Broer-van-Pim-zijn is een taak voor Marten

Marten Fortuyn heeft het druk met de-broer-zijn-van. Al wil hij iedereen laten geloven dat de familie rust wil, intussen zoekt hij steeds de publiciteit....

'De moord op Pim heeft mijn leven zo ingrijpend veranderd dat er een eind aan moet komen', zei Marten Fortuyn dit voorjaar. Aan zijn meer dan fulltime bezigheden als beroepsbroer, bedoelde hij. Maar meende Marten wat hij zei? Het heeft er in elk geval regelmatig de schijn van dat hij eigenlijk helemaal niet wil dat 'er' een eind aan komt en hij moet terugkeren naar zijn bungalow in het Belgische Loenhout - en de anonimiteit.

Dat zal de komende tijd ook zeker nog niet gebeuren. Vandaag zal Marten weer reageren op de uitspraak van de rechter in het proces tegen Volkert van der G., vervolgens krijgen we de schadeclaim tegen Van der G. en valt er rond de beveiliging ook nog wat te verhapstukken met regering en Mediapark. Bovendien is het nog maar drie weken tot 6 mei en de eerste herdenking van de moord op Pim Fortuyn.

In juni 2002 stelde Marten Fortuyn al voor van 6 mei de Dag van het Volk te maken. Inmiddels is dat ideetje uitgewerkt en qua naamgeving enigszins opgewaardeerd: 6 mei moet nu de dag worden van Loquendi Libertatem Custodiamus - laten wij waken over de vrijheid van het spreken.

Er is veel veranderd. Wanneer ze Marten Fortuyn in het voorjaar van 2002 vroegen of hij soms de broer was van Pim Fortuyn, ontkende hij dat categorisch. 'Nee hoor, ik ben enig kind', zei Marten dan. Want met de soundbites waarmee Pim Nederland veroverde, had Marten weinig op. 'Die eenkoppige conclusies altijd, daar erger ik me blauw aan.'

Dat de islam een achterlijke godsdienst was en minister Borst van Volksgezondheid erger dan Osama Bin Laden: Marten had Pim, zei hij, ernstig onderhouden over die veel te boude stellingen. Niet dat het veel hielp trouwens, want Marten Fortuyn behoorde niet tot degenen naar wie Pim zijn oren liet hangen. Iets wat Marten betreurde en misschien ook wel bevreemdde. 'Zijn intellectuele capaciteiten zijn eigenlijk vrij doorsnee. Ik ben indertijd op één been door mijn middelbare studies gewandeld, terwijl hij er altijd heel hard voor heeft moeten knokken.'

Marten (59) was nog M. Fortuyn, een voormalig manager die zich sinds 1995 als kleine zelfstandige bezighield met de import van onder meer medische apparatuur. Nu is de reserve-Belg een bekende Nederlander, niet als Marten Fortuyn, maar als Marten-de-broer-van-Pim. De oudste van de twee nog levende Fortuyn-broers verklaart om de haverklap niet gediend te zijn van die omschrijving ('Ik ben Marten en Pim is Pim') maar versterkt met zijn publieke optredens voortdurend de indruk dat hij zijn positie in de slag schaduw van Pims nagedachtenis helemaal zo erg niet vindt.

Hoewel ook hij de publiciteit niet schuwt, is jongste broer Simon Fortuyn (48) minder nadrukkelijk aanwezig. De directeur van een Utrechtse enveloppenfabriek kleunde er rond het proces tegen Volkert van der G. een paar keer stevig in ('Deze man heeft niet alleen mijn broer vermoord, hij is nog een klootzak ook' - alsof hij de mogelijkheid dat hij Volkert wel een sympathieke kerel zou vinden lang had opengehouden), en schreef een dagelijkse column in het AD over de rechtszaak.

Maar Simon mist het pathos van zijn oudere broer. In oktober vorig jaar rekende hij in het Rotterdams Dagblad op grondige wijze af met de rotzooi in de LPF ('Schande'). Simon maakt van zijn hart geen moordkuil en schopt zo nu en dan flink om zich heen, maar Pims lievelingsbroer wekt nooit de indruk dat de nasleep van de moord zijn doen en laten volledig bepaalt. Bij Marten, níet Pims lievelingsbroer, ligt dat anders.

Op 7 mei 2002, de dag na de moord, vroeg toenmalig LPF-bestuurder John Dost, tijdens het crisisoverleg met premier Kok op het Catshuis, aan Fortuyn waarom híj eigenlijk niet de nieuwe leider werd. Fortuyn gaf geen antwoord, maar het besef dat hij Broer Fortuyn was geworden moet hem als een mokerslag hebben getroffen. Hij had nu een Taak, die hij later bescheiden omschreef als 'mijn persoonlijk Armageddon ofwel Titanenstrijd'.

Wat hij daarmee precies bedoelde bleef mistig, maar zijn zelfopgelegde verantwoordelijkheid leek voor Fortuyn steeds zwaarder te wegen. Hij speelde in de dagen na de moord een belangrijke en bewonderenswaardige rol in het kanaliseren van alle emoties. In de maanden die volgden werd zijn rol binnen de LPF-gemeenschap steeds kleiner, maar nam Fortuyns gewichtigheid omgekeerd evenredig toe. Het tempo waarin hij sprak, ging naar beneden, alsof hij wilde voorkomen dat zijn toehoorders het filosofisch-politieke belang van zijn woorden zou ontgaan. Hij begon ook steeds meer te kijken als de elder statesman die hij nooit was.

In december sprak hij het congres van de LPF toe als mental coach en voorspelde ('Lees mijn lippen') 26 zetels bij de verkiezingen van januari (achttien ernaast). Drie weken later verklaarde Fortuyn dat hij niet op de LPF zou stemmen. Vervolgens vergrootte hij de verwarring verder door tijdens een bijeenkomst in Eindhoven in januari te melden dat hij zich 'de erfgenaam van het gedachtegoed van Pim' voelde en wél LPF zou stemmen. Tevens kandideerde Fortuyn zich ongevraagd als voorzitter van de partij, een opwelling waarvan sindsdien niets meer is vernomen.

Binnen de LPF werd hij intussen steeds minder serieus genomen. Als broer van Pim genoot hij openlijk een vorm van heilige onaantastbaarheid, maar achter zijn rug namen de uitingen van irritatie in kracht en aantal toe. De rode draad in de aanvallen: Pim had tijdens zijn leven weinig op met zijn oudere broer en de twee hadden al jaren zo goed als geen contact met elkaar. Dus op grond waarvan maakte Marten zich eigenlijk zo belangrijk?

Volgens makelaar Harry Mens was gewoon sprake van klassieke broederjaloezie: 'Marten is de oudere broer die door de briljante jongere voorbij is gestreefd en die dat nooit helemaal heeft kunnen verwerken.'

Marten Fortuyn levert hoe dan ook een zwaar gevecht met de nagedachtenis van zijn beroemde broertje. Na diens herbegravenis in Italië, op 20 juli 2002: 'Ik hoop aan mezelf toe te komen. Ik wil rust.' In december, in een open brief aan de media: 'De familie wil in alle rust rouwen en verwerken.' Maar tegelijkertijd meed hij de publiciteit geen moment; niet rond de val van het kabinet-Balkenende, niet rond het onderzoek van de commmissie Van den Haak, niet rond de 'haatzaai-aanklacht' van het duo Spong en Hammerstein, niet rond het proces tegen Van der G.

En nu ook nog Loquendi Libertatem Custodiamus-dag. 'Op verzoek van velen' hebben de broers daarvoor zelfs een herdenkingsvlag laten ontwerpen die op 6 mei door het hele land moet wapperen. Op de website www.pim6mei.nl: 'In het bijzonder zullen Pim en andere slachtoffers van geweld door gebruik van het vrije woord, deze dag worden herdacht. Zij dorsten te spreken, maar moesten dit in een aantal gevallen bekopen met de dood.'

De vlag is te koop voor slechts 25 euro. Wie wil kan via Martens callcenter ook andere 'Pims Memorials' in huis halen. Wat te denken van een paar Pims manchetknopen - in zilver en mét Pims familiewapen voor slechts 79 euro, in 14 karaats witgoud 499 euro. Voor de niet-manchet knoopdragers is er natuurlijk de geelgouden 'Pims reversspeld' voor 249 euro. Elk sieraad gaat vergezeld van 'een genummerd certificaat met Pims handtekening' en de opbrengst gaat naar het 'goede doel'.

Marten Fortuyn heeft het er maar druk mee. 'In zekere zin ben ik voor de rest van mijn leven veroordeeld om met Pim bezig te zijn', zei hij in maart. 'Het gevaar bestaat dat ik het niet meer kan loslaten, dat realiseer ik me terdege. Maar het is geen obsessie, beslist niet.'

Bert Wagendorp

Voor dit verhaal is gebruik gemaakt van citaten uit diverse dag- en weekbladen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.