Broertje & Dood

Bij wijze van inleiding: ik hoor het wel eens van kennissen die het weer van kennissen hebben. 'Die stukjes van jou', zeggen de kennissen, die niet zozeer hun eigen mening geven als wel overbrengen wat hun zo ter ore komt, 'die gaan altijd over minderheden....

STEPHAN SANDERS

Vervolgens vinden die kennissen dat ik het me vooral niet persoonlijk moet aantrekken, want nogmaals zij zien de dingen heel wat genuanceerder. Maar heb ik zelf nooit het idee dat mijn onderwerpkeuze wat beperkt is, terwijl er toch zoveel andere zaken zijn die om commentaar vragen. (Andere zaken: op de een of andere manier worden daar altijd de interne machtsverhoudingen bij de PvdA mee bedoeld. Wie in Nederland serieus genomen wil worden, dient zich op gezette tijden bezig te houden met de verborgen en onuitgesproken agenda van Thijs Wöltgens. Alleen dan kan men aanspraak maken op het predikaat 'homo universalis'.)

Het zou mooi zijn als ik kon melden dat ik me niets aantrok van die kritiek, die naam- en gezichtsloos is en nooit een afzender kent. Maar dat doe ik wel, want reputaties worden gemaakt en gebroken bij de gratie van onzichtbare meerderheden die een gonzend geluid voortbrengen achter je rug. Ik zou kunnen zeggen dat mijn stukjes niet over homoseksualiteit gaan, net zo min als Carmiggelt over heteroseksualiteit schreef. Of dat sommige mensen nu eenmaal gekleurd zijn, net zo toevallig als Wöltgens dat niet is. Probleem is alleen dat elke vorm van verdediging bij voorbaat zinloos is. Want de criticasters willen geen weerwoord horen, maar simpelweg hun gelijk halen, en dat gelijk bestaat hieruit: er zijn mensen die recht hebben op verborgen en onuitgesproken agenda's, waarvan het de moeite loont die uit te pluizen. Daartoe behoren de zogenaamde minderheden in ieder geval niet. (Zou iemand serieus geloven dat je met die ziekte wordt geboren?)

Deze mensen maken niet nieuwsgierig, maar nerveus: een zijdelingse verwijzing, eens in de vier, vijf maanden is meer dan voldoende. Anders wordt het al snel meer van hetzelfde, en hetzelfde is alleen maar leuk als het ook echt hetzelfde is, dat wil zeggen min of meer Wöltgens-achtig.

Daarom, bij wijze van waarschuwing: wat volgt is een saai en buitengewoon voorspelbaar stukje, al was het maar omdat de PvdA er hoegenaamd geen rol in speelt.

Precies een week geleden werd de acteur, rapzanger en verkrachter Tupac Shakur neergeschoten in Las Vegas, vlak nadat hij de bokswedstrijd tussen Mike Tyson en Bruce Seldon had bezocht. Zelden liet de geschiedenis van Amerikaanse zwarten zich zo cynisch samenvatten als op dat verlate uur, toen vanuit een Cadillac vier schoten werden gelost op de auto waarin Shakur en zijn manager nog nagenoten van de overwinning van Tyson, die niet alleen zwart was, net als zijzelf, maar ook een veroordeelde verkrachter. Zoiets smeedt een band, en die band laat zich onder woorden brengen: Tyson is een 'brother', Shakur was een 'brother'.

Het ene broertje won glansrijk, met achteloze stoten alsof zijn tegenstander niet meer was dan een bokszak, die daar voor trainingsdoeleinden was opgehangen; het andere broertje ging dood, en dat deed hij gelukkig niet op zo'n flauwe, blanke manier, met dokters om zich heen die hun stethoscoop in de aanslag hielden, maar streetwise: brekend glas, bloed op de bekleding van de BMW (ik wed wit leer, voor het contrast), hoofd op het stuur, begraven in de airbag, die dit keer dienst deed als doodskussen.

Shakur behoorde tot de zogeheten 'gangsta rappers', zwarte jongens die bewijzen dat ze man zijn door nu eens hun geweer te voorschijn te halen, dan weer het lichaamsdeel waarmee ze net zo hard kunnen vuren; het eerste wapen richten zij bij voorkeur op agenten en andere broeders, het tweede op vrouwen, die in de wandelgangen vol graffiti 'bitches' heten.

Bitches zijn wezens met drie gaten. Ze zien er doorzeefd uit, als broeders na een gewapende overval: kont, kut, mond. Uit een van de drie komt soms bloed, en dat is vervelend want dan kan je er niets instoppen.

In dit fluweelzachte universum had Shakur de naam nogal van wanten te weten: in 1993 werd hij gearresteerd op verdenking van het neerschieten van twee agenten. Niet veroordeeld. Datzelfde jaar bracht een van Shakurs fans diens wijze lessen in praktijk. Drie doden, wel veroordeeld. Het is niet onwaarschijnlijk dat de moordenaars die vanuit de Cadillac vuurden, op een wat ongelukkige wijze adhesie wilden betuigen aan de zanger.

Begin 1994 moet Shakur het lied hebben opgenomen waarvan popcritici beweerden dat het een ommekeer betekende in het leven van de gewelddadige rapper. De titel luidde: Why do we rape our woman? De vraag moet retorisch bedoeld zijn geweest, want rond die tijd werd Shakur veroordeeld wegens verkrachting van een twintigjarige vrouw; hij verdween achter tralies, net als Tyson, maar beiden werden vervroegd vrijgelaten en zouden nog meer roem, geld en aanzien verwerven na deze kortstondige episode, waarin ze vooral bewakers zagen en geen bitches.

Voorlopige conclusie: zwarte mannen die het willen maken, kunnen maar het best gewelddadig leven. Doen ze dat niet, dan lopen ze de kans voor mietjes versleten te worden, of anders wel voor brave, geassimileerde huisnegers (in Nederland door Henk Spaan ook wel huis-allochtonen genoemd).

Deze laatste categorie is zo verwend, dat ze weigert op de stoeptegels te sterven. Dat is kinderachtig, en bovendien erg onmannelijk. Omdat zwarte mannen in Amerika als de dood zijn op Bill Crosby te lijken, gaan zij liever dood. Wat dat aangaat, zijn de mogelijkheden in dit land tamelijk begrensd.

Nu even terug naar vijfentwintig jaar geleden: Shakur was al wel geconcipieerd, maar nog niet geboren. Zijn moeder, Afeni Shakur, was hoogzwanger van hem, maar wilde desondanks haar werkzaamheden voor de Black Panthers niet opgeven. Ook die groep schrok niet terug voor geweld, al waren de leden nog niet zo ver dat zij hun geweer beschouwden als een grappig instrument waarmee ze hun hobby konden uitleven. Een golfstick, zogezegd, voor de verloren uurtjes.

Men sprak nog van zelfverdediging en geloofde niet dat blank Amerika minder racistisch zou worden als zwarten maar veel zwarten zouden vermoorden. Onvoorstelbare, idyllische tijd, waarmee later korte metten zou worden gemaakt.

Hoe het ook zij, toen Shakur ter wereld kwam, werd zijn moeder vastgehouden op verdenking van een bomaanslag. De jongen werd met de helm op geboren en zou die in zijn latere leven niet meer afzetten. In die zin zijn Shakur en Tyson de rechtmatige erfgenamen van het revolutionaire optimisme waarin zwart Amerika 25 jaar geleden nog geloofde. De nakomelingen hebben zich inmiddels bevrijd van de politieke boodschap en het idealistische overgewicht, dat hen alleen maar hinderde: ze noemen zichzelf nu kortweg boksers en gangsters, en dat lijkt me een kernachtige omschrijving, veel korter laat die Werdegang zich niet typeren.

Op mij komt de wereld van Shakur nog steeds exotisch over, maar de twee zwarte vrienden die ik hier in Iowa City heb gemaakt, identificeren zich er moeiteloos mee. 'A brother has died', melden ze met droeve gezichten, en ze reageren verontwaardigd als ik van geen verwantschap wil weten.

Want alles goed en wel, maar Thijs Wöltgens staat mij honderd keer nader. Who? vragen ze. What color is he? En ik, braaf, Nederlands en tegelijkertijd half twijfelend: 'Dat doet er niet toe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden