Broeinest

Het Amsterdamse Quarantainegebouw, eens de plek waar arme landverhuizers werden ontluisd, is helemaal veranderd, en toch ook weer niet. Het langwerpige pand uit 1920 biedt nu onderdak aan een lunchroom/galerie, twaalf ateliers, en twee geluidsstudio's....

Door Pay-Uun Hiu

'Het is maar wat je een ziel noemt.' Architect Bertus Mulder kijkt naar de zijgevel van het net gerestaureerde Quarantainegebouw aan de Oostelijke Handelskade in Amsterdam. Als nuchtere Nederlandse bouwer die direct uit de traditie van Rietveld stamt, heeft hij niet zoveel met zielen en geesten die in gebouwen kunnen rondwaren.

Terwijl er toch duizenden mensen door het gebouw van scheepvaartmaatschappij de Koninklijke Hollandsche Lloyd heen zijn gegaan, dromend van een nieuwe toekomst in een land vol goud en kansen. Naar binnen aan de voorkant, het 'vuile trappenhuis' in, eerst in de wachtruimte op de begane grond en dan via datzelfde trappenhuis naar de was- en ontsmettingsruimten; mannen op de eerste verdieping, vrouwen op de tweede. Na grondige ontluizing, ontvlooiing en verwijdering van ander vuil en ongedierte kwamen ze er door het 'schone trappenhuis' aan de andere kant van het gebouw weer uit. Direct de lange gang in, die het Quarantainegebouw met het Lloyd Hotel verbond.

Al die emigranten, die landverhuizers die uit de armste uithoeken van Oost-Europa per trein bij de Amsterdamse haven kwamen, zagen van de stad niet meer dan wat ze vanuit de trein hadden kunnen bekijken. Van het rangeerterrein ging het naar het Quarantainegebouw, een nacht in de grote slaapzalen van het Lloyd Hotel en dan op de Lloydboot naar Amerika. Niks uitstapjes naar de Wallen. Streng verboden. Geen wonder dat het Lloyd Hotel in de jaren zestig nog enige tijd dienst heeft gedaan als jeugdgevangenis.

Geen zielen en geen spoken dus. Maar wel een eigen karakter. 'Het is een persoonlijkheid', zegt Mulder over het opmerkelijk langwerpige Quarantainegebouw - ontworpen door Evert Breman -, en daar moet je als restaurateur 'behoedzaam' mee omgaan. Daar is hij zo langzaamaan wel expert in. Hij schreef de uiterst nauwgezette renovatie van het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht op zijn naam. Hij deed bijvoorbeeld de veelgeprezen restauratie van het Zuiderbad in Amsterdam. Samen met Harriën van Dijk, medewerker van de Werkplaats voor Architectuur Utrecht, die er intussen maar bouwhistorie bij is gaan studeren.

In opdracht van Woonstichting De Key en De Principaal restaureerden en verbouwden zij met Archangel Bouw het Quarantainegebouw tot lunchroom/galerie (begane grond), twaalf ateliers (vier stuks op drie verdiepingen) en twee geluidsstudio's (kelder). April vorig jaar is de bouw begonnen, vorige week kregen de nieuwe (en deels oude) gebruikers de sleutels. De oud-kraker en muziektechnicus Evert Kaatee bijvoorbeeld, komt net uit zijn IJlandstudio in de kelder, met witsel aan zijn handen. 'Eerste dag verven', grijnst hij. Volgende week hoopt hij alles weer in te kunnen richten.

Uitgangspunt, vindt Mulder, is dat je probeert bij zo'n gebouw zoveel mogelijk van de authentieke toestand te bewaren. Maar wat is die authentieke toestand? De graffiti die de krakers uit de jaren tachtig op de voorgevel hebben gespoten is in elk geval verwijderd. Het bord met de tekst 'Koninklijke Hollandsche Lloyd. Cantine' ook. En daaronder kwam de naam uit 1920 te voorschijn die onverhuld de functie van het toen net opgeleverde pand weergeeft: Ontsmettingsgebouw. Mulder: 'In die tijd heette dat gewoon zo, die mensen werden ontsmet, maar naderhand kon je zo'n term in relatie tot mensen niet meer zo goed gebruiken en toen is het het Quarantainegebouw geworden.' Het oorspronkelijke tegeltableau is weer in ere hersteld.

Restaureren is in feite spoorzoeken, blijkt als we door het gebouw lopen. Maar dan moet je wel 'intentioneel kijken', zegt Mulder, gericht door zo'n gebouw heen gaan. Neem de kleuren. Aan de buitenkant was de afgebladderde verf van een onbestemd roomwit. Binnen hielden de krakers er hun eigen kleuropvattingen op na. 'Maar ook al is een deur tien keer overgeschilderd, als je het slot erafhaalt, vind je daar best nog wel een plekje dat nooit is overgeschilderd en waar je de oorspronkelijke kleur kunt terugvinden.' Zo vonden ze het moeilijk te definiëren grijsgroen van de kozijnen. Kleurenexpert Bert Jonker onderzocht de bestanddelen en stelde die kleur opnieuw samen. En overal in het gebouw waren lambriseringen aangebracht met zandsteenkleurig stucwerk.

'Het moest natuurlijk hygiënisch zijn, vandaar die gestuukte lambriseringen met een waterafstotende waslaag erover, en de terrazzo vloeren', aldus Mulder. Beide goed schoon te houden. En beide weer hersteld. Behalve in de ateliers, daar werd de lambrisering te kostbaar. De terrazzo vloeren zijn overal gerepareerd, maar zodanig dat de sporen van het verleden zichtbaar zijn gebleven: de afvoerputjes voor de douches, de scheidingswandjes van de kleedkamers, een uitsparing voor een oude lift.

Eigenlijk, denk je, is er helemaal niet zoveel gebeurd. Alles lijkt heel logisch. De etages van zo'n 140 vierkante meter zijn door twee muren (een overlangs, een dwars) in vieren verdeeld, in het midden zit door alle verdiepingen heen een schacht voor verwarmingsbuizen, riolering en ventilatie die uitmondt in een rechthoekige schoorsteen op het dak. De trappenhuizen zijn zoals ze waren: terrazzo, grijsgroene kozijnen, glas-in-loodramen en door vele voeten uitgeholde traptreden van natuursteen. Er lagen nog wat reservetreden in de kelder; die zijn gebruikt om afgebroken stukken te repareren. Zelfs de oude iepenhouten leuningen zijn er weer. Eerst waren ze weg, maar toen had iemand ze plotseling nog liggen en bood ze te koop aan. Na enig speurwerk bleek dat die leuningen wederrechtelijk waren verwijderd en konden ze worden teruggevorderd.

De oorspronkelijke functie van de ruimten is een andere belangrijke leidraad voor de restaurateur. Zeker bij een 'utilitair' gebouw als dit. Natuurlijk kun je de ruimten opdelen en er woningen in maken. Dat was ook aanvankelijk het plan. 'De inzet was dat iedereen die er woonde kon terugkomen', zegt muziektechnicus Kaatee. Dat waren een stuk of zeven bewoners, hijzelf en nog iemand met een studio, en een jongen die op de begane grond een houtwerkplaats had, maar 'niet constant actief was'. Gaandeweg brokkelde de woonfunctie steeds meer af.

'Die trappenhuizen helemaal schoon en kaal, en dat glas-in-lood, dat was vrij snel duidelijk', zegt Mulders compaan Van Dijk. Mulder: 'Dat moet je niet veranderen, want dan tast je het karakter van het gebouw heel erg aan. Maar wat er dan tussen die trappenhuizen komt, daarover zijn de ideeën wel een paar keer veranderd.' Vanwege geld, bijvoorbeeld. Doordat het gebouw enkele jaren terug tot Rijksmonument werd verklaard, kwam een deel van de subsidie van Bureau Monumentenzorg. Maar dat was niet genoeg voor de totale som van bijna 1,5 miljoen euro aan bouwkosten. Het Broedplaatsenbesluit uit 2000 bracht uitkomst. Door de woningen te schrappen en alleen ateliers te bouwen kon ook aanspraak worden gemaakt op subsidie van Broedplaats Amsterdam. De krakers kregen een voor een vervangende woonruimte aangeboden.

Hoe broeierig het er in de gelegaliseerde versie van de alternatieve kunstenaars-krakersbolwerken uit de jaren tachtig toe moet gaan, is niet erg duidelijk. 'Beetje vaag concept', vindt Kaatee. Exacte criteria wie er wel en niet voor zo'n atelier in aanmerking komen, heeft hij nog niet onder ogen gehad. Hij keert gewoon terug naar zijn oude stek en gaat er gewoon weer 'zijn ding doen'. Wel met een forse huurverhoging: eerst betaalde hij 250 gulden in de maand, nu moet hij voor dezelfde ruimte 500 euro betalen. Maar de elektriciteit is een stuk beter ('ik versleet elke week wel een lamp ergens') en de verwarming helemaal.

Mulder is er hoe dan ook gelukkig mee. 'Kijk, als je een gebouw hebt dat vroeger grote ruimten had, is het dus het beste daar ook weer iets te maken waarvoor je grote ruimten nodig hebt. Wanneer je er allemaal woningen in maakt, bouw je het van binnen helemaal dicht, en dan blijft er van de ervaring van de vroegere toestand nauwelijks iets over.'

Zo is het helemaal veranderd en toch zichzelf gebleven, van een vrij gesloten inrichting op een haventerrein naar een 'kunstenaars-broedplaats' tegenover een gloednieuw winkelcentrum.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden