruk zijn van zijn gezelschap: onder meer een heilige koe uit India en een enorme wijnvaas in de vorm van een olifant uit China, beide uit de 12de eeuw, maar de eerste na en de tweede vóór Christus.


Een waanzinnig visueel pingpongspel vindt ook plaats in de figurenzaal, waar Ghiberti's eerder genoemde San Stefano recht in de ogen kijkt van Lucius Maximus en op gelijke hoogte staat met een 19de-eeuwse versie van Cellini's Perseus, die met de cool van onderdrukte triomf Medusa's hoofd omhoog houdt (het originele, onvervoerbare beeld staat in de Loggia dei Lanzi in Florence, aan de Piazza Signoria) en een groep wijzen uit Florence waaraan volgens Giorgio Vasari Leonardo Da Vinci zelf nog heeft gewerkt. Het is misschien wel de eerste echte conversation piecein brons, deze drie heren die in minieme gebaren duidelijk maken dat ze naar elkaar luisteren.


Dat alles veel meer dan levensgroot, zodat het gesprek tussen de machtige mannen ver over de hoofden van een heel ander, lager gelegen schouwspel plaatsvindt, waarbinnen zes serene 'weners' uit het Amsterdamse Rijksmuseum de middenvelders zijn.


Het materiaal van deze tentoonstelling is zo soepel dat verrassingen blijven komen. Zo zie je na alle variaties van donker en soms groen uitgeslagen brons ineens een gestileerd vogeltje Maiastra van Brancusi 10, je tegemoet glimmen als een gouden ster.


Brons kan makkelijk je oog bedriegen, door de variaties in het mengmateriaal - brons is een verzamelnaam voor een kopermix, meestal met tin, zie inzet - en door de vele manieren waarop het bewerkt kan worden. In een van de laatste zalen ligt tegenover een Middeleeuwse Sanctuary Ring (een leeuw met een ring in zijn bek, als klopper voor de achterdeur van Engelse kathedralen, waar criminelen terecht konden als zij berouw hadden, 6 op een andere ring een klassieke Wilson-basketbal te rusten 2. Je vergist je makkelijk in het brons, dat glimt als het donkere leer van de klassieke bal. Een goede vondst van Jeff Koons in 1985: ook voor een hedendaags stilleven bleek er plaats in het domein van mogelijkheden van brons.


Dat brons een materiaal is dat steeds weer wordt ontdekt, wordt in de entree al duidelijk, lang voordat je als toeschouwer de veelheid op je af ziet komen. In een eerste introductiezaal staat, alleen, een zwierig dansende satyr uit de 5de eeuw voor Christus 5. Hij vliegt bijna. Zijn armen en benen bestaan nog slechts uit de helft, als de enorme sculptuur van Marc Quinn bij de opening van de Paralympics afgelopen zomer. Maar die helft is genoeg om te zien wat een fenomenale lichte draai zijn lichaam maakt. Zijn haren wapperen achter hem aan, zijn hoofd in zijn nek, dat gespierde lijf soepel alsof ie zo van de Olympus zweeft. Het beeld werd gevonden in 1998 in de zee bij Calabrië. De grote Griekse beeldhouwer van de oudheid, Praxiteles, heeft het volgens kenners zelf gemaakt.


Grote kunstwerken worden nog altijd uit de bescherming van het zeewater opgediept, zoals in de 15de eeuw de Italianen de oude beelden in de grond herontdekten. Terwijl vele bronzen beelden uit de oudheid en latere eeuwen verloren gaan op land, omdat de mens bepaald niet de meest zorgvuldige behoeder is, is de diepte van het zeewater een stevige kluis gebleken. De zee is, bleek de laatste decennia, de nieuwe archeologische goudmijn, waar wellicht nog veel meer klassieke bronzen zich schuilhouden.


Het is met brons daardoor een beetje alsof de Renaissance nog altijd voortduurt: de 'wedergeboorte' blijft gaande. Beelden uit de oudheid worden nog altijd herontdekt, wat steeds weer nieuwe inzichten en nieuwe inspiratie voor nieuwe kunstenaars oplevert.


Bronze. T/m 9 december in de Royal Academy of Arts, Burlington House, Piccadilly, Londen. Entree 14 pond. royalacademy.org.uk


De oudste objecten in de tentoonstelling zijn ook de oudste bronzen die bekend zijn: vijf voorwerpen (drie zijn hiernaast te zien), die tezamen met 411 andere voorwerpen in 1961 werden gevonden in Nahal Mishmar, de woestijn van Judea, bij de Dode Zee. Ze komen uit 3700 v.Chr., ver voor de Bronstijd, die ongeveer duurde van 2000-800 v.Chr. Ze zijn gemaakt in verloren-wastechniek (zie inzet pag.4). Wat precies hun functie was, is niet duidelijk, wel dat het niet alléén gebruikvoorwerpen zijn: de dierlijke versieringen maken het tot heel vroege kunstwerken.


1 Capotribú (stamhoofd), Sardinië, 8ste-4de eeuw v. Chr.

2 Jeff Koons, Basketball, VS, 1985

3 Picasso, Baviaan, Frankrijk, 1951

4 Votiefbeeld, Etruskisch, Italië, 2de eeuw v.Chr.

5 Dansende satyr, Grieks, 4de eeuw v.Chr. (gevonden in 1998)

6 Sanctuary Ring, Engeland, 1170-80

7 Rodin, L'Age d'airain, Frankrijk, 1877

8 Willem de Kooning, Clam Digger, VS, 1972

9 Barthélemy Prieur, Acrobaat die handstand uitvoert, Frankrijk, 1600-30

10Constantin Brancusi, Maiastra, Frankrijk, 1911

11Hoofd met kroon, Nigeria (Ife), 14de/vroege 15de eeuw

Huilen bij het graf


Het Rijksmuseum leende deze drie 'weners' aan de tentoonstelling, gemaakt voor het graf van Isabella de Bourbon, rond 1475. Ze hebben de beeldenstorm nét overleefd, hun veertien collega-weners gingen verloren. De maker, Jan Borman, houwde de intieme beeldjes uit hout, waarna ze in brons werden gegoten. De weners dragen modieuze kleding uit de Middeleeuwen; ze zijn voorouders van Isabella.


Brons bestaat niet uit één materiaal, het is een mengvorm van koper en tin, en soms lood of zink (met zink is de naam officieel messing). Een bronsbeeld is meestal ook niet door één persoon vervaardigd. Het is een intensief proces van het produceren en transformeren van materiaal.


Brons' bron

Van het idee van de kunstenaar dat hij in klei of hout uitwerkt, via het maken van een model in was en een gipsen mal, tot het smelten, mengen, gieten, harden en polijsten. Daarvoor zijn vaak meerdere deskundigen nodig. In tegenstelling tot marmer, waarvoor één kunstenaar, een beitel en een blok steen volstaat.

Er zijn grofweg twee manieren om bronzen te maken: een directe en een indirecte 'verloren wastechniek'. In beide gevallen wordt was gebruikt die in een mal wegsmelt, waarna die ruimte wordt gevuld met het vloeibare brons. Bij de directe methode wordt de mal vernietigd, bij de indirecte blijft de mal intact, waardoor het beeld kan worden gereproduceerd.

Brons is duur, vanwege het materiaal en het maakproces. Kunstenaar Benvenuto Cellini klaagde dat er voor zijn gigantische Perseus niet genoeg materiaal te vinden was; hij moest de bladen van zijn tafels omsmelten om het beeld te kunnen maken. Maar hij koos bewust voor brons, vanwege de vergelijking met menselijk bloed; het gesmolten metaal in de mal gieten, was voor de kunstenaar als het doen stromen van bloed om een mens tot leven te brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden