Broers Taviani krijgen gouden beer

De belangrijkste prijs van de 62ste Berlinale ging naar Caesar must die. Maar ook Nederland viel in de prijzen: Bastiaan Koole en Sasha Polak

Caesar must die van de gebroeders Paolo (80) en Vittorio (82) Taviani heeft zaterdag de Gouden Beer voor de beste film gewonnen, de belangrijkste prijs van de 62ste Berlinale.


In de film - grotendeels in zwartwit - volgen de broers een aantal zware criminelen die zich tot begenadigde acteurs ontpoppen als zij in de Rebibbia-gevangenis in Rome een uitvoering voorbereiden van Shakespeares Julius Caesar. Hun levens en voorbereidingen worden in de film vermengd met Shakespeares verhaal en dat maakt het een prettige combinatie van documentaire en fictie. 'Dankzij de sublieme en eenvoudige woorden van Shakespeare, kwamen deze gevangenen voor enkele dagen weer tot leven', aldus Paolo Taviani, met de Gouden Beer in zijn hand. 'Ik zou dit graag aan hen opdragen.'


Caesar Must Die is de eerste film sinds vijf jaar van de tachtigers, die in de jaren zeventig doorbraken en vooral bekend zijn van hun Gouden Palm-winnaar Padre Padrone (1977), La notte di San Lorenzo (1982) en Kaos (1984). De film zal later te zien zijn in de Nederlandse bioscopen.


Een onterechte winnaar is het niet, maar het is wel een heel conventionele keuze van de internationale juryleden, onder wie Anton Corbijn, Jake Gyllenhaal, Charlotte Gainsbourg en de Gouden Beer-winnaar van vorig jaar, Asghar Farhadi. Uit het interessante, diverse programma hadden zij, onder leiding van regisseur Mike Leigh, net zo goed kunnen kiezen voor misschien niet helemaal foutloze, maar wel artistiek gewaagde of politieke films van aanstormend talent.


Toch kwamen die makers er niet allemaal bekaaid vanaf: zo won het uitgebeende sociaal-realistische drama Just the Wind de Grote Prijs van de Jury - de 'tweede prijs' van de Berlinale. De jonge Hongaarse regisseur Bence Fliegauf durft daarin een uiterst gevoelig sociaal-politiek probleem van zijn land aan te snijden: het racisme en geweld tegen Roma-zigeuners. Met de grote festivalfavoriet Barbara, een stil drama over een vrouwelijke arts (Nina Hoss) die wacht op haar kans de DDR te ontvluchten, won Christian Petzold de Zilveren Beer voor beste regisseur.


De Alfred Bauer Prijs voor 'innovatie' ging naar Tabu, een poëtisch liefdesverhaal ten tijde van het kolonialisme, die tegelijkertijd een ode is aan de vroege cinema. De Portugese regisseur Miguel Gomes zei dat hij van zijn prijs 'een beetje in de war' was: 'ik wilde een ouderwetse film maken.' Sister van Ursula Meier kreeg een 'speciale vermelding'.


Beste actrice werd het 15-jarige, voormalige straatkind Rachel Mwanza, die in War Witch een ontvoerd meisje speelt dat wordt opgeleid als kindsoldaat; de Zilveren Beer voor beste acteur ging naar Mikkel Boe Følsgaard, die als de labiele Deense koning Christiaan VII, half borderline patiënt is, en half manisch-depressief. Het knappe, maar zeker ook brave kostuumdrama over de verboden verhouding tussen de Deense koningin en de hofarts won ook de Zilveren Beer voor het beste script.


Ook Nederland viel dit jaar in de prijzen. Vooral regisseur Bastiaan Koole: met zijn jeugdfilm Kauwboy won hij zowel de prijs voor het beste debuut, als de 'Grand Prix of the Deutsches Kinderhilfswerk', de prijs van een internationale jury voor de beste film uit het jeugdprogramma van de Berlinale. Het is tevens een van de weinige geldprijzen die werden vergeven.


Verder won Sasha Polak met haar speelfilmdebuut Hemel eerder al de FIPRESCI Award, een prijs die wordt toegekend door de internationale filmpers.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden